De liefde is het grootste gebod. Niets nieuws onder de zon.
Dat wisten we allang en iedereen zal dit wel beamen.
Over de liefde zijn eindeloos veel gedichten en liederen geschreven,
soms heel mooi, soms heel afgezaagd,
soms heel romantisch maar wel ver van de werkelijkheid.
Maar wat doe je met dat gebod van de liefde in je concrete leven?
Hoe vul je dat in in je dagelijks bestaan? Dat ligt wat moeilijker.
Ik wil een paar beelden gebruiken.
Als ik een foto zie van een bruid en bruidegom die elkaar omhelzen,
dan zie ik daar een heel mooi beeld van de liefde in.
Die foto is natuurlijk wel een moment opname.
Maar het leven delen in het huwelijk, is wezenlijk elkaar omhelzen,
soms letterlijk maar vooral in figuurlijke zin.
Elkaar omhelzen is de ander omarmen, zoals hij of zij is,
met al zijn goede en minder goede kanten,
met zijn karaktereigenschappen, zijn ambities, zijn voorkeuren en ideeën.
Je kunt niet zeggen: ik omarm alleen de goede en mooie dingen en niet de rest.
Je omhelst de hele mens, buitenkant en binnenkant.
Elkaar omarmen is elkaar vasthouden maar niet fijn knijpen.
Het is elkaar vasthouden in goede en kwade dagen.
In goede dagen is dat niet zo moeilijk, dan gaat het bijna vanzelf,
maar in kwade dagen kan het wel eens een zware opgave zijn.
Tegelijk moet je de ander de ruimte geven om zichzelf te kunnen zijn
want anders werkt een omarming verstikkend.
Dit is liefde, op de eerste plaats in een huwelijk,
maar ergens gaat het ook op
voor elke vorm van verbondenheid tussen mensen
overal waar mensen het leven delen.
De intimiteit en de intensiteit is wellicht veel minder
maar ook hier kun je zeggen: elke vorm van verbondenheid,
vraagt dat je anderen omarmt, meestal niet letterlijk, altijd in figuurlijke zin.
Die verbondenheid heeft altijd te maken met elkaar vasthouden,
niet alleen in goede dagen maar ook en juist ook in kwade dagen.
Maar het vraagt ook dat je anderen de ruimte geeft om zich zelf te zijn,
dat je hen respecteert in hun eigenheid.
Wil de samenleving leefbaar zijn, dan is die verbondenheid,
die saamhorigheid, die naastenliefde van levensbelang.
Een ander heel mooi beeld van de liefde
is een moeder met haar kindje op de arm of op schoot.
Dat geldt natuurlijk ook voor de vader met zijn kindje.
Dat drukt wederzijds vertrouwen en genegenheid uit.
Ouders dragen hun kinderen, in het begin letterlijk,
maar ook als kinderen groter worden en hun eigen weg gaan,
blijven ouders hen dragen in hun zorgzaamheid en genegenheid.
En als er moeilijke dagen komen,
kan dat dragen wel eens heel moeilijk worden,
maar als het goed is blijven ouders ook dan hun kinderen vasthouden.
Maar ook hier gaat het om vasthouden en loslaten,
om hun ruimte te geven om zichzelf te zijn en eigen wegen te gaan.
Ook deze verbondenheid en dat wederzijdse vertrouwen
zou je in heel de samenleving moeten vinden,
minder intens en minder intiem weliswaar,
maar zonder een gevoel van verbondenheid en zonder wederzijds vertrouwen
wordt de samenleving onleefbaar.
Het is natuurlijk een soort ideaalbeeld
dat heus niet eenvoudig te realiseren valt.
Het lijkt misschien zelfs onmogelijk en toch hebben we allemaal de opdracht
om zo dicht mogelijk in de buurt proberen te komen.
Dat kan in de praktijk van het leven best eens heel moeilijk zijn,
maar als er echte liefde, echte naastenliefde is, wordt een zware last toch licht.
Dat wordt heel mooi uitgedrukt in een verhaaltje over een jongen
die elke dag zijn gehandicapte broertje naar school bracht.
Ze woonden in de bergen en er was maar een smal pad naar hun huis.
Dus droeg de jongen zijn broertje op zijn rug,
’s morgens naar beneden en ’s avonds weer naar boven.
Eens vroeg iemand hem of het niet zwaar was.
De jongen keek heel verontwaardigd en zei: Zwaar, hij is mijn broertje.
Overal waar liefde is, kan men ook zware dingen dragen
en waar geen liefde is, wordt de kleinste last al te zwaar.
30e zondag door het jaar A (2005)
A-cyclus · Tijd door het jaar · 30e zondag · groen