Beeld van de keizer en beeld van God

A-cyclus · Tijd door het jaar · 29e zondag · groen

Geef aan de keizer en geef aan God. Je zou zeggen: Jezus vindt dat de dingen van de keizer en de dingen van God niets met elkaar te maken hebben. Geef aan de keizer het zijne en geef aan God het zijne.

Wat aan de keizer toekomt heb je al gauw gezien, daar heeft men goed voor gezorgd: men heeft er zijn beeld op laten drukken, zo zelfs dat mensen die niet kunnen zien het gemakkelijk kunnen weten. Kijk maar op onze gulden en je ziet of voelt het beeld van onze vorstin.

Heeft God dat ook gedaan? Heeft Hij op dingen die Hem toebehoren ook zijn beeld gedrukt? Laten we maar eens gaan kijken. En dan zien we heel goede mensen die veel voor anderen over hebben. Wij kennen ze. En omdat God liefde is, omdat Hij de goedheid zelf is, lijken deze mensen op God, en kunnen we zeggen, dat God op deze mensen zijn beeld heeft afgedrukt.

Maar die andere mensen dan, die niet zoveel voor anderen over hebben? Die nare, humeurige, egoïstische mensen, die oneerlijke, harde, zakelijke mensen: heeft God vergeten op die mensen zijn beeld af te drukken?

Laten we eens heel nuchter zijn. Van al die mensen kun je bijna altijd zeggen, dat ze toch hun vrienden en zelfs hun geliefden hebben. Hoe komt dat, dat er altijd iemand is, die hen aardig vindt, hartelijk, lief zelfs? Hoe verklaar je dat ik een hekel aan iemand heb, die door een ander wordt bemind? Waarom zien anderen nu wel het beeld van God, en ik niet? En wie ziet nu het juiste?

Vermoedelijk hangt dit samen met onze manier van kijken. Wij kunnen ons afvragen of wij eigenlijk wel geleerd hebben primair naar het goede van een mens te kijken. Van Franciscus weten we dat hij van een onwaardige priester zei: ik wil in hem het kwade niet zien, omdat ik Gods Zoon in hem herken.

Wat is dit nu voor een manier van kijken? Is dit onecht, oneerlijk? Nee, want wat Franciscus zag, was er echt. Het is benijdenswaardig om zo positief in het leven te staan. Want dan ga je steeds meer oog krijgen voor al het goede in de schepping. Dan ga je zeggen: broeder zon en zuster maan, en moeder aarde, en broeder vuur. Dan ga je op alle dingen de handtekening van de schepper zien. En dan zie je op alle dingen dat Hij boven zijn handtekening heeft geschreven: dit heb ik gemaakt voor jou.

En zo kunnen we misschien ook weer iets goeds zien in mensen die wij niet zo graag mogen. Niemand is volmaakt. Je kunt dus op iedereen wel wat aanmerken. Maar je kunt toch ook van iedereen zeggen: ik zie iets goeds in je.

Zoeken in Preken Online