Jezus wordt voortdurend met strikvragen bestookt. Vorige zondag lokten de Farizeeën Hem in het dilemma van de belastingsbetaling; daarna kwamen de Sadduceeën met de vraag over de verrijzenis. Telkens wist Hij handig de bal in hun kamp terug te gooien, of hun de mond te snoeren. Vandaag komen opnieuw de Farizeeën, nu met de vraag over het voornaamste gebod. De rabbijnen hadden naast de tien woorden van Mozes nog zo 365 bijwetten, wat natuurlijk tot uiterlijke formaliteiten moest leiden. In dat woud van voorschriften welke zijn nu de belangrijkste ? Waar gaat het feitelijk om ? De kern? - En Jezus antwoordt: “Ge zult liefhebben.” Dat is de grond van alles. - De vraag is dan ook: Wat is feitelijk liefhebben ? Wie liefhebben? Wat is liefde?
-
Aanstonds gaan onze gedachten naar de liefde tot de medemens. Bij de Joden was de naaste iemand die behoorde tot dezelfde volksgroep. En ook wij kijken graag naar de mensen die wij mogen, mensen die ons dichtbij of aangenaam zijn.- a) Als wij het evangelie hierover ondervragen in heel zijn omvang, horen we: " Ge zult uw naaste beminnen als u zelf." Maar ook: “Niemand heeft meer liefde, dan hij die zijn leven geeft voor zijn vrienden."(Joh. 15,13). In de liefde ligt een drang naar totale gave. En daarin is Jezus voorgegaan, en tal van mensen zijn daarin heel ver gegaan : Maximiliaan Kolbe, Pater Damiaan, Moeder Teresa…. Maar we horen ook dat we zelfs onze vijand moeten liefhebben: “Want als gij (alleen) bemint die u beminnen, wat voor recht op loon hebt gij dan… ?"(Mt. 5,46-47). Niemand wordt uitgesloten. Liefde is universeel en wereldomvattend. Goed dit te bedenken op missiezondag: onze betrokkenheid op de wereld.- b) Bij Paulus horen we in het hooglied van de liefde over de kwaliteiten van de liefde: " De liefde is geduldig, niet afgunstig, blaast zich niet op, handelt niet voor de schone schijn, rekent het kwade niet aan…” ( 1 Kor 13, 4 v.) - c) Jezus zegt ook nog: “Bemint elkaar zoals Ik u hebt liefgehad.” (Joh.13,34; 15,9) Dat betekent meteen: beminnen in zijn kracht en in zijn visie. God weet wat echt goed is voor de mens. We moeten aan de naaste geen schijnwaarden, maar het ware goede geven: datgene wat hem beter maakt, hem met blijvende vreugde vervult, en ook wat tot over de dood heen zal blijven.
-
Deze evangelische liefde is dus niet onmiddellijk bij de hand of vanzelfsprekend. Ze is meer dan filantropie of lievevrienderij. Ze is soms moeilijker dan het naleven van bepaalde voorschriften. De liefde is belangloos en universeel; ze streeft na wat de mens in zijn mens-zijn verheft of beter maakt. Wie meent zo lief te hebben uit eigen kracht, leeft boven zijn petje. Zulke liefde hebben we niet in eigen handen. Met de liefde komen wij nooit klaar. - Iemand die ooit zijn eigen liefde-onmacht ervoer, krabbelde tijdens een retraite in een abdij, met zijn potlood op een bijbelboekje naast een tekst over de liefde: “Ik ben de wanhoop nabij, want ik kom er niet toe lief te hebben.” En dat is zeer juist. - Daarom moeten wij de liefde bronnen uit een diepere stroming: “De liefde is uit God…Hij heeft ons het eerst bemind” ( I Joh 4, 7-19) en ook: “De liefde van God is in onze harten uitgestort door de H. Geest die ons gegeven is.” (Rom. 5,6) - De ware naastenliefde is een gevolg van Gods liefde in ons hart. God beminnen is in de eerste plaats ons laten beminnen door Hem, en zo intreden in zijn liefde-intimiteit, dat Hij werkzaam wordt in ons. “Bekeert uw harten”. Pas dan worden wij in staat gesteld om tot dit soort liefde te komen, die ons verheft boven eigen verwondingen, liefde die verzoening heet en vergevensgezindheid, een liefde die nooit moe wordt.
* Daar is de discussie van alle tijden, en ook vandaag leeft het debat tussen het ongelovig humanisme en het christelijk geloof: sociale inzet OF gebed ? Het is een vals dilemma. De vlucht in het gebed zonder kommer voor de wereld is hypocriet en even fout, als een bevrijdingstheologie buiten Gods liefde en gebed, die tot een materialistisch marxisme moet verschralen. Eens schreef Ernest Henau in “Het Teken”: “Het Humanistisch Verbond heeft de wereld niet humaner gemaakt, door de kerken te ontvolken. Daardoor is de samenleving minder menselijk geworden.” Europa pleegt vandaag spirituele zelfmoord door zijn toekomst louter horizontaal en werelds in te vullen, door deze verticaliteit te negeren, en meteen haar geestelijke wortels te verloochenen. Christenen moeten door hun liefde duidelijk anders zijn dan heidenen. Iemand uit Sri Lanka kwam naar Europa: “Ik heb hier nog geen christenen ontmoet. Bij ons zijn christenen anders.”
* Daarom zei Jezus dat deze twee geboden, de liefde tot God en de liefde tot de naaste, samenvloeien en één zijn: “Het eerste gebod is gelijk aan het tweede”. Wie echt lief wil hebben door zijn sociale inzet, zal de groeiende noodzaak voelen om te gaan bidden, en wie echt bidt, zal zeker belangloos overvloeien in dienende liefde naar de anderen. “Wie God liefheeft, moet ook zijn broeder liefhebben.” ( I Joh 4,21) - En onze broers en zusters zijn ook degene die vandaag in Afrika, in Latijns Amerika, in Azië uitzien naar ons, uitzien naar ware bevrijding, bevrijding naar lichaam en geest, naar de volle waarheid die het evangelie brengt. Zij stellen ons de vraag of wij dan wel de solidaire christenen zijn, levend, gedragen en gestuwd door de Liefde die God is.