27e zondag door het jaar A (2005)

A-cyclus · Tijd door het jaar · 27e zondag · groen

Het lied van de wijngaard uit Jesaja en de parabel uit het Matteüsevangelie hangen nauw samen.
En wat de sfeer betreft zijn ze goed in te voelen:de Heer van de wijngaard heeft er alles ingestoken wat hij maar had, heeft keihard gewerkt, heeft niet op geld gekeken, alle voorwaarden voor een rijke opbrengst waren vervuld…… de teleurstelling gaat diep en de Heer zint opeen radicale oplossing.
Iedere mens kent dat in zijn leven. Je verlangt hevig naar iets en het komt niet uit, je hebt jarenlang naar iets toegewerkt maar geen resultaat.

Jezus heeft jaren nodig gehad om tot inzicht te komen over zijn roeping en levensopdracht. Toen hij tot dat inzicht was gekomoen trok hij er op uit om te vertellen over Gods bedoelingen met de wereld. Bedoelingen zo mooi dat een mens ervan kan dromen en erop durft te hopen. Bij de arme mensen vond hij dikwijls een luisterend oor, bij de groepen die niets te verliezen hadden. Zíj bleken open te staan voor dat onverwachte dat Jezus over God kwam vertellen.
De reacties van de religieuze leiders van Jezus’ tijd waren heel anders, het Matteüsevangelie staat er vol van.
Zij wezen Jezus af omdat zij geen ruimte hadden en konden maken, vast als ze zaten aan hun godsdienstige wetten en voorschriften. Misschien wel met de beste bedoelingen ruilden ze God in voor zichzelf, dat was het verwijt dat Jezus hen maakte.

Ook het slot van de evangelielezing van vandaag toont de spanningen tussen Jezus en de leiders: “ze begrepen dat Jezus over hen sprak en ze zochten een gelegenheid om hem te arresteren”. Gaat u nu niet achterover leunen met de gedachte: dit zijn zaken van tweeduizend jaar geleden in Palestina.
We weten intussen hoe gevaarlijk het is te denken dat “de Joden” Jezus’ optreden afkeurden en dat zij daarom door God gestraft werden en dat wij, christenen, aan het langste eind zullen trekken, omdat wij immers Jezus volgen.
Dit soort redeneringen die voor christenen de aanleiding waren tot Jodenvervolging zijn intussen ontmaskerd, als zelfoverschatting en als uitwassen van de zeer oude tegenstellingen tussen de Joden en de volgelingen van Jezus.
Immers zowel Joden als de volgelingen van Jezus staan op het fundament van de ene Godsopenbaring in het eerste testament. Vorig jaar werd dat nog eens heel goed duidelijk toen de Nieuwe Bijbel Vertaling verscheen waaraan ook de Joden in Nederland en Vlaanderen, samen met alle christenen hun steun hebben gegeven. (lees ook:D.C.Sherbock enM.Grey, Pursuing the Dream: a Jewish Christian Conversation, Darton, Longman and Todd).
De enige vraag waar het om gaat voor iedere mens, jood of christen is: hoe goed heb ik mij ingespannen om te leven volgens Gods openbaring?

Zijn wij als christenen zo volmaakt in het vervullen van de Schrift? Inkeer en je toevertrouwen aan Jezus en zijn boodschap, zijn de voorwaarden om het rijk van God binnen te gaan, om te gaan horen bij de mensen die echt leven naar Gods bedoelingen.
Matteüs maakt ons in deze verzen van zijn evangelie duidelijk waar het om gaat, in Joodse oren moet dat heel revolutionair hebben geklonken. Het gaat er niet om, zegt Matteus, tot welk volk je hoort, het gaat om de vruchten die je voortbrengt. Het gaat -dat klinkt ons misschien vertrouwd in de oren- om de daden. Zijn er geen resultaten te melden dan kunnen we Gods Rijk voor onszelf wel vergeten, het zal ons ontnomen worden.

De lezingen van vandaag kunnen we verstaan als een beeldende schildering van een heel mensenleven en van de hele mensengeschiedenis, de wijngaard dat is ons leven, dat is de weg van de hele mensheid. De Schrift toont al vanaf de eerste bladzijden een groot psychologisch inzicht, vanaf dat begin wordt de mens wordt afgeschilderd als een tragisch wezen. De mens weet wat er van hem en haar wordt verwacht. De mens heeft weet van Gods uitnodiging tot liefde en van de vrijheid die hem en haar wordt geboden. Pijnlijk is dat de mens dat aanbod telkens opnieuw afwijst, voor zichzelf kiest, zich opwerpt tot concurrent van God. Zo gaat dat vanaf de eerste bladzijde van de bijbel tot de laatste.

