Vandaag voeren de lezingen ons mee naar hemelse sferen, de messiaanse tijd – het eeuwige bruiloftsmaal van God met zijn volk.
Een bruiloftsfeest is in Israël het grootst denkbare feest.
Acht volle dagen van uitbundige vreugde, een overvloed van eten en drinken.
Het hoeft dan ook geen verwondering dat zowel de profeet Jesaia alsook Jezus het Rijk der Hemelen vergelijkt met een bruiloftsmaal.
Desalniettemin zit in de parabel van de bruiloft naast vreugde en feesten ook een dubbele tragiek.\
- Vooreest zij er gasten die niet ingaan op de uitnodiging.\
- Ten 2° is er een genodigde die wel komt maar buiten geworpen wordt.
De allusie is vrij duidelijk: Jezus stuit op de afwijzing van zijn eigen volk.
Het Rijk Gods zal hun ontnomen worden door hun eigen schuld: hun ongeloof, hun onwil om zich te bekeren en nieuwe mensen te worden.
Zij zijn de gasten die de uitnodiging weigeren, die de dienaars mishandelden en doden of toch naar het feest komen maar dan zonder bruiloftskleed.
En alhoewel dit verhaal in eerste instantie bedoeld was voor de joodse leiders heeft het ook nog een boodschap voor ons vandaag.
Ook wij allen zijn uitgenodigd op het messiaanse bruiloftsmaal van God met zijn volk.
Het feest dat aangekondigt werd door het optreden van Jezus Christus.
Hij maakt ons duidelijk hoe we ons moeten voorbereiden op het grote feest, dat hoe dan ook zal doorgaan.\ - Wij allen worden op het feest uitgenodigd, velen gaan echter niet op de uitnodiging in.
Zij willen niet feesten.
Zij zijn zo met zichzelf en met hun eigen zaken bezig dat ze geen tijd en geen zin hebben om te komen.
Het zijn de mensen die genoeg hebben aan zichzelf en zelfs instaat zijn anderen dood te maken omwille van hun eigen pleziertjes.
- Maar als het feest dan toch begint, doet zich een verrassend incident voor.
Er daagt iemand op zonder bruiloftskleed – de koning gooit hem eruit.
Het zijn de mensen die het feest zouden bederven omdat ze zich innerlijk niet voorbereid hebben.
Zij hebben zich niet bekleed met de nieuwe mens.
Het feestkleed is dan een beeld voor de bekering die van allen vereist wordt.
Zonder inzet, zonder barmhartigheid, vergevingsgezindheid, goedheid,
Zonder het kleed van de liefde mag men niet aanzitten aan het hemelse gastmaal.
We moeten nieuwe mensen worden naar het beeld en de gelijkenis van Jezus Christus,
Anders zal het feest aan onze neus voorbijgaan.
Inderdaad, zo besluit Mattheus waarschuwend:
velen zijn geroepen, maar uitverkoren zijn allen zij die zich ook gedragen als geroepenen.
\