Vorig jaar was er veel rumoer in ons land, toen prinses Maxima ter discussie stelde,
of er een Nederlandse identiteit bestaat.
Haar conclusie was, dat die niet bestaat, en die conclusie werd haar niet in dank afgenomen.
Natuurlijk, er kunnen typisch Nederlandse trekjes genoemd worden,
zoals onze zuinigheid, of boerenkool met worst op tafel of Sinterklaas.
Maar niet iedere Nederlander viert Sinterklaas of eet boerenkool met worst.
Dus als je probeert die Nederlandse identiteit vast te leggen, lukt dat niet.
Want Nederlanders zijn net gewone mensen, en daarvan zijn er geen twee gelijk: ieder van ons is uniek.
En er vallen dan ook altijd mensen buiten de boot die niet in de omschrijving passen en net zo goed Nederlander zijn.
Nu speelt in de kerk dat probleem gelukkig niet,
of iemand nu Nederlander is, Pool, Turk of Filipijn, daar telt iedereen.
Toch spelen ook in de kerk identiteiten een rol.
We hebben katholieken, protestanten, oosters orthodoxen,
pinkstergemeenten en nog vele andere groeperingen,
die allemaal een christelijke identiteit claimen
Maar ook binnen die kerken bestaan er grote verschillen,
soms proberen we die te vangen in termen als progressief en conservatief,
En wanneer we naar het buitenland gaan zien we ook weer grote verschillen:
katholieken in Italië beleven hun geloof anders dan in Nederland
en die weer anders dan in bijvoorbeeld Brazilië en Polen.
Vaak wordt gedacht, dat die verschillen van de laatste jaren zijn
en dat het daarvòòr allemaal veel beter was:
toen was er nog één kerk en één catechismus die allemaal precies regelde
wat we wel of niet moesten geloven,
wat we moesten doen en niet te vergeten wat we ook moesten laten.
En toen Jezus nog rondliep was het natuurlijk allemaal éénheid.
Maar als we naar de eerste lezing luisteren, horen we Paulus tegen de
eerste christenen in het Griekse Korinthe zeggen dat ze eensgezind oeten zijn:
er mag geen verdeeldheid zijn.
Enkele decennia na Jezus is er dus al veel verschil van mening
over wat de christelijke identiteit zou moeten zijn.
Ik volg Paulus, ik volg Kefas, ik volg Apollos.
De Christenen waren toen al verdeeld!
Paulus vraagt de Korinthiërs één van zin en één van gevoelen te zijn.
Dat is niet eenvoudig.
Om één van zin en één van gevoelen te zijn is het belangrijk,
dat je je inleeft in de mening en vooral het gevoel van de ander.
Hoe kom je achter de zin en het gevoel van anderen?
Door de ander te vragen naar zijn visie,
ervaringen uit te wisselen en vooral door te luisteren naar anderen.
Luisteren met een open oor, zonder al een antwoord klaar te hebben
als de ander nog niet is uitgesproken.
Ik geloof, dat wanneer mensen zo met echte interesse naar elkaar kunnen uisteren,
er eenheid kan zijn in verscheidenheid.
Dan hoeven verschillen niet meer als bedreigend te worden gezien
maar kunnen we ze ook als rijkdom beleven.
Zo kan ik groot respect opbrengen voor de bijbelkennis van veel rotestanten
en de mystieke devotie van oosters orthodoxen. Ook als ik zelf met die mystieke devotie niet zoveel kan.
In het evangelie hoorden we over het begin van het optreden van Jezus.
Jezus gaat nog niet naar Jeruzalem, de plaats waar de hoge heren van die tijd woonden.
Hij ging ook niet terug naar zijn vaderstad, Nazareth.
Hij gaat naar het grensgebied van het Beloofde land,
een gebied, waar veel heidenen woonden, mensen die bij de joden
nauwelijks in tel waren. Matteüs haalt de profeet Jesaja aan,
die over dit volk spreekt als een volk in duisternis.
Maar juist dezen zullen een groot licht aanschouwen.
En precies bij dit volk begint Jezus met zijn optreden.
Hoe doet Hij dat?
Jezus roept de mensen op in een zin: “Bekeert u, want het Rijk der hemelen is nabij!”
Het zijn precies dezelfde woorden die Johannes de Doper gebruikte bij zijn optreden aan de Jordaan.
Jezus bouwt dus voort op de lijn van Johannes.
Jezus en Johannes zeggen allebei “Bekeert u, want het Rijk der hemelen is nabij!”
Een zin die we op twee manieren kunnen lezen.
Traditioneel lezen we meestal: “bekeer je gauw, doe het voor het rijk
der hemelen er is, doe het voor het te laat is”.
Zo in de trant van: als je je niet op tijd bekeert, vind je de deur gesloten.
Maar ook zouden we kunnen lezen: “als je je bekeert*, is* het Rijk der hemelen nabij”
Door je echt te bekeren, maak je zelf al een stukje van dat Rijk der hemelen waar.
Ik denk dat die benadering, dat omkeren van ons leven in de richting
zoals dat door God bedoeld moet zijn,
al een stukje hemel op aarde kan creëren.
Maar voor een stukje hemel op aarde moet je wel openstaan, je moet er oog voor hebben.
Twee keer horen we dat mensen dat zien,
twee keer worden twee broers geroepen hem te volgen.
Komt en volgt mij: en zij kwamen en lieten alles achter zich.
Onvoorstelbaar toch!!
Zij moeten in de ban zijn van die man, die een blijde boodschap verkondigt
en die de zieken en bezetenen niet uitstoot maar weer mens maakt.
Is dat niet het wezen van de christelijke identiteit?
Hoe wij omgaan met de mensen die het in de grote wereld niet kunnen maken.
Dat kan op vele manieren.
Als wij - net zoals Jezus - als kerk één van zin en één van gevoelen kunnen zijn,
in onze houding naar onze medemensen,
dan laten wij al iets zien van dat koninkrijk der hemelen.
Dat is een stukje hemel op aarde.
Ik wens U toe dat u daar de komende week iets van mag zien. En als het
in uw leven duister is om wat voor reden ook, dat over u een licht mag
schijnen, dat u weer een weg mag zien in het leven en dat er mensen zijn
die met u op deze weg meegaan.
Amen.