Zoals U weet ben ik met een groep parochianen naar Lourdes geweest en gisteren daar vandaan terug gekeerd. U heeft er misschien berichten over gehoord: vanwege het jubileumjaar is het genadeoord drukker dan ooit. 150 Jaar geleden vertelde het eenvoudige meisje Bernadette dat zij iemand had gezien, een mooie jonge dame die tot haar sprak zoals nog nooit iemand tegen haar gesproken had.
Sinds dat jaar is een stroom pelgrims op gang gekomen die net als het bronwater dat sinds die dag is opgeweld, een onmetelijke hoeveelheid lijkt te bevatten.
In deze oase kunnen mensen schuilen voor de hardheid van de wereld. Hier kunnen zij ervaren dat het evangelie zijn eigen maatstaven heeft om te bepalen wat menselijkheid en menslievendheid is. Het tempo wordt daar bepaald door de kwetsbare en zieke mens. Alle anderen zijn daar als het ware te gast.
Ook in deze viering willen wij dat opnieuw ervaren: wij komen hier samen in het teken van Christus die zichtbaar wordt in de kwetsbare mensen en de tekens van Brood en Wijn, waarmee de Heer ons wil voeden. Mogen wij ons daadwerkelijk door Hem laten voeden.
Het geld van de Romeinse keizers was een gruwel in de ogen van de Joden. Een menselijke afbeelding op muntstukken is voor hen teken van ultieme menselijke hoogmoed. Het is teken van het verlangen dat de mens zijn werkelijkheid wil beheersen. In naam van de keizer wordt handel gedreven, in zijn naam wordt belasting geheven en bezetten de legers het land. Voor je het weet, denk je dat dit de normale gang van zaken in de wereld is, je levert je eraan uit en de keizer krijgt goddelijke trekken. De spanning tussen Joden en Romeinen is niet alleen een politieke, maar op de eerste plaats een religieuze: de Romeinse invloed brengt hen af van hun eigen religieuze identiteit die gelegen is in het geloof in de ene God die zijn levensgeboden heeft geschonken en die bevrijdt uit slavernij.
De Joden weten dat dit verlangen bij de Romeinen naar macht over het bestaan een illusie is: steeds kan de geschiedenis de menselijke macht doorkruisen. In haar geschiedenis heeft Israël dit vaak moeten ervaren: regelmatig verloor ze God uit het oog en vervolgens moest ze erkennen dat ze daarmee haar levensbronnen ontkende. Daarmee was onvermijdelijk een periode van neergang ingezet, die alleen door een vernieuwing van haar oorspronkelijke geloof kon worden omgekeerd. De profeten ontmaskerden de machten van koningen die niet uit God leefden en die niet voortdurend naar zijn levensregels van de tien geboden wezen.
Ontmaskering was een van de woorden die ook vorige week werd gebezigd toen ik in Lourdes in gesprek met een van onze pelgrims was. In Lourdes zijn we getuige van de ontmaskering van de mens. Dat wil zeggen de ontmaskering van de mens die om betekenis te geven aan zijn/haar leven toevlucht neemt tot hulpmiddelen van tijdelijke of materiële aard, of van hulpmiddelen die de mens een oneigenlijke of zelfs valse identiteit geven. Als pelgrim in Lourdes word je niet alleen geconfronteerd met het menselijk lijden maar evenzeer met de kracht en vreugde van het bestaan. Dat zijn twee kanten van het menselijk leven die vaak niet samen lijken te gaan. Ofwel het leven gaat je voor de wind en je kunt je gelukkig noemen ofwel tegenslagen teisteren je bestaan en het geluk is vervlogen en onbereikbaar geworden.
In de vieringen en de ontmoetingen en in de stilte van Lourdes wordt echter verwezen naar een ander geluk. Dit geluk heeft een eigen bron waar de mens actief naar op zoek moet gaan. Het vraagt van de mens om op pad te gaan, om pelgrim te worden, om een zoektocht te gaan maken. Je maakt als pelgrim een einde aan een afwachtend bestaan waarin je verwacht dat het levensgeluk je zomaar aangereikt wordt. Als pelgrim ben je geen consument meer van wat je wordt aangeboden, maar je wordt deelgenoot van het mysterie dat het leven zelf is. Je pelt als het ware de buitenkant weg van de meest zichtbare buitenkant en de kern van het menselijke bestaan, namelijk schepsel zijn, wordt zichtbaar. En ja inderdaad, schepsel zijn betekent een kwetsbaar, tijdelijk en in verschillende zin ook geschonden bestaan leiden.
De pelgrim in Lourdes, vooral de zieke en gehandicapte mens, ontdekt echter dat er een leger mensen, vrijwilligers en professionele hulpverleners, klaar staat om deze pelgrimage mogelijk te maken. Deze mens ontdekt opnieuw of misschien wel voor het eerst dat geluk voor haar/hem binnen de gegeven moeilijke omstandigheden toch mogelijk is. Geluk betekent dan dat de mens zich als een persoon bejegend wordt en niet als onmondig afhankelijk object. Dat is ook de ervaring van Bernadette die ontdekt dat de Dame haar als een persoon aanspreekt. Dat was haar nog nooit overkomen. In die omstandigheden welt een nieuwe bron op die de ware identiteit van de mens onthult, ja die zelfs verwijst naar de naam van de Eeuwige, God zelf: Bron van levend Water.
Als gezonde mens, als pastor voel ik me eerder te gast en bevoorrechte getuige van dit wonderlijke gebeuren dat mijzelf ook raakt en opent voor die nieuwe bron. Deze nieuwe levensbron kan net als de waterbron van Lourdes alleen door die mens worden geopend die net als Bernadette weet heeft van de eigen kwetsbaarheid. Daar herinnert ons deze pelgrimage aan.
In zijn antwoord op de vraag van de Farizeeën en Herodianen maakt Jezus duidelijk hoever de wereld van de keizer af staat van de wereld van God. Zijn antwoord houdt natuurlijk niet in dat er twee gelijkwaardige werelden zouden bestaan, die van God en die van de keizer. Door naar de beeltenis te verwijzen van de keizer, ontmaskert Jezus deze keizer die zich een God acht. De ware mens is geroepen om een beeltenis van God te zijn en niet van zichzelf of van een andere menselijke macht. Jezus roept de mens om steeds die beeltenis van God indachtig te zijn. De mens is in Jezus ogen geroepen om die beeltenis zichtbaar te maken en zelf als het ware transparant te worden om te verwijzen naar wat van God komt. Mogen ook wij daarop gericht zijn.
Amen
29e zondag door het jaar A (2008)
A-cyclus · Tijd door het jaar · 29e zondag · groen