30e zondag door het jaar A (2005)

A-cyclus · Tijd door het jaar · 30e zondag · groen

Beste dorpsgenoten,

Vandaag hebben we voorlopig de laatste keer mis hier in de Kerk. Want de tijd van de kachel stoken breekt weer aan. En het kost veel geld om de kerk warm te houden, zoveel geld hebben we daar niet voor en zoveel mensen komen er niet meer. Bovendien is het goed voor het milieu om zuinig te zijn met gas!

Het spreekt vanzelf dat we bij bijzondere gelegenheden in de kerk bij elkaar zullen komen en natuurlijk ook weer als er niet meer gestookt hoeft te worden.

Deze tijdelijke verhuizing is een verandering, die als iedere verandering bedreigend is en tegenzin oproept. Want verandering heeft te maken met wat we nog niet kennen, iets dat vreemd is. In oude talen werd voor het begrip vreemd èn voor het begrip vijand zelfs een en hetzelfde woord gebruikt. Het hoeft u dus niet te “bevreemden” als u tegenzin of afkeer voelt als we de volgende week de heilige mis zullen vieren in een zaal van het gemeenschapshuis.

We kunnen er wel aan denken dat het laatste avondmaal, dat toch de eerste heilige mis was, niet gevierd werd in een kerk maar in een zaal. Zo gek is het dan ook niet wat we gaan doen.

En ik hoop dat we vroeg of laat allemaal het bestuur van de Klokkestoel dankbaar zijn dat we in de winter in het gemeenschapshuis terecht kunnen.

De eerste lezing spreekt over de vreemdeling, over weduwen en wezen en over behoeftigen, mensen die niets dan een mantel hebben om er in te slapen.

Uit het evangelie van Matteüs haal ik nog een keer aan: “Gij zult de Heer uw God beminnen met geheel uw hart, geheel uw ziel en geheel uw verstand. Dit is het voornaamste en eerste gebod. Het tweede, daarmee gelijkwaardig: heb uw naasten lief, zij zijn als gij zelf. Aan deze twee geboden hangt heel de Wet en de Profeten.”

En al vooraan in het Matteüs evangelie lezen we: “Alles wat gij wilt dat de mensen voor u doen, doet dat ook voor hen. Dat is de hele Wet en de Profeten.” Waar het uiteindelijk omgaat is heel duidelijk. En het spreekt nog meer aan als we bedenken dat het gebod je naaste lief te hebben maar één keer voorkomt in het Oude Testament en het gebod over de vreemdeling en over weduwen en wezen wel 37 keer.

Gisteren las ik in de kranten: Burgers zien zich genoodzaakt op eigen kosten mensen aan een fatsoenlijke hap eten te helpen. Er zijn voedselbanken, gratis winkels en overbelaste kerken ontstaan. Zij zien zich gedwongen om het pannetje soep voor de armen van twee eeuwen terug weer in ere te herstellen. Sinds de invoering van de algemene bijstandswet in 1965 is dat een taak van de overheid.

Nergens lezen we in de Bijbel: “Ga naar de kerk,” wel steeds opnieuw: “Zorg voor vreemdelingen onder u, doe weduwen en wezen niet te kort, heb oog voor je naaste want hij is niet beter of slechter dan jijzelf.” Gaan we uiteindelijk niet allemaal de zelfde kant op, als druppels naar de oceaan. En hebben we uiteindelijk niet allemaal de zelfde behoeften, verlangens en dromen?

Als we ons dat aantrekken, komt God tot zijn recht, in de kerk en nog veel meer buiten de kerk en dan wordt het leven veel aardiger, voor die anderen, maar vooral voor u zelf.

Dat het zo moge worden.

Zoeken in Preken Online