De feestzaal loopt op den duur vol met gasten. Het heeft heel wat voeten in de aarde gehad voordat het zo ver was. De oorspron¬kelijke gasten wilden niet komen. Ze hadden allerhande smoesjes om voor de eer te bedanken en zich bovendien te verontschuldigen.
Hoewel we dat misschien niet graag aan onszelf toegeven, aarzelen ook de meesten van ons om zich in te laten met God. Er zijn allerlei redenen voor die aarzeling. ‘Ik zou de controle over mijn eigen leven verliezen.’ ‘Moet ik dan zoals Moeder Teresa in de krot¬ten van Calcutta gaan werken?’ ‘Dien ik dan weer iedere zondag naar de kerk te gaan?’ ‘Ik griezel al bij de gedachte aan een mystieke of godsdienstige ervaring!’ ‘Moet ik heel de rest opgeven?’ ‘Mijn hele familie en kennissenkring zou me uitlachen.’ ‘Daar vertrouw ik God niet voldoende voor, je kunt van Gods bestaan niet eens zeker zijn, of wel?’ ‘Ik denk er niet aan om mijn met moeite veroverde on¬afhankelijkheid aan wie dan ook, inclusief God, uit te leveren.’ ‘God zou me helemaal opeisen, en daar heb ik niet van terug.’ ‘Ik zou te veel moeten veranderen’.‘Neen, dank je. Misschien later, nu nog niet.'
Als we zo praten dan kunnen we niet ontkennen dat we door God aangetrokken worden en ons uitgenodigd voelen. De moeilijk¬heid is onze aarzeling. Zoals zo vaak in ons leven kunnen we ons ook hier alleen maar het beroerdste scenario voorstellen.
De Amerikaanse Quaker Thomas R. Kelly (1893-1941) schreef in een bekend modern mystiek geschrift A Testament of Devotion: ‘Daarom zijn we ongelukkig, niet op ons gemak, gespannen, bedrukt, en bang te oppervlakkig te leven. Want van over de grenzen van ons bestaan komt een gefluisterd woord, een zwak klinkende uitnodiging, het voorgevoel van een rijker leven, waarvan we weten dat het ons aan het voorbijgaan is. Al onder druk vanwege de dwaze vaart van onze uiterlijke dagelijkse lasten, staan we bovendien onder druk van die innerlijke malaise, steeds weer het gevoel krijgend dat er ons een rijker en dieper leven beschoren is dan het vluchtige bestaan dat we leiden, een leven van kalme sereniteit, van vrede en kracht. Als we dat nu eens konden verwerkelijken.'
Als we, zoals ons allen gebeurt, ons soms meer direct bewust worden van die uitnodiging, en inderdaad God ervaren. dan doen we vaak zoals de man in het sprookje De Laatste Eenhoorn. Er staat een man in zijn tuintje met een schoffel te werken, als er een prach¬tige eenhoorn voorbijkomt. Hij houdt op met zijn werk, kijkt op, ziet haar, en zegt: ‘O, wat mooi! Je bent prachtig, zelfs mooier dan ik je me ooit heb voorgesteld’, en dan tegen beter weten in voegt hij er aan toe: ‘Wat ben jij een prachtige merrie, wat ben je een prachtig paard! ‘ Hij weet dat het geen gewoon paard is, maar hij geeft dat niet aan zichzelf toe. Hij is bang voor de gevolgen ervan.
We zijn allemaal vromer en mystieker aangelegd dan we ons voordoen. We hebben allemaal meer gezien dan we toegeven, stukjes licht, stralen menselijke goedheid, die zo uit de hemel schenen te komen. We zijn allemaal in het gezelschap geweest van wat - in andere tijden - engelen genoemd werden. We hebben allemaal muziek gehoord die niet alleen van deze aarde kwam. Maar meestal doen we net alsof er niets gebeurd is.
De Afro-Amerikaanse schrijfster Alice Walker vertelt in haar verhaal The Color Purple dat God daar pisnijdig (dat is het woord dat ze gebruikt) om kan worden. God versiert de hele wereld, hangt ze vol met bloemen en fruit, bevolkt ze met de leukste kinderen en niemand die er op let. God schept voor ons hele velden vol van de prachtigste, paars gekleurde lavendel, waar een betoverende geur boven hangt. Niemand ziet het. Niemand let er op. God is pissed off vanwege die onverschilligheid, traagheid, en ongevoeligheid. ‘Wat doet God dan in zo’n geval?’, wordt er dan gevraagd. ‘Oh, dan pro¬beert ze iets anders!’ is het antwoord.
Dat is het antwoord in onze evangelietekst. Als het eerste plan niet lukt, wordt er iets anders bedacht. Er worden op kruispunten en wegen nieuwe gasten uitgenodigd. De zaal stroomt stampvol. Het feest begint. Behalve voor die ene die wel gekomen was, maar toch was blijven aarzelen. De droeve gast, die verwijderd werd.