Het was op een bruiloft, zoveel was zeker, en het was er groots aangepakt. Eten en drinken en mensen volop. Vrolijke liederen, sterke verhalen, en ook zoiets als een ondertoon van heimwee. Bij dit bruiloftsfeest was ook God aanwezig, incognito overigens, zoals meestal. Ze zat wat stil in een hoekje. En op het geroezemoes van stemmen, als op golven van kabbelend geluid, dreef Ze weg. Ze doezelde en dutte in. Ze droomde en zag. Heel de mensengeschiedenis ontrolde zich voor haar ogen in omgekeerde volgorde, als een film die werd gedraaid van achter naar voren.
Vluchtelingen en asielzoekers liepen achteruit naar een land dat in vrede werd opgebouwd, wapens verdwenen naar fabrieken, politici keerden zich naar binnen, spandoeken rolden zich op, de kreten vol vreemdelingenhaat verstomden.
Ze droomde en zag. Anne Frank werd onder politiebescherming thuisgebracht. Broodmagere mensen achter het prikkeldraad van Mauthausen kwamen op gewicht en werden gezond. De stenen der steengroeven werden brood. De schoorstenen van Auschwitz zogen de zwarte rook terug en koelden af. Een volk kwam tot leven, men¬sen werden bekleed met spieren en huid, kregen adem in hun neusgaten.
Glas sprong terug in de sponningen, kristal voegde zich aaneen, vuur verkeerde in heilige geschriften. Bruin viel uiteen in duizend kleuren, Adolf Hitler leerde schilderen; Benito Mussolini werd doorgeprikt, en werd een jongetje dat het recht van de zwakste nog kende.
Kun je huilen in een droom? God droomde, zag en huilde. In Zuid-Afrika werd het prikkeldraad van de eerste concentratiekampen op¬gerold en terug naar Engeland getransporteerd. In Frankrijk werd Dreyfus een gerespecteerd officier, en Emile Zola kon zijn ‘J’accuse’ intrekken.
Vanuit het getto stroomden kinderen en grijsaards uit over Europa. In Polen en Rusland werden de pogroms omgedraaid: joodse kleine luiden werden gastvrij door boeren en geestelijken onthaald. In Spanje en Portugal werden de verhoren en martelingen van de In-quisitie ingeruild voor gesprekken in eerbied; vervolgens hieven de eerwaarde paters zichzelf gewoon op.
God droomde en zag. Luther slikte zijn antisemitische scheldwoorden in. De kerkvaders van het Vierde Lateraans Concilie aten de davidssterren op. De kruistochten veranderden in bezinningsbijeenkomsten en biechtoefeningen. De kerken in het frankenland en in het Romeinse rijk wisten niet meer aan wie zij het voorbeeld moesten geven met hun boekverbrandingen, uitstotingen, verdachtmakingen en apartheidswetten. Ze kwamen tot inkeer en gingen in de leer bij hun joodse broeders en zusters, om de Schriften te verstaan. Gregorius van Nyssa, Cyprianus, Johannes Chrysostomus en andere theologen van het eerste uur klopten zich op de borst en gingen zich in de woestijn zitten schamen.
Ze droomde en zag. Van een massale hoop gedoopten werden de christenen weer een kleine hechte beweging, en vervolgens een joodse groepering die voor bevrijding ijverde. Kerk en synagoge vonden elkaar als dochter en moeder.
En zie, in het jaar 70 herrees Jeruzalem uit de as van de grote brand, de klaagmuur werd door soldaten uitgebouwd tot de tempel, teken van God-met-de-mensen. Het joodse volk stroomde toe, overal vandaan; vrouwen, mannen, in bloed en tranen geveld, stonden op. En zie; rond het jaar 30 kwam daar ook de joodse jongen Jesjoe uit Nazaret - door de Romeinse bezetter geëxecuteerd - weer tot leven.
Het ontwaken kostte God tijd en moeite. In het grensgebied tussen droom en realiteit, tussen de plaats van waarheid en de duisternis van werkelijkheid, ontdekte God dat ze niet alleen was. Haar droom, haar film van omgekeerde geschiedenis, was ook gezien door twee mannen: gezien en dóórzien. De getrouwe Farizeeër Paulus stond naast Haar, wit weggetrokken van schrik om wat zijn woorden hadden aangericht. En ook de tollenaar Matteüs. Hij sprak: ‘0 God. Ik heb binnen en voor Israël mijn evangelie ge¬schreven, in de lijn van onze eigen profeten. Maar onze joodse zelfkritiek is ons ontstolen, is door anderen vervalst en tot vijandschap en verwerping omgebogen. O God, de vreemdelingenhaat heeft zo een ideologisch fundament gekregen, is mede door mijn toedoen voorzien van het allerhoogste argument: de beschuldiging van godsmoord, die bestraft moest worden met volkerenmoord. O God, had ik dat evangelie van mij maar niet geschreven’.
‘Te laat’, zei God. ‘De geschiedenis - heel die nachtmerrie van broederhaat en moedermoord - kan niet worden teruggedraaid of omgekeerd. Ook niet door Mij, zo machtig ben Ik niet. Misschien, heel misschien, dat mensen een keer in de geschiedenis kunnen brengen’.
Gedrieën staarden zij somber voor zich uit.
Toen God helemaal wakker was, was het feest inmiddels afgelopen. Het bruidspaar was uitgezwaaid, de muzikanten waren allang naar bed. God stond moeizaam op om de zaal op te ruimen en wat etensresten te vergaren. Zo werd ze Zichzelf: een sprokkelende we¬duwvrouw bij de deur, een figuur in de marge.
En jawel: daar kwam een zwerver binnen die op een van de lege stoelen neerplofte en Haar vroeg om brood. ‘Ach Elia, ben jij het?’, sprak God. ‘Kijk Elia, ik heb nog olie en meel, laat ons opnieuw beginnen'.