Broeders en zusters in Christus,
In de lezingen van vandaag gaat het om het doen van keuzes en het dragen van verantwoordelijkheid. Het hele leven is een aaneenschakeling van het doen van keuzes en het nemen van beslissingen. Sommige keuzes zijn snel gemaakt omdat ze bij de routine van het dagelijks leven horen en we er bijna niet over hoeven na te denken.
Maar u weet ook uit eigen ervaring dat er soms keuzes gemaakt moeten worden waar we liever even over nadenken en een nachtje over willen slapen. Belangrijke beslissingen waar veel van af hangt voor onszelf en onze omgeving zoals familie en werk. Beslissingen die moeilijk zijn, omdat wij verantwoordelijk zijn voor de consequenties. Wij zijn verantwoordelijk voor onze daden en kunnen er op aangesproken worden. Soms stellen we een beslissing uit omdat we bang zijn voor voor de verantwoording. Dat kan betekenen dat ik geen zin heb om verantwoording te dragen, maar het kan ook zijn dat ik weloverwogen tot de conclusie kom dat deze verantwoording voor mij te groot is. Er zijn situaties waarvan we denken: ik hoop dat ik nooit voor die keuze gesteld wordt. Om nog maar te zwijgen van de mensen die tenslotte verantwoordelijk zijn voor dood en leven, oorlog en vrede.
De bijbel is een praktisch boek met verhalen van mensen in allerlei situaties. Mensen geplaatst voor grote keuzes zoals Abraham die zijn geboortestreek moet verlaten en later zijn zoon, zijn toekomst moet offeren. Mozes die zich afvraagt of hij wel geschikt is om het Joodse volk te leiden en te overtuigen, omdat hij niet zo goed kan spreken. Profeten die het onheil over Israël moeten aankondigen en zich daardoor niet bemind maken.
In de bijbel berusten al deze keuzes op de ene grondkeuze: voor of tegen God.
Voor de ene God van Abraham, Izaak en Jakob, de God van het verbond of de vele goden.
In het O.T. zien we de geschiedenis van het Joodse volk dat kiest voor de ene God, maar honderden jaren nodig heeft om zich van de vele goden los te maken. Want de goden van hout en steen zijn op het eerste moment vaak aantrekkelijker dan de onzichtbare, onnoembare God die zich aan onze macht en magie onttrekt.
Hoe anders is de ene God die niet met offers goedgunstig gestemd hoeft te worden en waar we niet bang voor hoeven te zijn. Hij is niet zo maar een god, maar concreet de God van Abraham, de God van het verbond met de mens, die zich toont als bevrijder van zijn volk.
De andere goden van hout en steen zijn door ons zelf gemaakt en voortgekomen uit onze angst. Door hen te dienen proberen we alleen onze angst te onderdrukken. Op deze manier kunnen we nooit uit onze problemen komen en blijven we in een cirkel ronddraaien.
De God van Israël kan ons bevrijden omdat Hij niet door ons gemaakt is en ons overstijgt en niet te herleiden is tot onze wereld van oorzaak en gevolg.
Het mooie van het christendom is dat we niet bang hoeven te zijn voor God.
In sommige religies moet de mens zichzelf bevrijden en proberen op een hoger niveau te komen. Met de angst dat als je tekort schiet, je in een volgend leven opnieuw moet beginnen.
Het christendom is geen geloof van prestatie. Ik hoef mijzelf niet te bevrijden, maar ik word bevrijd door God. God van bevrijding maar ook van vergeving, genade. Wij schieten altijd tekort. Maar waar wij met de volle inzet geprobeerd hebben het goede te doen, daar hoeven wij niet bang te zijn en mogen wij vertrouwen op een God die barmhartig is. Hij geeft ons een toekomst en legt ons niet vast op onze fouten uit het verleden, maar kijkt wie wij nu zijn.
In veel religies is er sprake van goed en kwaad, licht en donker die als gelijkwaardige krachten tegenover elkaar staan en met elkaar de strijd aanbinden, een zogenaamd dualisme.
In de bijbel is er zeker sprake van het kwaad, het duister, maar zijn macht wordt door God gedoogd. God scheidt het licht van het duister en stelt daarmee paal en perk aan zijn macht. In het christendom is dan ook altijd iedere vorm van dualisme fel bestreden. Daarom mogen we er ook niet aan twijfelen dat God het eerste en laatste woord heeft.
