27e zondag door het jaar A

A-cyclus · Tijd door het jaar · 27e zondag · groen

Homilie n.a.v. het Feest van Broeder Isidoor: Geen held, wel een heilige!

Zusters Passionistinnen, Tielt 2 oktober 2011

We vieren vandaag Broeder Isidoor. Grootse daden heeft hij niet verricht. Hij was geen held. Voor helden maakt men een standbeeld. Welnu, ik zie het nog niet gebeuren dat men op een plein in Kortrijk een standbeeld opricht met op de sokkel geschreven: ISIDOOR, boerenknecht, kok en portier. Want daaraan is niets bijzonders. Isidoor was geen held, maar hij heeft heldhaftig geleefd. Maar een held is geen heilige en een heilige meestal ook geen held.

Wat is dan het verschil?

Een held gebruikt veelal het woord “IK”. Ik doe dit, ik zal dat doen. Ik heb dat gedaan. In het beste geval in het meervoud: Yes, we can! Een held cirkelt rond zijn eigen IK. Bij een heilige komt dat woord “Ik” heel weinig voor. Hij zegt: GOD heeft dat aan mij gedaan. Hij weet dat je niet heilig wordt op eigen kracht, zoals een atleet: op de kracht van eigen energie en training. Een heilige forceert zich niet. Hij zegt: God heeft dat aan mij gedaan. We maken de heiligheid niet; we krijgen ze. Moet je dan niets doen? Jawel, heel veel: je moet de moed hebben je te laten doen. Dat is niet eenvoudig. De kleine Theresia van Lisieux gebruikt daarvoor een prachtig beeld. " Als je een paar verdiepen hoger op moet, zegt ze, dan kan je twee dingen doen. Je kan met veel moeite de trappen nemen en hijgend bovenkomen. Maar je kan ook de lift nemen en bovengebracht worden: ontspannen en dankbaar. Zo is het ook in de heiligheid: neem de lift van het vertrouwen in God en Hij zal je naar boven brengen." Heiligheid is niet zozeer doen: het is zich laten doen.

Als je het leven van Broeder Isidoor leest, valt het sterk op hoe nederig en vroom hij was en hoe sterk zijn vertrouwen in Gods genade in alle omstandigheden van zijn al te korte leven, waarin hij het bijzonder moeilijk heeft gehad.

Heiligen spreken nooit hun eigen woorden, maar het woord van de liefdevolle God. Helden maken zelf hun redevoeringen of laten ze maken door bekwame tekstschrijvers in hun dienst. Ze zijn zelfverzekerd, sterk genoeg om anderen te overtuigen. Heiligen zijn luidsprekers: de microfoon staat in de hemel. God spreekt en zij geven door. Zij versterken en verspreiden Gods woord.

Broeder Isidoor was een stille man. Van hem hebben we enkel een reeks brieven aan zijn familieleden. Geen enkel sermoen van hem bestaat er. Ik vermoed dat hij zelfs niet kon preken. Als portier gebruikte hij meer zijn oren dan zijn tong. Bij helden is het meestal andersom: zij gebruiken meestal hun tong, meer dan hun oren.

Helden doen vaak grote dingen: zij kunnen een land redden, gevaarlijke opdrachten vervullen, hun leven geven. Heiligen doen weinig opvallende dingen en hebben ook weinig prestige. Zij luisteren, zij zijn dienstbaar. Broeder Isidoor was uiterst gedienstig, in de gemeenschap en naar buiten toe. “Broeder Goed” noemde men hem. Hij deed veel voor anderen. Hij presteerde eigenlijk niet. Wat hij gedaan heeft, -tuinieren, koken, kuisen, de deur opendoen, - dat zouden de meesten van ons allemaal wellicht ook gemakkelijk kunnen. Daarvoor hoef je geen diploma te hebben. Er is wel één voorwaarde als je heilig wilt worden: je moet het uit liefde doen. De kleine Theresia van Lisieux zei na een lange zoektocht naar het ideaal: “Nu heb ik mijn roeping gevonden: mijn roeping is de liefde.”

Er is nog een verschil tussen helden en heiligen. Heiligen hebben vaak het lijden in hun leven geïntegreerd. Niet dat zij menen dat God het lijden verheerlijkt, maar zij geloven dat Hij de lijdende mens nabij blijft. Helden kunnen het lijden moeilijk een plaats geven in hun leven. Hun dood is vaak het einde: ze knakken af. Bij heiligen niet: hun dood en hun lijden is vruchtbaar in hun ogen, in eenheid met het lijden van Jezus. Broeder Isidoor heeft veel geleden: een moeilijke geboorte, een lastige jeugd en in het klooster van toen maakte men het een kloosterling niet gemakkelijk. Reeds op 30-jarige leeftijd werd bij hem het rechteroog verwijderd. Daarna heeft hij, ten gevolge van kanker, zwaar geleden. Maar ook in zijn pijnlijke ziekte op zo een jeugdige leeftijd bleef hij de fijne mens, niet geknakt door het lijden, nooit bitter, nooit opstandig. Hij was dankbaar voor elke menselijke nabijheid, voor elke attentie. Zelf moedig in zijn lijden en altijd bemoedigend voor anderen. Gelovend in Gods trouw en barmhartigheid. Hopend te mogen sterven in de vrede van de Heer. Hij stierf in 1916 in triestige omstandigheden. Hij was slechts 35 jaar oud. Omdat het oorlog was mocht niemand van de kloosterlingen zijn lijk vergezellen. In onvoorstelbare eenzaamheid werd hij begraven.

En het laatste verschil tussen heiligen en helden is misschien het grootste. Na zijn dood wordt een held bewonderd: men kijkt naar hem op, men neemt er een voorbeeld aan: men laat zich door hem inspireren. Een heilige bewondert men ook. Maar men doet nog veel meer: men bidt tot hem, opdat hij voor ons zou ten beste spreken bij God. Ik heb nog nooit iemand op zijn knieën zien zitten voor het standbeeld van Breydel en De Coninck in Brugge . Maar voor het beeld van Broeder Isidoor en van zoveel andere heiligen knielt men en bidt men dat zij voor ons ten beste zouden spreken bij God. Want heiligen leven niet alleen bij God voort; zij leven ook actief voort bij de mensen. Het zijn voorsprekers. En de tienduizenden mensen, die passeren bij het graf van Broeder Isidoor in Kortrijk of knielen voor zijn beeld in deze kapel en tot hem komen bidden, zullen dat nooit doen bij het standbeeld van wie dan ook.

Heiligen zijn heel anders dan helden. Het zijn meestal heel eenvoudige mensen: zeer menselijk, levensnabij, zeer toegankelijk. En dat is het wonder. Heiligen hebben iets moederlijks, iets warms. De mensen zeggen: dat is een van ons! Ze zeggen wel: ik zal het zo goed niet kunnen, omdat ik niet genoeg liefde heb. Maar wat hij deed, dat probeer ik in de gewone dingen: in mijn dagdagelijkse taak, in de vreugden en zorgen van elke dag.

Wie weet: er zitten misschien nog Isidoors onder de mensen hier! Ze vallen meestal niet op voordat ze gestorven zijn, maar na hun dood des te meer!

G. Buyse, pastoor-deken em. Tielt

Zoeken in Preken Online