Homilie
“Jezus sprak tot hen: ‘Kom, volg mij; Ik zal u vissers van mensen maken.’ Terstond lieten zij hun netten in de steek en volgden Hem.” Is dat niet vreemd? Als je dat zo leest, lijkt het erop dat er een wildvreemde aankomt, die iets tegen een paar vissers zegt, en prompt laten ze alles achter en gaan met die vreemde mee. Bij de Evangelist Matteüs lijkt dat wel enigszins zo en misschien bedoelt Matteüs dat ook wel, om de bijzondere aantrekkingskracht van Jezus te benadrukken. Maar wanneer we de Evangelist Johannes lezen, dan horen we nog een andere geschiedenis: Andreas de broer van Simon was leerling van Johannes de Doper. En Juist de Doper had hem op Jezus gewezen. Bij die Jezus, daar moet je zijn. Andreas bracht zijn broer Simon bij Jezus die aan Simon de naam Petrus gaf. Dit verhaal van de Evangelist Johannes zou je kunnen zien als een aanvulling of een soort voorgeschiedenis.
Wat we vandaag in het Evangelie horen, wat de Evangelist Matteüs hier beschrijft is dus een ander moment, met een andere sfeer. Je kunt het zien als het begin van Jezus’ grote tocht op weg naar Jerusalem, de plaatst waar Hij uiteindelijk zijn leven zal geven voor de bevrijding van de hele mensheid. Wat gebeurt hier bij deze roeping? Waar kun je het mee vergelijken?
Stel dat we leven in de oorlogsjaren 40-45. Je werkt bij de ondergrondse. Ze vervalsen paspoorten, maken bonnen, brengen mensen over de grens. En er is een grote geheime aktie op komst, om de vijand de definitieve genadeslag toe te brengen. Op 8 januari jongstleden hebben we Dennis Egan begraven, Amerikaan van geboorte, hij wist er alles van, hoe je in die jaren voorbij de vijandelijke linies moest komen.
In zo’n periode gebruik je codewoorden, geheimtaal. Als dan de man aankomt die leiding gaat geven aan de grote operatie en het codewoord wordt gesproken. Dan leggen degene die dat horen hun werk neer. Laten alles voor wat het is, werk, familie, bezit, hun eigen tijd en alles wat daarmee te maken heeft en gaan op weg. Die sfeer, waarin niemand meer vraagt, wat ga je doen, waarin alle discussies achter de rug zijn, waarin de keuzes zijn gemaakt en degene die meedoen weten welke offers mogelijk en waarschijnlijk gevraagd zullen worden. Die sfeer, van resoluutheid, vastberadenheid, inzet en trouw, met die sfeer kunnen we het mogelijk vergelijken.
“Jezus sprak tot hen: ‘Kom, volg mij; Ik zal u vissers van mensen maken.’ Terstond lieten zij hun netten in de steek en volgden Hem.” Terstond, meteen, onmiddellijk, zonder uitstel, zonder tegensputteren. En wat laten ze achter, wat moeten ze loslaten? En waarom laten ze het achter, waarom gaan ze zo vastberaden op weg, achter die man aan die zegt: “Ik zal u vissers van mensen maken”?
Jezus spreekt daar op andere momenten ook heel duidelijk over: “Als iemand naar Mij toekomt, die zijn vader en moeder, zijn vrouw en kinderen, zijn broers en zusters, ja zelfs zijn eigen leven niet haat, kan hij mijn leerling niet zijn. 27 Als iemand zijn kruis niet draagt en Mij volgt, kan hij mijn leerling niet zijn (Luk. 14. 26-27)”. Het is de taal en de houding van alles of niets. Er is een vijand en om die vijand te overwinnen, daarvoor moet je alles over hebben, alles los kunnen laten.
Deze vergelijking met een oorlogssituatie is niet zomaar gekozen. Jezus spreekt over een vijand. “Ik heb u macht gegeven om op slangen en schorpioenen te treden, te heersen over heel de kracht van de vijand; en niets zal u kunnen schaden (Luk. 10, 19)”.
Maar is dat nu niet juist een beeld dat wij kwijt willen. Is dat nu niet juist de sfeer waar wij los van willen komen? Dat vijanddenken, dat zwart wit denken, dat ‘wij zijn goed en zij zijn slecht’, is het niet juist Jezus Zelf die ons een andere weg heeft geleerd?
Inderdaad. Maar zijn visie is breed, heel breed, zo breed als onze werkelijkheid en nog breder, want ook de werkelijkheid van God hoort daarbij. Jezus accepteert de werkelijkheid zoals die is. Niet een acceptatie om het dan zo te laten, maar omdat je daar moet beginnen. De werkelijkheid is nog lang niet zoals God die heeft bedoeld.
