HUICHELAARS
Het gesprek tussen farizeeën, aanhangers van Herodes en Jezus is een steepspel tussen loense diplomatie en uiteindelijke helderheid Jezus noemt zijn tegenstanders HUICHELAARS. Zij willen de indruk wekken dat zij de eerlijkheid van Jezus waarderen en Hem daarom hun echte bekommernissen willen voorleggen. Maar in feite bedoelen de farizeeën in aanwezigheid van de collaborateurs die de Herodianen zijn, Jezus te compromitteren. Als Jezus zou antwoorden dat het Romeinse belastingssysteem rechtvaardig is, zou Jezus diepgelovige joden kwetsen. Maar als Hij het tegenovergestelde zou antwoorden, zou Jezus een verdachte worden voor de Herodianen en hun achterban. Daarbij kort nog dat de leerlingen van de farizeeën blijkbaar ook Romeins belastinggeld op zak hebben, hetgeen in striktgelovige kringen, waar het tempelgeld de wisselmunt is, verboden is. Wellicht kwam dit beter uit om zaken te doen. Een schijnbaar belangrijke vraag was zo al lang ‘praktisch’ opgelost! Wat moet er nog worden geantwoord, als men reeds met het beeld van de verfoeide vergoddelijkte keizer in zijn zakken rondloopt? Dit alles is onhelder en duister\
HELDERHEID
Vanuit zijn innerlijke helderheid plaatst Jezus nu heel de situatie in het waarachtige licht, IN HET LICHT VAN GOD. Alleen in de verwijzing naar de levende God komt een mens tot HELDERHEID. Alleen in het ontmoeten van God wordt je hart tot licht. Jezus antwoordt: ‘Geef aan de keizer wat van de keizer is en aan God wat van God is’. Hoe dienen wij dit woord te verstaan? Jezus zegt dat men zijn belastingplicht aan de keizer moet nakomen. Profiteert Jezus alleen maar terloops van de discussie om ook op de plichten ten opzichte van God te wijzen? Ik denk dat dit niet DE BEDOELING IS VAN DEZE WOORDEN. Zo’n antwoord zou Jezus al compromitteren tegenover de Herodianen. Hij zou zo in de valkuil vallen die voor Hem wordt gegraven. Er zijn goede redenen om Jezus’ antwoord in een andere richting uit te leggen. De NADRUK ligt op het tweede gedeelte van Jezus’ antwoord: ‘GEEF AAN GOD wat van God is’. Deze bevestiging wordt dan wel ingeleid door een de wat ironische zin: ‘Als je ’t6ch met het keizerlijke geld rondloopt, betáál dan maar…’.\
DE MENS IS GODS BEELD
Wat moeten wij volgens deze woorden van Jezus dan aan God geven? Er is een verband tussen de keizer en het belastinggeld, omdat het beeld en het opschrift naar de keizer verwijzen. Waar is het beeld en het inschrift van God in deze wereld? Dit is in het hart van de mens. De MENS is GODS BEELD, d.w.z. GODS GESPREKSPARTNER. Omdat wij mensen door God zijn aangesproken, staan wij ten diepste in de dialoog met God. De mens is volgens Paulus ook ’een OPEN BRIEF van Christus, niet met inkt geschreven, maar met de Geest van de levende God, niet op stenen tafelen, maar in de harten van levende mensen’ (2 Kor 3,3). Ditis in Gods ogen de kern van ons mens-zijn.\
GEBEDEN KEUZE IN HET LEVEN
Zusters en broeders. Hoe kunnen wij dit CONCREET BELEVEN? Vooreerst dienen wij vanuit ons diepste mens-zijn de dialoog met God in te gaan. Wij zijn naar deze dialoog, naar deze ontmoeting toe, geschapen. Dit gebeurt uitdrukkelijk in het bidden. Maar het gaat ook om de keuze van heel ons leven. In gebed en leven kunnen wij ons aan God overgeven. Het hoogtepunt van deze dialoog, van deze ontmoeting, is: God danken en prijzen. Daarin kan ons hart rust vinden. En verder dienen wij ook de medemens te eerbiedigen als beeld van God. De heilige Geest schrijft, de unieke brief van elk mensenleven. Opvoeden is dan bv. deze unieke brief te leren lezen om hem tot zijn recht te laten komen.
Ik eindig met een GEBED:
Genadige God!
wij zijn zo kwetsbaar;
maar ten diepste zijn wij uw mensen,
uw beeld, uw eigen handschrift,
ieder op haar op zijn eigen manier.
Sint Augustinus bad tot U:
‘Gij hebt ons naar U toe geschapen,
en rusteloos is ons hart totdat het rust vindt in U’.
Wij willen U daarom danken en prijzen.