God is een God van heil en gerechtigheid. Zo heeft Hij zich in zijn daden van heil betoond aan zijn volk en heeft Hij zich ten volle geopenbaard in Jezus.
Wat betreft Gods daden van heil en zijn genadeaanbod is er voor ons geen verborgen kant van God. God is trouw tot in eeuwigheid en laat niet varen het werk van zijn handen.
Als wij als christenen een keuze maken, moet daarin de grondkeuze voor God ook duidelijk worden. Wat betekent het als wij kiezen voor God en hoe krijgt dat gestalte. God vraagt niet om offers, rituelen en uitwendig vertoon. Kiezen voor God betekent in de eerste plaats het doen van gerechtigheid, de ander tot zijn recht laten komen. Opkomen voor de minder bedeelden in onze samenleving. Niet oordelen over mensen, maar hen een kans geven het goede te doen.
In Israël was een spreekwoord: de vaders hebben onrijpe druiven gegeten en de tanden van de kinderen zijn stroef geworden. Met deze gedachte wil Ezechiël afrekenen. Iedere generatie is verantwoordelijk voor zijn eigen daden en niet voor de misstappen van zijn ouders. Het kan niet zo zijn dat de zonden van de vaderen bezocht worden aan de kinderen en kindskinderen. Natuurlijk zijn een milieu en opvoeding medebepalend, maar er blijft de mogelijkheid andere keuzes te maken dan die van de ouders.
Maar wij mogen ons ook niet verschuilen achter ons verleden en zeggen: ik ben nu eenmaal zo. Wij hebben altijd de vrijheid een andere weg in te slaan. Als iemand eens een verkeerde keuze doet, tot inzicht komt, schuld bekent en zonodig gestraft wordt en daarna goede keuzes maakt, dan mogen wij hem niet blijven veroordelen. Vaak doen mensen dat wel. Eens een dief, altijd een dief. Wij leggen iemand vast op een eens gedane misstap en vergeten dat hij niet samenvalt met zijn verleden en zich kan veranderen. Door zo te denken ontnemen we de ander zijn toekomst en geven hem geen kans het goede te tonen.
Afgelopen dinsdag overleed Simon Wiesenthal. Hij overleefde de kampen. Daarna was er voor hem nog maar één noodzaaak, het opsporen van de oorlogsmisdadigers om zo recht te doen aan hen die niet terug kwamen. Hij kon volhouden omdat hij ervan overtuigd was dat Hitler en God tenslotte niet samen kunnen bestaan.
God is genade. Maar waar geen berouw getoond wordt, hoe klein ook, waar de verantwoordelijkheid wordt afgeschoven op een systeem van vernietiging, daar kijken we in de ogen van het grootste kwaad. Het enige volk dat in de bijbel uitgeroeid moest worden was Amelek, omdat het het Joodse volk in de woestijn in de achterhoede had aangevallen, waar de zwakkeren, vrouwen en kinderen waren.
We sluiten vandaag de vredesweek af. Vrede heeft alles te maken met doen van keuzes en het nemen van verantwoordelijkheid. Vrede kan er zijn als wij de vooroordelen tegenover een ander laten varen en kijken wie hij werkelijk is. Het evangelie spreekt over mensen die een slechte naam hebben, tollenaars en hoeren.
En de fatsoenlijke mensen hebben hun oordeel klaar. Het evangelie zegt dat als deze randfiguren zich bekeren dat zij eerder in het koninkrijk der hemelen zullen binnengaan dan de farizeeërs. De farizeeërs die volgens de letter van de wet leven denken geen bekering nodig te hebben. En zo voert deze wijze van orthodox geloof tot hoogmoed en fanatisme.
Vrede kan er zijn als wij de ander niet veroordelen, maar vertrouwen in hem hebben en hem aanvaarden. Zo geven we hem een toekomst.
Maar ook vrede met ons zelf. Er kan veel in een leven verkeerd gaan. Als wij onze fouten erkennen en een nieuwe weg inslaan, dan mogen wij geloven dat God ons niet doet naar onze ongerechtigheden, maar ons aanvaardt met al onze onvokomenheden en ons een toekomst geeft. De verloren zoon mag thuiskomen.