Dat Jezus het koninkrijk van de hemel vergelijkt met een
bruiloftsfeest, kan ik me goed voorstellen. Ik maak nogal wat
bruiloften mee, in letterlijke zin, als ik een huwelijk inzegen. Dat
heb ik dit jaar vier keer mogen doen. Telkens leef ik met het
bruidspaar naar de grote dag toe, terwijl we in een vijftal gesprekken
praten over de diepere lagen van ons leven: “Wie is God voor je? Waar
herken je in de bijbel iets van je eigen leven? Waarom wil je in de
kerk trouwen? Wat zijn de belangrijkste waarden voor je?” Met zulke
vragen houden we ons bezig. We zoeken naar teksten die voorgelezen
kunnen worden, en die iets uitdrukken van de binnenkant van het leven.
Uit al die gesprekken verzamel ik dan materiaal voor de huwelijkspreek.
Zodoende kan ik iets teruggeven van wat bruid en bruidegom mij hebben
toevertrouwd, en over hun hoofden heen zijn zulke gedachten ook voedsel
voor al degenen die naar de kerk gekomen zijn. Op zo’n bruiloft komen
allerlei mensen samen om één geheel te vormen, allen verbonden in
blijdschap om het bruidspaar. Ouders en grootouders, broers en zussen,
collega’s uit het werk, studievrienden, de buurvrouw, de juf uit het
basisonderwijs, de ontwerpster van de bruidsjurk - het is een hele
mengelmoes van mensen, maar ze zijn samen in vreugde.
Als het gaat
om de bruiloft van de zoon van de koning, is het feest natuurlijk nog
uitbundiger en intenser. Des te pijnlijker is het wanneer dan de
bruiloftsgasten niet komen opdagen, en zich verontschuldigen met behulp
van doorzichtige smoezen: “Ik moet naar mijn akker. Ik moet naar mijn
handel.” Alsof akker en handel op één lijn zouden kunnen staan met een
koning! Iedereen is welkom op de bruiloft, zowel goede als slechte,
zegt Jezus. Dat is het uitgangspunt van zijn verhaal. Hij voegt er nog
iets aan toe: “Je moet wel in je bruiloftskleed komen, dus niet in je
alledaagse goed.” Wie in een spijkerbroek op de receptie verschijnt,
heeft er niets van begrepen. Maar is dat geen onredelijke eis? Waar
moeten die mensen aan de toegangswegen van de stad - een net woord voor
achterbuurten - in ’s hemels naam een bruiloftskleed vandaan halen?
Maar zoals wel vaker in de bijbel moet je weten waar dat woord
“bruiloftskleed” naar verwijst. Het geeft aan dat je je moet
vernieuwen, mooi maken, ontdoen van het aanslibsel van je egoïsme en
onattentheid. De profeet Jesaja zegt het duidelijk: “Je moet het kleed
van de redding aandoen en de mantel van het heil omslaan” (Jesaja
61,10), en de apostel Paulus roept ons toe: “Trek Christus aan als een
kleed” (Gal. 3,27), “Doe de nieuwe mens aan die naar het model van God
geschapen is in ware gerechtigheid en heiligheid” (Ef. 4,24). Of anders
gezegd: Waar haal je het lef vandaan om te denken dat je het koninkrijk
van God kunt binnenkomen zonder gerechtigheid te doen!
De kern van de parabel is nu wel helder, vermoed ik. Maar wat moeten we
met al dat geweld van de woedende koning, die zijn troepen op de
moordenaars van zijn dienaren afstuurt om hen om te brengen en hun stad
in brand te steken? De evangelist Matteüs verwijst hier naar de
actualiteit van zijn dagen. Kort voordat hij rond het jaar 75 zijn
evangelie schreef hadden Romeinse troepen de stad Jeruzalem belegerd,
meer dan één miljoen mensen vermoord, en 12.000 joodse krijgsgevangenen
naar Rome getransporteerd, waar ze aan het Colosseum moesten meebouwen.
Wij zouden niet zo gauw een link leggen tussen de wil van God en de
actualiteit van orkaan Rita, oorlog in Irak en hongersnood in Darfur,
maar Matteüs dacht daar anders over. Hij vond, dat dood en verderf te
wachten staat als je niet luistert naar het woord van Gods profeten en
als je de zoon van de koning negeert. Of als je het in minder grimmige
termen wilt formuleren: geef gehoor aan Gods uitnodiging en kies voor
zijn koninkrijk. Kom naar het bruiloftsfeest.
Laat me de parabel tenslotte nogmaals vertellen, nu in de versie van
twee rabbijnen (Jochanan ben Zakkai en Jehoeda ha-Nasi), jongere
tijdgenoten van Jezus: “Met het koninkrijk der hemelen is het als met
een koning, die zijn knechten tot een maaltijd uitnodigde zonder een
bepaalde tijd met hen af te spreken. De verstandigen onder hen maakten
zich klaar en gingen aan de ingang van het paleis zitten wachten. Zij
zeiden: ‘Zou er iets ontbreken in het huis van de koning? Immers, in
zijn huishouding is steeds van alles aanwezig, dus de maaltijd kan elk
ogenblik beginnen.’ De onverstandigen onder hen gingen echter aan het
werk. Zij zeiden: ‘Er is nooit een maaltijd zonder gedegen
voorbereiding.’ De kalkwitter ging naar zijn kalk, de pottenbakker naar
zijn potten, de smid naar zijn aambeeld, en de voller naar zijn
wasserij. Plotseling gaf de koning het teken, dat allen naar de
maaltijd moesten komen. Men zei dat er haast bij was. Sommigen kwamen
in hun beste pak, maar anderen in hun vuile werkkleding. Toen verheugde
de koning zich over de verstandigen, die het woord van de koning in
acht hadden genomen, en ook het paleis in ere hadden gehouden door het
dragen van schone kleren. Maar op de onverstandigen was hij vertoornd.
De koning sprak: ‘Degenen die zich voor de maaltijd klaargemaakt
hebben, mogen komen en eten. Maar zij die zich niet voorbereid hebben,
zullen niet van de maaltijd eten. Zullen zij zich ongestraft kunnen
verwijderen? Nee, de eersten zullen zitten en eten en drinken, maar de
anderen zullen moeten staan en toezien en pijn lijden. Zo zal het ook
zijn in de toekomst.’ “
Straks worden we allemaal uitgenodigd om deel te nemen aan de maaltijd
van het koninkrijk. Mogen wij erdoor gesterkt worden om het goede te
doen.
Bruiloftsfeest (2005)
A-cyclus · Tijd door het jaar · 28e zondag · groen