Beste dorpsgenoten en bezoekers,
In de evangelielezing hebben we gehoord hoe de religieuze leiders probeerden Jezus te vangen omdat ze hem kwijt wilden want ze hadden last van hem. Zou het in onze dagen anders zijn als Jezus nu leefde?
Waarom zouden ze hem kwijt willen? Kijk toch eens wat voor goede dingen hij doet? Hij geneest, hij bemoedigt, hij ziet mensen staan, hij geeft hen hoop. Wat is daar nu tegen?
De religieuze leiders zien meer dan al die mooie dingen. Zij zien vooral dat Jezus mensen aan het denken zet, dat hij veel onderste boven zet , dat hij rechten en wetten die tot nu toe absoluut vast stonden - denk aan zijn opvatting over de sabbat, - aantast door de vrijheid, de openheid, het gezag, de nieuwe kijk die van die man uitgaan. Dat is gevaarlijk voor de politieke situatie van het land, de Romeinse bezetter houdt daar niet van, maar het is ook bedreigend voor hun eigen religieuze positie.
Ze moeten hem te pakken krijgen zonder dat het volk, de gewone mensen, hem gaan verdedigen.
De Romeinen zijn de baas over het Joodse volk dat 1200 jaar eerder door God zelf uit
Egypte bevrijd was volgens de traditie. Meewerken met die Romeinen om Jezus te elimineren staat gelijk aan afval van God, dat is verraad. Zo is belasting betalen aan die Romeinen verraad van alles wat het volk heilig was.
Zou Jezus zeggen: “Geen belasting betalen,” dan zouden de Romeinen hem wel pakken als een opstandeling en dan zouden de religieuze leiders die dwarsligger kwijt zijn zonder vuile handen te krijgen. Zou hij zeggen: “Wel belasting betalen,” dan zou hij een verrader zijn in de ogen van de gewone mensen die hem nu nog bewonderen en aan zijn kant staan. Dan zou het volk zelf zo’n verrader wel klein krijgen zonder de religieuze leiders. Dat moest altijd lukken.
En dan komt Jezus met het antwoord dat u allemaal kent: “Geef aan de keizer wat aan de keizer toekomt en geef aan God wat aan God toekomt.” Kan het eenvoudiger? Weer konden ze Jezus niet pakken.
In de tijd van Jezus waren muntstukken gemaakt van zacht metaal. Het beeld van de keizer sleet dan ook heel gauw af, zoals te zien is op de muntstukken die in musea met zorg bewaard worden en niet langer meer rollen zoals geld moet doen.
We kunnen de munt ook omdraaien en aandachtig kijken wat aan de andere kant staat. We kunnen daarbij denken aan de woorden uit het boek der schepping: “God schiep de mens als zijn beeld, als het beeld van God schiep hij hem; man en vrouw schiep hij hen.”
Als we ons geld laten rollen, kunnen we af en toe even kijken of het beeld aan de “andere” kant ook klopt: kennen we onszelf daarin terug als het beeld van God? Wat roept dat beeld op: verwondering, vreugde dankbaarheid, geborgenheid? Kennen we er mensen in terug die ons lief zijn?
Als ik het beeld voor de “andere” kant van de munt zou mogen ontwerpen, zou ik er het beeld opzetten dat u voor u ziet hangen in plaats van het kruis: twee handen die de aardbol, waar wij allemaal op staan, met zachte aandacht eerbiedig vasthouden.
Mogen we onszelf in dat beeld steeds meer terugkennen en terugvinden.
Dat het zo moge worden.