3e zondag door het jaar (2005)

A-cyclus · Tijd door het jaar · 3e zondag · groen

Er waren eens drie blinden.

Ze ontmoetten een olifant en begonnen hem te betasten.

De eerste betastte de slurf en zei:" Een olifant lijkt op een slang".

De tweede voelde de poten en zei: “Welnee, volgens mij lijkt een olifant helemaal niet op en slang. Hij lijkt veel meer op de zuilen van de tempel.

Maar de derde betastte de oren en zei:” Jullie zijn allebei mis, een olifant is als het grote blad van een woekerplant in het bos".

Ze begonnen ruzie te maken, ieder beweerde dat hij gelijk had. Toen ze elkaar te lijf wilden gaan gingen plots hun ogen open. Daar stond de olifant. Ze werden beschaamd, bogen het hoofd, want elkeen zag zijn klein stukje gelijk, en zijn groot stuk ongelijk.

Goede vrienden, zou het zo ook niet vaak onder mensen zijn? We zien een stukje van de waarheid en menen heel de waarheid te zien en we gaan mekaar te lijf, we maken ruzie, soms jaren lang omdat we gelijk hebben of menen te hebben.

Vaak zijn mensen als de drie blinden uit het verhaal: ze beseffen niet dat ze slechts een stukje van de waarheid zien.

Zo is het vele eeuwen geweest tussen de christenen van de verschillende kerken. Ze beweerden allen de volle waarheid te hebben en gingen elkaar in naam van de waarheid in woord en daad te lijf.

In onze eeuw en vooral de laatste jaren is hierin verandering gekomen. Er is een beweging ontstaan die op zoek is naar eenheid: oecumenische beweging genoemd. De verschillende kerken zijn heel wat bescheidener geworden waar het gaat over de waarheid of de ware kerk.

Men ziet de waarheid als een dynamische werkelijkheid, als een nooit voltooide opgave. Men kan de waarheid zomaar niet in pacht hebben. Zelfs niet met een Universele Catechismus. Zij is geen monopolie van een bepaalde kerkgemeenschap, ook niet van de R.K. kerk.

Ook wij zijn nog niet de volmaakte kerk, Gods bruid zonder vlek of rimpel.

De ware kerk is de kerk zoals Christus ze gewild heeft. Tot deze kerk moeten wij ons allen bekeren vooral in gebed en evangelisch leven. Hieruit volgt dat wij het werk van de oecumene niet moeten zien als het sluiten van een compromis, noch als een terugkeer tot de R.K. kerk; verscheidenheid is rijkdom ook in het christendom, maar wel als de vrucht van een innerlijke en uiterlijke bekering van alle christenen tot de waarheid die Christus is.

Zo is het ook vaak in onsdagelijks leven.

Als er in een familie onenigheid ontstaat dan is het vaak zo dat men in ’t begin denkt: ik heb gelijk, de andere heeft ongelijk. Na een zekere tijd en bezinning begint men in te zien dat ikzelf ook wel een beetje ongelijk heb en de ander een beetje gelijk. Als mensen op dat moment de bescheidenheid opbrengen om in te zien dat zij door hun ruzie een veel grotere waarde van familie-eenheid aan ’t verspelen zijn, dan zijn zij op weg op te groeien naar een diepere eenheid. Een houding van bescheidenheid is een spoor dat leidt tot eenheid.

De veiligste weg om tot de christelijke eenheid te groeien is de weg van de bijbel.

De H.Schrift, zowel het OT. als het NT is geheel geïnspireerd door de gedachte van eenheid.

Het hoofdthema van het boek der boeken is immers de verzoening tussen God en de mensen en tussen de mensen onderling.

En wat is verzoenen anders dan bijeenbrengen van wie uit elkaar zijn gegroeid. Zo naar elkaar toegroeien dat ze elkaar zoenen. Daarom noemt men de bijbel met recht het boek van de eenheid.

Daarom lezen wij uit de schrift. Ook vandaag.

In de kerk van Corinthe heerste grote verdeeldheid en allerhande kliekjes binnen de christenen. De ene was voor Paulus, de andere koos voor Petrus, een derde volgde Apollos. Wij zouden zeggen: de enen conservatief, de anderen progressief of links of rechts.

Dat is niet de kerk van Christus, zegt Paulus. Is Christus dan in stukken verdeeld? Wij zijn allen van Christus. Hij is het fundament. Op Hem moeten wij de gemeenschap uitbouwen. Hoe dichter wij bij Christus staan, hoe dichter wij bij elkaar staan.

De eerste lezing en het evangelie hebben een heel andere boodschap. De profeet Jesaja voorspelt dat Gods licht niet zal opgaan in Jeruzalem, het bolwerk van godsdienstigheid; maar in het door Juda verfoeide Noordrijk. Daar waar Joden en Heidenen onder en door elkaar leven.

Dat duister volkske, dat land dat in de schaduw leeft, zal drager zijn van Gods licht en Gods heil.

En Mattheus onderlijnt in het evangelie dat Jezus precies zijn optreden niet begint in Juda, in Jeruzalem, maar in Naftali en Zebulon: het Galilea van de heidenen.

Daar rekruteert Hij zijn eerste volgelingen, daar komen de mensen in grote getale naar hem toe. Jeruzalem moet het einde zijn: het zal ook zijn einde worden.

Beste vrienden, zou Jezus ook nu niet zo te werk gaan als het gaat over de eenheid. Dat Hij ook nu verkiest niet te vertrekken met zijn werk in Rome, het bolwerk van godsdienstigheid, maar dat Hij er de voorkeur aan geeft te vertrekken aan de basis, in Naftali en Zebulon, ongekende plaatsen in onze wereld. Daar waar christenen en niet-christenen, gelovigen en ongelovigen samen wonen en door elkaar leven.

Zou Hij niet vooral daar zijn boodschap van verzoening willen laten klinken.

Laten wij dan het grote werk van de dialoog niet overlaten aan Romeinse kommissies maar zelf de hand aan de ploeg slaan om op de plaats waar wij staan de aarde om te woelen zodat ze de vruchten kan dragen van eenheid, vrede en gerechtigheid.. Amen.

Zoeken in Preken Online