Het lijkt gewoon een slim antwoord, en dat is het
natuurlijk ook; maar toch. We zijn getuigen van Jezus, terwijl Hij
virtuoos op het koord balanceert. Jezus moet steeds op eieren lopen; al
heb je het idee dat Hij soms de problemen lijkt op te zoeken. Denk maar
aan de tempel, wanneer hij met touwen de verkopers eruit jaagt. Denk
aan de momenten dat Hij de Farizeeën en Schriftgeleerden uitmaakt voor
witgepleisterde graven, vol bederf, of als mensen die anderen lasten
opleggen, waar ze zelf altijd onderuit weten te komen. Soms lijkt Jezus
de problemen op te zoeken.
Waar zit dat in? Kijken we naar de situatie. Er is bedrog in het spel,
een valsstrik, ze willen Jezus erin laten lopen. Kiest Hij voor God,
dan kiest Hij tegen de keizer en kunnen ze Hem aangeven bij de
Romeinen. Kiest Hij voor de keizer, dan komt God bij Hem niet op de
eerste plaats en is Hij dus geen ware gelovige.
Ze beginnen met een mooie zin; zoals in een oud Nederlands gezegde
wordt uitgedrukt: ‘Vleiers flemen om hun hoorders beet te nemen’:
“Meester, wij weten dat U oprecht bent en Gods weg in alle oprechtheid
leert; U praat niemand naar de mond want U ziet niemand naar de ogen,
wat denkt U, mogen wij belasting betalen aan de keizer of niet?”
Zoiets kwamen we ook tegen bij Nicodemus, die in de nacht naar Jezus
toe ging; Hij zei: ‘Rabbi, wij weten dat U van Godswege als leraar
gekomen bent, want niemand kan die tekenen doen die U doet, als God
niet met hem is.’ Ook al zo’n mooie zin; maar Jezus is er niet van
onder de indruk.
Mensen zeggen mooie woorden, maar soms koesteren ze in hun hart wrok en
afgunst, of zoals psalm 55 zegt: ‘Hun mond is zo glad als boter, maar
vijandschap is in hun hart; en hun woorden zo zacht als olie, zijn als
een dolk in de aanslag’.
Hoe komt dat? Waarom sturen de Farizeeën hun leerlingen samen met de
Herodianen op Jezus af om Hem onderuit te halen. Hoe is het trouwens
mogelijk? De Farizeeën, die moeten opkomen voor de wet van God met de
Herodianen die nauw verbonden zijn met het huis van Herodes en dus
vuile handen hebben door hun relatie met de Romeinen. Twee groepen die
samenwerken om Jezus in de val te lokken; het is een voorspel op zijn
kruisiging.
Waarom doen ze dat? ‘Meester, wij weten dat U oprecht bent.’ Is dat
misschien het probleem. Als je weet dat een ander oprecht is, oprechter
dan jij, als je weet dat de ander een mens uit één stuk is, meer dan
jij? Is dat niet bedreigend, sta je dan niet meteen in de schaduw? Is
je positie dan niet in gevaar, je status, je aanzien, en dus ook je
macht, je inkomen, je relatienetwerk?
Dat was al zo bij Jezus’ geboorte. Een kind wordt geboren dat de
toekomstige messias is, een prinsenkind uit het koninklijk geslacht,
uit het koningshuis van David. Dat is voer voor rebellen, dat is
inspiratie voor terroristen, voor fanatieke militante gelovigen. Zoiets
moet je meteen de kop indrukken, en een kindermoord was het gevolg. De
Herodesdynastie heeft een grote reeks wreedheden in de geschiedenis
achtergelaten. Het is dus niet vreemd dat Herodianen meewerken aan een
valstrik voor Jezus, want iedere bedreiging kun je maar beter meteen
aanpakken.
Daar staat Jezus dus middenin, bedreigingen van voor en achter, van
links en rechts, ja uit het midden van zijn eigen leerlingen. Waar
haalt Jezus het vandaan om dan tot zo’n uitspraak te komen: “Geeft aan
de keizer wat van de keizer is en geef aan God wat van God is!’.
Kruipt Jezus nu terug? Spaart Hij de kool en de geit? Weet Hij slim te
ontsnappen? Nee, Hij vertelt eenvoudigweg de waarheid, waar iedereen
zijn voordeel uit kan halen. Die leerlingen van de farizeeën hebben
iets om over na te denken, maar de Herodianen ook. Zij zijn uit op
Jezus’ ondergang, maar Hij is uit op hun welzijn. Een wonderlijke
situatie. Hij geeft hun iets om na te denken, zodat ze een dieper
inzicht kunnen krijgen. Zij zien een plan om Hem te vangen, mislukken.
