Zie, Ik heb mijn maaltijd klaar (2005)

A-cyclus · Tijd door het jaar · 28e zondag · groen

“Zie, Ik heb mijn maaltijd klaar.” Tafelen met Jezus komt in het evangelie voortdurend terug: Hij eet met tollenaars, zondaars en Farizeeën (Mt. 9,10; L.c 5,29; 7,36; 14,1 v.). En dat beeld van de maaltijd brengt Hij ook in zijn parabelen. Bij de Joden was de maaltijd een teken van onderlinge verbondenheid en meteen een religieus gebeuren. Zoveel te meer won de symboliek van het bruiloftsmaal aan betekenis, daar de Jood erg gevoelig was voor God, die op komst was als Bruidegom van zijn volk. – Aansluitend bij deze verwachting, stelde Jezus graag het Rijk Gods voor als een maaltijd, vooral als een groots en indrukwekkend bruiloftsfeest. Daarmee bereidde Hij de humus voor om in het laatste Paasmaal de rijke diepte van zijn boodschap over het Rijk Gods openbaar te maken. In de H. Eucharistie wordt het Rijk Gods in kern ons gegeven.

We weten dat het Matteüsevangelie speciaal gericht was aan een Joods voelend milieu. De voorgelezen dubbele parabel is ook tweemaal dramatisch: Het drama van de weigeraars (eerste parabel) en straks het drama van wie niet klaar was voor het feest (toegevoegde parabel).
\

  1. De Koning – dit betekent God - stuurt dienaars uit. Tot tweemaal toe. Zij botsen telkens op een hardnekkige weigering. Hierin moesten de Joden - die Jezus negeerden - zichzelf herkennen.

    a- Een eerste categorie blijkt gewoon niet geïnteresseerd: er is een onverschilligheid die voortkomt uit onwetendheid. Ze vatten de waarde niet van de uitnodiging. Hun voorkeur gaat naar andere prioriteiten: hun akkers en hun handelszaak. - Dat is ook vandaag zo bij ons. De Kerk nodigt uit. En in de Eucharistieviering zegt de priester: “Zalig zij die genodigd zijn tot de maaltijd van de Heer”. Maar men komt gewoon niet naar de tafel van de Heer . Waarom ? Excuses in overvloed:
    \
  • “Ik heb er geen tijd voor”. Men heeft altijd tijd voor de dingen die men verkiest: “Ik moet gaan tennissen” of “er is voetbal”; “zondag is mijn uitstapdag”; “Ik moet thuis een en ander opknappen”; “als ik op zaterdagavond naar de discotheek ben geweest, mag ik ’s zondags toch uitslapen”; “Ik moet mijn examen voorbereiden”… In uw prioriteiten leert ge uzelf kennen. Aan het aantal van uw prioriteiten die voorrang nemen op God, weet ge hoeveel afgoden ge dient.
    \
  • “De Eucharistie zegt me niets. Ze is niet leuk.” Is de Eucharistie soms consumptiegoed? Geloven is binnentreden in de gezindheid en de levensstijl van Christus. Hij is er als gekruisigde, gestorven en verrezen Heer aanwezig, en als bron van Leven. Dit aanvaarden vergt ommekeer. Wellicht heeft het materialisme en de lustcultuur velen van ons hiervoor verhard of ongevoelig gemaakt.
    \
  • “Ik kan daarin niet geloven”. Ook leerlingen begrepen eerst het realisme niet in de rede over het levende Brood: “Deze taal stuit tegen de borst.” (Joh. 6,60). Het gaat inderdaad om een realiteit die ons louter verstand overstijgt. De Eucharistie is een explosie van Gods Liefde en redding. Ooit zei de dichteres Reninca: “De Eucharistie is de hamerslag op de kop van het rationalisme.”

    b- Er is ook een tweede groep. Deze van de agressieve contestanten. Deze grepen de dienaars vast, mishandelden en doodden hen. Duidelijke zinspeling op het lot van de ware profeten en de martelaren. - Deze contestanten zijn er ook vandaag, al is hun agressie daarom niet altijd bloedig, maar wel geraffineerd en doeltreffend. In Frankrijk verscheen onlangs een merkwaardig boek van de journalist Michel De Jaeghere, met als titel: “Enquête sur la christianophobie” (enquête op de christianofobie). Het gaat over een systematische haat of afkeer tegenover al wat christen is: een hedendaags fenomeen dat de Kerk bedreigt, en waarover steeds meer geschreven wordt. Rocco Buttiglione werd afgeschreven als kandidaat Eurocommissaris omdat hij liet blijken dat hij consequent christen was. In de Italiaanse Krant “Ansa” klaagt de apostolische nuntius van Ankara de pertinente institutionele christianofobie aan in Turkije. Christenen liggen onder vuur.
    \
  1. De reactie van die Koning komt neer op een verbazende militaire ingreep. De stad wordt verwoest. Is dit nu een zinspeling op de verwoesting van Jeruzalem, zoals het gebeurd is in het jaar 70 onder Titus ? Het was ook een klassieke uitdrukking die we meermalen terugvinden in de bijbel (Jes. 5,9; Jer. 5,17). In de plaats van de weigerende Joden worden nu mensen uitgenodigd zonder onderscheid, waar men ze ook maar aantreft in steegjes en in straten. Het Rijk Gods gaat naar de heidenen. Typisch voor het Matteüsevangelie. - Maar Matteüs vult aanstonds aan met een tweede kortere parabel. De eerste grote parabel is onvolledig. Het bruiloftskleed immers blijft onmisbaar. Eens uitgenodigd moeten we het bruiloftspak aan hebben, moeten we de nieuwe mens, Christus, aantrekken (Gal. 3,27; Ef. 4, 24; Kol. 3,10). En dat is meer dan onze mooie buitenkant, meer dan het kostuum of de kleurrijke japon die we dragen. Het is ook meer dan wat oppervlakkig vriendelijk humanisme. Het gaat vooral om wie we aan de binnenkant zijn. In het Rijk Gods binnengaan is veranderen, is herboren worden. Ook aan de Eucharistische tafel komen we enkel met een hart dat bewust, vrij en klaar is voor deze ontmoeting, die omvormt. Pas dan wordt de Eucharistie voeding en genezing. Dan is ze zuurstof en Leven. Dan worden we helemaal nieuw.

Zoeken in Preken Online