29e zondag door het jaar A (2005)

A-cyclus · Tijd door het jaar · 29e zondag · groen

Lieve mensen,

het Evangelie van vandaag heeft veel weg van een debat uit “de Zevende Dag”. Een gewiekste journalist stelt een kritische vraag die de geïnterviewde in een lastig parket brengt. Maar deze weet zich eruit te redden met een kwinkslag, een briljante inval waarmee hij zichzelf buiten schot zet en de journalist in zijn hemd zet. We kunnen ons al het leedvermaak van de toehoorders voorstellen toen Jezus zijn geduchte vijanden, de Farizeeën, een hak zette. Eén-nul voor Jezus moeten ze gedacht hebben. Maar was het Jezus echt te doen om zijn vel te redden of om zijn tegenstanders in hun hemd te zetten ? In zijn antwoord zit veel meer en dat wil ik nu proberen toe te lichten. Eigenlijk geeft Jezus iets mee wat we voor ons christenen tot op vandaag als een praktische leefsleutel kunnen beschouwen, zeker in een samenleving die sterk pleit voor een scheiding tussen kerk en staat. Wat moeten we als christenen bijvoorbeeld doen met nieuwe wetten die haaks staan op onze geloofsovertuiging ? Aan wie moeten wij dan het meest gehoorzamen: aan God of aan een democratische meerderheidswet ?

Geef aan de keizer wat aan de keizer toekomt. We weten allemaal dat een samenleving maar kan functioneren als er wetten en regels zijn die door de burgers gerespecteerd worden. Er is een instantie nodig die de wetten uitvaardigt en sanctioneert. In Jezus’ tijd was dat de keizer; in ons bestel is dat de overheid, de staat, de regering en het parlement. Christenen dienen deze instanties te gehoorzamen voor zover zij het recht in het algemeen en in het bijzonder het recht van de zwakken en de vrede garanderen. Soms werken christenen er zelfs actief aan mee. Denken we maar aan politieke partijen die zich vanuit een christelijke inspiratie profileren. Hoever gaat echter die gehoorzaamheid aan keizer en wet ? We kunnen het heel eenvoudig als volgt omschrijven: “christenen bidden vóór koningen, maar niet tót koningen.” Ze bidden voor de vorst zodat hij zijn opdracht om recht te handhaven en vrede te bewaren kan vervullen. Maar als die vorst zichzelf tot een god maakt, vervalt hun gehoorzaamheid.

Dit alles omdat er nog een tweede deel is in de leefsleutel die de eerste begrenst: “geef aan God wat God toekomt.” Er zijn zaken die van de keizer zijn, maar ook zaken die van God zijn. Indien de keizer of de overheid zichzelf tot God verheft, overschrijden ze hun grenzen. Gehoorzaamheid aan hen leidt tot Godsverloochening. Hitler, Stalin, Pol Pot, Pinochet om er maar enkele te noemen waren allen mensen die zichzelf tot God verheven hebben. We weten hoe onmenselijk hun regimes waren. Zo’n mensen en regimes moeten we nooit aanbidden of prijzen. Gelukkig leven we in België niet in een totalitaire of dictatoriale staat, maar in een pluralistische en democratische samenleving. De waarde hiervan is niet te onderschatten. Want een democratie geeft aan christenen enorm veel speelruimte om hun eigen geloofsovertuiging uit te bouwen en te beleven. In zo’n staat als de onze is het dan niet moeilijk om loyale burgers te zijn en ‘aan de keizer te geven wat hem toekomt’. Dat neemt niet weg dat we vanuit onze christelijke overtuiging wèl kritische medeburgers moeten zijn … want we hebben steeds de opdracht om aan God te geven wat God toekomt. Er zijn zaken die van de keizer zijn, maar ook zaken die van God zijn. Zoals bijvoorbeeld ‘het recht op leven voor ieder mens”: voor ons christenen is dat een onaantastbaar goddelijk gebod. Daarom verdedigen christenen het menselijk leven in al zijn fasen, vanaf het prille begin tot aan het ultieme einde. En dus heeft het recht van zieken en stervenden op palliatieve zorgen voor ons voorrang op het recht op euthanasie. Goed om te weten dat de huidige euthanasiewet, euthanasie wel toelaat en de uitvoerders niet meer vervolgd, maar niemand de plicht oplegt daaraan mee te werken. Dit laatste is voor ons christenen belangrijk.

Ik wil besluiten met de gedachte dat de leefsleutel die Jezus ons vandaag voorhoudt (Geef aan de keizer wat aan de keizer toekomt en aan God wat aan God toekomt) veel belangrijker is dan op het eerste gezicht lijkt. Ze biedt voor ons christenen ruimte en vrijheid voor denken en doen wanneer we in een samenleving komen die meer en meer afstand doet van het christelijke gedachtengoed. Zoiets als bijvoorbeeld de huidige euthanasiewet is geen ramp: het maakt duidelijk dat er een onderscheid is tussen ‘keizer’ en ‘God’ en dat de twee niet hoeven samen te vallen. Bovendien dwingt het ons om na te denken over waar wij als christenen voor kiezen en waar wij voor staan … en dat was misschien nodig.

Zoeken in Preken Online