En wij? Die vraag kunnen we ook actualiseren? Moet je belasting betalen
als de overheid er verkeerde dingen mee doet? Betaalde Jezus belasting?
Hoe ging Hij met geld om? Op een keer komt er een man op Jezus toe die
klaagt over zijn broer en hij zegt tegen Jezus: ‘Kunt U niet tegen mijn
broer zeggen dat hij de erfenis met mij moet delen.’ Maar Jezus mengt
zich niet in die familievete; Hij knoopt er zelfs een waarschuwing aan
vast als Hij zegt: ‘Pas op voor alle hebzucht’.
Jezus is werkelijk een vrij mens. Hij is in de wereld en niet van de
wereld. En dat gunt Hij ons ook. Tegen die man die een deel van de
erfenis op wilde eisen, we weten niet eens of hij er wel recht op had,
misschien had hij net als ooit Ezou zijn eerstgeboorterecht verkocht,
tegen die man zegt Jezus: pas op voor alle hebzucht’, ofwel, laat die
erfenis toch zitten, want gaandeweg word jij de gevangene van een
rijkdom die je niet hebt, maar wilt hebben. Bedenk dat de vrijheid van
je ziel met geen geld te koop is. Bewaak die vrijheid.
In de wereld zijn en niet van de wereld. Heb u dat ook als er weer zo’n
pakket reclamedrukwerk in de bus valt, de ene folder nog mooier en
glanzender dan de andere. Kijkt u het toch nog even door, op zoek naar
koopjes, en kijkt u ook de andere folders nog even na, want je weet
maar nooit of er niet een gunstig koopje in staat. Waar komen in onze
maatschappij al die schulden vandaan, een nieuwe lening om de andere af
te lossen. Dikwijls in gezinnen met een normale huur en en een gezond
inkomen. Maar wie weet nog weerstand te bieden aan de drang naar meer
en meer en meer.
Geef de keizer …? Kun je in plaats van de keizer lezen: ‘Geef aan de
wereld wat de wereld toekomt? Hoe kun je Jezus’ uitspraak naar vandaag
vertalen? Moet je dan ook meedoen met de wereld? Moet je meedoen met de
trends, met de hypes, met alle tijdgevoelige domheden? Hier komt de
diepere laag aan bod van Jezus’ uitspraak: Geef aan God wat van God is,
geef aan God wat God toekomt.
Van wie zijn wij? Zijn wij van onszelf? Zijn wij van de wereld? Of zijn
wij van God. Heeft de keizer zijn beeltenis in een munt laten drukken;
God heeft zijn beeltenis in ons gedrukt. Als je helemaal van God bent,
dan sta je vrij in deze wereld, zo vrij als Jezus. Niet gehecht, bereid
om te geven en los te laten. Vrij om goed te doen, vrij om te leven
naar Gods bedoeling, aan niemand schatplichtig. Vrij, zoals God ons
bedoeld heeft. Dan kun je glimlachen als de wereld weer achter een hype
aanloopt. Want jij bent geborgen in Gods hand, wat er ook gebeurt. Amen.\
Begroeting
Van harte welkom u allen hier in de kerk en u die met ons meeviert via de kerkradio.
Jezus spreekt woorden van wijsheid, een wijsheid die de wijsheid van de
wereld overstijgt. In deze viering mag Gods wijsheid ons leven richting
geven.
Ik mag u uitnodigen te gaan staan bij de intrede.\
Voorbede
Priester
Bidden wij vol vertrouwen tot de Vader die ons vrijmaakt om te leven als kinderen van God.
Bidden wij voor Gods Kerk, voor kinderen, jongeren en volwassenen, voor
leidinggevenden, priesters en bisschoppen, dat wij allen vrije mensen
mogen zijn, wel in de wereld, maar niet van de wereld.
Laat ons bidden.
Bidden wij voor de wereld waarin we leven, dat de vrijheid van Gods
kinderen een teken mag zijn, een aanstekelijk voorbeeld, een
inspiratiebron waardoor alle ogen zich richten op Christus.
Laat ons bidden.
Bidden wij om hulp en steun in zoveel rampgebieden in onze wereld. Dat
we hier in ons land dankbaar zijn omdat deze rampen ons bespaard zijn
gebleven, en dat deze dankbaarheid ons stimuleert om hen daar te helpen.
Laat ons bidden.
Bidden wij voor de gezinnen, dat groot en klein mag ontdekken dat
materiëel geluk betrekkelijk is en dat innerlijke vrijheid alles waard
is.
Laat ons bidden.\