Zusters en broeders,
Zowel in de eerste lezing als in het evangelie wordt een parabel verteld waarin de wijngaard een centrale rol speelt. Een wijngaard die niet geeft wat van hem verwacht wordt. In de eerste lezing brengt hij alleen wilde vruchten voort, in het evangelie zijn het de wijnbouwers die niet deugen. Beelden als deze zijn niet uitzonderlijk. Denk bijvoorbeeld maar aan de onvruchtbare vijgenboom. Maar daartegenover staan evenveel, en wellicht veel meer, beelden en parabels over overdadige oogst. Die lazen we tijdens de zomermaanden. Parabels als die van de zaaier, het mosterdzaadje, de gist in het deeg en het overvolle sleepnet. Parabels en beelden die helemaal ingaan tegen wat we vandaag in de beide lezingen horen.
Zusters en broeders, ik denk dat onze wereld, deze wijngaard van de Heer, zich tussen deze beide polen afspeelt: ziekte, armoede, geweld, misdaad en oorlog aan de ene kant, en aan de andere kant inzet en broederlijkheid en streven naar gerechtigheid en vrede. Ik weet het, bij velen overwegen moedeloosheid en pessimisme. Ik herinner me een audiëntie van paus Johannes Paulus II, iets meer dan een jaar voor zijn dood. Hij citeerde een psalm of een profeet, ik weet het niet meer, maar wat hij citeerde, was niet mis te verstaan: het kwam erop neer dat God zijn wereld verworpen had omdat Hij het niet meer kon aanzien. Hetzelfde pessimisme als dat van Jesaja in de eerste lezing: ook daar laat de heer zijn wijngaard in de steek. De omheining eromheen zal hij weghalen, snoeien en de grond bewerken zal niet meer gebeuren en regen zal er niet meer vallen. De eens zo bloeiende wijngaard wordt een dorre woestenij van distels en doornen.
Is dat het beeld van onze wereld? Lijdt God inderdaad zodanig aan zijn schepping dat Hij ze in de steek gelaten heeft? Het antwoord op die vraag is resoluut ‘nee’, God heeft zijn wereld niet aan zichzelf overgeleverd, en Hij zal dat ook nooit doen. Hij zal altijd aanwezig blijven in de goedheid, het geloof, de inzet van zijn mensen, ook al zijn het er niet veel. Ik denk hier aan een verhaal uit het Oude Testament, meer precies uit het boek Genesis. Sodom en Gomorra maken het in de ogen van Jahwe zo bont dat Hij besluit de beide steden te vernietigen. En dan is er dat heerlijke stukje gesjacher van Abraham, met veel omhaal van woorden en zelfs bijna vuile trucjes om God van zijn voornemen af te brengen. ‘Sta me toe, Heer, dat ik U durf aanspreken, maar gaat Gij met de slechten ook de rechtvaardigen verdelgen? Misschien zijn het er maar vijftig, maar moeten ook zij boeten?’ En wanneer de Jahwe ingaat op zijn vraag, vermindert hij telkens opnieuw het aantal, tot Jahwe belooft de stad te zullen sparen als er maar tien rechtvaardigen zijn. Een heerlijk verhaal dat bovendien, misschien ongewild, op een ontwapenend humoristische wijze verteld wordt. Maar dan wel een verhaal met eeuwigheidswaarde: God laat zijn wereld niet in de steek. Als Hij dat deed, was er helemaal niets meer, zo eenvoudig is dat.
God is onze Vader en onze Moeder. Welke vader of moeder laat zijn en haar eigen bloed in de steek? En welke vader of moeder gaat niet mee op in het geluk en de vreugde, maar ook in de pijn en het verdriet van hun kinderen? En dat is wat uit de beide lezingen blijkt: God lijdt aan de onvolmaaktheid van zijn schepping, God lijdt aan wat wij, mensen, van zijn schepping hebben terechtgebracht. Zijn mooie aarde die op veel plaatsen door de mens in een woestenij is veranderd; zijn mensen, nochtans geschapen naar zijn beeld en gelijkenis, die er een zootje van maken. Het evangelie van vandaag in een notendop. De wijngaard als Gods eens zo mooie aarde, de misdadige wijnbouwers als de mens die zich wil toe-eigenen wat niet van hem is, de mens die zelf godje wil spelen en die voor niets of niemand terugdeinst. Maar die wijnbouwers staan niet voor álle mensen. Het gaat alleen om henzelf. En verder zijn er de dienaren en ook de zoon van de Heer, en daarnaast zijn er andere wijnbouwers aan wie de heer zijn wijngaard zal verpachten, eerlijke wijnbouwers, die naarstig zullen werken en hem op de vastgestelde tijd de opbrengst zullen afdragen.
Zusters en broeders, dit evangelie is geen evangelie van wanhoop en afdreiging. Het schetst wel een beeld van hoe de wereld is en hoe hij zou moeten zijn. Maar er is geen sprake van dat God zijn wereld in de steek zou laten. Jezus is daar heel duidelijk in; Hij corrigeert bij manier van spreken het beeld van Jesaja, bij wie Jahwe zijn wijngaard wel zal laten vergaan. Niet zo bij Jezus. God zal zijn wijngaard níét in de steek laten, maar Hij zal wel de wijnbouwers aanpakken en de wijngaard aan anderen verpachten. God is immers liefde en barmhartigheid, geen wraak. Dus wil Hij altijd opnieuw beginnen. Dat wil Hij ook met ons, hoe bruin we het misschien ook gebakken hebben. Amen.
27e zondag door het jaar A - 2005
A-cyclus · Tijd door het jaar · 27e zondag · groen