26e zondag door het jaar A (2005)

A-cyclus · Tijd door het jaar · 26e zondag · groen

We kennen allemaal het gezegde: wie a zegt moet ook b zeggen. Als je iets belooft, moet je het ook doen. Als je je aansluit bij de fanfare of bij een koor, dan moet je ook komen spelen en zingen en de repetities meedoen. Als je je aansluit bij een voetbalclub of volleybalclub, dan moet ook ook op de trainingen komen.
En als je je aansluit bij de kerkgemeenschap, de gemeenschap van mensen die geloven in Jezus’ boodschap en die samen zijn boodschap willen waar maken in hun leven, dan moet je dat ook heel concreet gaan te doen. in je leven van alledag.
Van Constantijn, die aan het begin van de vierde eeuw keizer was van het Romeinse rijk, is bekend dat hij daarover zo zijn eigen ideeën had. Hij was de kerk weggezind en maakte een eind aan de vervolgingen. Het christendom werd zelfs staatsgodsdienst.
Maar ondanks zijn betrokkenheid bij de kerk, wilde hij niet gedoopt worden. Daarmee wachtte hij totdat hij op zijn sterfbed lag. En de reden was deze: als je gedoopt was, moest je leven volgens de regels van het christendom, dan mocht er in je leven geen plaats meer zijn voor ontrouw, overspel, vechtlust en braspartijen. En Constantijn wilde nog volop genieten van alle pleziertjes die hij zich als keizer kon veroorloven.
Je kunt natuurlijk wel vraagtekens zetten bij die houding. Hij maakte wel een bewuste keuze maar helemaal eerlijk was het niet.
Ik sprak van de week iemand die doopsgezind was. In de doopgezinde kerk kunnen alleen volwassenen gedoopt worden, want, zo redeneren zij, je moet weten waar je ja tegen zegt, want alleen bij een bewuste keuze kun je die keuze ook waar maken in je leven. Ander ben je net als die zoon uit het evangelie die wel ja zei maar in feite niet deed wat zijn vader hem vroeg.
In de katholieke traditie is het al vanaf de tijd van keizer Constantijn de gewoonte dat kinderen aan het begin van hun leven gedoopt worden. Voor het kind is het dus geen bewuste keuze, het is de keuze van de ouders.
Juist zoals de ouders bij de kerkgemeenschap horen en in die gelovige traditie zijn opgegroeid, zo willen zij ook dat hun kinderen erbij horen en in diezelfde traditie opgroeien. Die keuze van de ouders is iets beloven wat zij ook waar moeten maken. Dat ja zeggen moet ergens zichtbaar worden in de manier waarop zij leven en naar de kinderen toe in heel dat proces dat opvoeden heet. Dan alleen kunnen ze later ook bewust kiezen voor het geloof van het doopsel dat ze aan het begin van hun leven hebben ontvangen.
Nu is bewust kiezen in onze tijd vaak heel moeilijk, zeker ook voor de jeugd die zo verschrikkelijk veel op zich af ziet komen. Je kunt alleen bewuste keuzes maken als je echt nadenkt over de zin van leven en geloven. Maar in onze jachtige maatschappij hebben we meestal niet de rust om echt over dingen na te denken. Alleen als je bewuste keuzes kunt maken, op welk gebied ook, kun je die keuze ook waar maken in je leven. Anders loop je het risico dat je iemand wordt die wel ja zegt maar het in feite niet doet.
Dit is het verwijt dat Jezus in het evangelie maakt aan het adres van de joodse hogepriesters en de oudsten: Jullie zeggen wel ja tegen de wet, de tora, het geheel van joodse leefregels en je volgt wel de letter van de wet maar niet de geest van de wet. Jullie maken je schuldig aan harteloosheid, vooroordelen, hoogmoed. Je voelt je verheven boven anderen. Dat is tegen de geest van de wet. Jullie kijken neer op de zondaars en tollenaars, dat zijn mensen die in jullie ogen nee zeggen tegen gods bedoelingen. Maar toen zij zich bekeerden, op de prediking van Johannes de Doper, toen hebben zij wel gedaan wat de wet vraagt maar jullie niet.
Datzelfde verwijt kan hij ook ons maken als we wel ja zeggen tegen het geloof van ons doopsel maar dat niet zichtbaar en tastbaar beleven in ons dagelijks bestaan. Wie a zegt moet ook b zeggen.

Zoeken in Preken Online