En God, uit menselijk gezichtspunt, lijkt die wel gek. Steeds opnieuw blijft God zijn trouw aanbieden, een verbond sluiten, maar de mens keert zich af, volgt een weg op eigen wijze. De brief aan de Hebreeën zegt het zo: ‘op velerlei wijzen en langs velerlei wegen heeft God in het verleden tot de voorouders gesproken door de profeten. Maar nu de tijd ten einde loopt, heeft hij tot ons gesproken door zijn Zoon…." (Hebr.1,1)
Profeten, gezanten van God worden miskend, tenslotte zijn eigen zoon wordt gedood. God vraagt zich af: wat had ik nog meer kunnen doen? De lezingen van vandaag gaan heel direct over u en mij. God nodigt ons uit voor het werken en leven in zijn wereld en verwacht vruchten van ons. Daarop spreekt hij ons aan.

Maken we de wereld beter? Zijn we goede rentmeesters voor de hele schepping? Bevorderen we elkaars geluk? Komt iedere mens tot zijn recht voor zover wij daar iets aan kunnen doen, zijn we zorgzaam voor elkaar? Dat soort heel fundamentele vragen worden ons gesteld.
Intussen “De Heer is naar het buitenland vertrokken”. God zit ons echt niet op de hielen of met een vergrootglas minutieus al onze daden te bekijken, of als een marionettenspeler al onze gangen te sturen. Hij geeft ons de ruimte en laat ons vrij. Hij heeft wel verwachtingen van ons, nl. dat we ernst maken met wat vanaf den beginne in onze wezen ligt opgesloten, onze opdracht om te handelen en te leven ´naar zijn beeld en gelijkenis´.

Kijken we om ons heen dan zien we dat deze wereld nog lang geen plaats is waar het goed leven is voor alle mensen. Sommigen leven er heel goed van en ander houden amper het hoofd boven water. Van de een redden we het leven medisch met groot technisch vernuft en anderen die pech hebben worden het slachtoffer van datzelfde militaire technische vernuft…. Onze conclusie kan niet anders zijn dan dat we onze opdracht als mens onvoldoende waarmaken.

Als je ervoor kiest om Jezus en zijn manier van leven tot hoeksteen van ons leven te maken dan weet je zeker dat je ook kiest voor moeilijkheden en problemen. Want je kiest dan voor waarden die deels haaks staan op wat in onze samenleving belangrijk wordt gevonden.
Armoede en eenvoud staat haaks op de drang naar macht en bezit; Prioriteit aan ouderen die niet meer meekunnen,
ruimte voor asielzoekers die in hun eigen land geen leven meer hebben, opvang voor vluchtelingen verjaagd door oorlog en honger; we zagen het onlangs nog in New Orleans, het rijkste land ter wereld liet juist de armen aan hun lot over.
En ook dichterbij huis lijkt het erop dat het de vraag is of de zorg voor de zwakken in de marktwerking voldoende oplevert, eerder dan de vraag of er echt gezorgd wordt. Armen, uitgestotenen, een steen des aanstoots.
Het rijk van God stelt andere prioriteiten, de mens die zorg behoeft is de hoeksteen omdat je in ieder die zorg behoeft of verloren loopt, kun je Jezus ontmoeten.
Echte volgelingen van Jezus zijn ‘een beetje dom’, ze maken zich druk over mensen over wie een groeiend aantal landgenoten stelt: het land uit met hen, het land uit met hen…

Het einde van de parabel is een open einde. Nog steeds is er uitzicht op een wijngaard die wel vruchten voortbrengt. Het laatste woord is een woord van hoop. De liefde die sterker is dan de dood, begint telkens opnieuw en weet van geen ophouden want God blijft altijd trouw aan zijn verbond en hij biedt het ons aan telkens opnieuw. Hij blijft ons zijn liefde aanbieden zonder einde. Hij draagt ons op adelaarsvleugels en zal ons altijd opvangen…

Zoeken in Preken Online