We leven in een wonderlijke tijd. Er rijzen problemen, maatschappelijk, mondiaal: broeikaseffect, olie- en gasvoorraden, andere grondstoffen, morele achteruitgang, maatschappelijke desinteresse en veel meer. Dat wat ik bij oude mensen tegenkom, die steeds kleiner gaan wonen, tot aan het verzorgingshuis en dus stapsgewijs, en soms in korte tijd heel veel moeten loslaten, dat zie ik in de toekomst wereldwijd gebeuren. Na een eeuw waarin de economie ons heeft leren kopen, nemen, pakken, vergaren, gebruiken, produceren en consumeren; moeten we weer gaan leren loslaten, respecteren, kiezen en op waarde schatten, goed benutten en zuinigheid. We moeten leren onszelf beperkingen op te leggen. Na een tijd van mateloze vrijheid, wereldreizen voor iedereen die een beetje kan sparen, komt er een tijd van fietsvakanties, van wandeltochten, van eerbied voor de aarde waarop we wonen, van verdieping en geloof.
We moeten leren loslaten. Als gelovige mensen, zouden wij een voorsprong moeten hebben, een mentale, geestelijke, spirituele voorsprong. Maar de vraag is of we die voorsprong in de afgelopen eeuwen niet zijn kwijtgeraakt, of bij ons gelovigen er niet een soort wet van de remmende voorsprong is opgetreden. Dat we door onze eerdere voorsprong, zijn verslapt en achterop geraakt. Het verbaast me dikwijls dat er buiten de kerk soms meer mensen warm lijken te lopen voor groene stroom, of gezonder voedsel, of voor natuurbescherming dan in de kerk. Ik kan dat voor een deel wel verklaren, maar het blijft opmerkelijk, vooral wanneer we naar grote heiligen als Franciscus en met name naar Jezus zelf kijken die toch ons voorbeeld is.
Loslaten. Hoe leer je loslaten? Of worden we ingehaald door de tijd en worden we gedwongen. Maar dat is niet de beste manier van leren. Bij loslaten helpt het wanneer je een houvast hebt. Hoe kun je loslaten wanneer je niet weet dat iemand je vasthoudt, opvangt en draagt? Hoe kun je loslaten wanneer je niet ergens anders zo’n houvast hebt gevonden. De vijand van onze tijd is vooral geworteld in ons eigen hart. Zou een soldaat standhouden zonder liefde voor zijn familie, voor zijn land en zijn volk? Een soldaat staat voor het dilemma om los te moeten laten wat hem zo dierbaar is, juist om dat te redden. Wij redden het niet, als wij ons niet laten redden door degene die ons losmaakt, die ons vrijheid geeft, die onze ogen opent en voor ons uitgaat. Onze voorkeuren loslaten, onze vooroordelen, onze gemakkelijke verlangens, om met Hem mee te gaan in zijn Gemeenschap, zijn Kerk. Je krijgt meer terug dan je ooit hoeft los te laten. Amen.
Begroeting
Van harte welkom, u hier in de kerk en allen die met ons meevieren via de kerkradio of het internet.
Er is er een die roept, die ons uitnodigt om Hem te volgen. Maar wat moeten we loslaten? Hoe vrij staan wij in deze wereld? Wat is die nieuwe wereld van God ons waard?
Ik mag u uitnodigen te gaan staan bij de intrede.
Voorbede
Bidden wij, één in geloof, tot onze hemelse Vader.
Bidden wij voor alle Christenen, waar ook ter wereld, dat zij open staan voor alle mensen van goede wil. Dat zij samen de handen ineenslaan om mee te werken aan Gods reddingspan. Bidden we om vrijheid van hart en geest, om Jezus na te volgen. Laat ons bidden.
Bidden we voor onze wereld. Dat de wereldleiders niet vast blijven zitten aan een materialistisch wereldbeeld. Dat zij de problemen niet louter technisch willen oplossen. Dat zij de kansen zien die ontstaan om tot een diepere en meer menswaardige wijze van leven te komen. Laat ons bidden.
Bidden we voor onze parochies. Dat we erin slagen ons geloof om te zetten in daadkracht. Dat we getuigen van ons vertrouwen in Gods leiding, door onze keuzes. Dat we groeien in innerlijke vrijheid door Gods genade. Laat ons bidden.
Bidden we voor kinderen en jongeren, dat zij mogen leren van de fouten van voorgaande generaties. Dat zij zelf niet opnieuw verstrikt raken in een materialistisch bestaan, maar vrij worden om te kiezen voor Gods Koninkrijk. Laat ons bidden.