‘Uw gedachten zijn nu eenmaal niet mijn gedachten en mijn wegen niet uw wegen’ zo hoorden we net in de 1e lezing. Kees Pannekoek schrijft daar het volgende bij:
In het koninkrijk van
God gelden andere maatstaven dan in ons wereldje. Gods gedachten gaan onze
gedachten mijlen ver te boven. Daarom is wat Jezus zegt en doet ook van een andere
wereld.
Onze wereld zegt: wie
niet werkt zal ook niet eten. In de wereld van God krijgt ieder wat hij nodig
heeft.
Onze wereld zegt: jij
een geweer, dan zie ik dat ik er twee krijg. In de
wereld van God worden de zwaarden omgesmeed tot ploegijzers.
Onze wereld zegt: oog
om oog, tand om tand. In de wereld van God geeft de een zijn leven voor de
ander.
Als Gods bedoelingen
met onze wereld waar worden, staat heel de wereld op zijn kop.
Als Gods bedoelingen met onze wereld waar worden, staat heel
de wereld op zijn kop. We zien het in Jezus van Nazareth. We zien het in die
mooie parabel die Jezus vertelt over een landeigenaar, die werkers zoekt voor
zijn wijngaard, die zoveel mogelijk mensen kan gebruiken om de klus te klaren.
Een landeigenaar ook met hart voor de mensen, want hij vraagt aan die laatste ploeg , die van het elfde uur: waarom staat jullie hier de
hele dag zonder werk? En zij antwoordden: omdat niemand ons gevraagd heeft. De
landheer heeft oog voor de achtergrond van deze mensen. Mensen die de hele dag
gewacht hebben op een klusje, op een baantje. Het roept beelden op van
schoenpoetsers, taxichauffeurs, dragers, theeplukkers enz. in Zuid-Amerika of
Afrika of India. En de landheer haalt hen erbij, hij geeft hen geen aalmoes,
maar werk. Hij betaalt wat billijk is, gewoon zoals het hoort, het minimumloon.
Het roept bij mij ook het beeld op van de straatkrantverkopers in onze wijk en stad; van Poolse en
andere buitenlandse arbeiders om asperges te steken of aardbeien te plukken…
Maar ook van de vele mensen die ondanks een zg groeiende economie toch langs de kant staan, omdat ze te
oud zijn of te jong; te weinig of verkeerde opleiding; Achmed
of Ibrahiem heten; ziek zijn of ‘in de WAO’. Wat doet
dat met mensen, als je niet meer nodig bent, als niemand je kan of wil
gebruiken. En als dan blijkt dat je toch nodig bent, dat je zelfs heel erg
nodig bent om een bepaalde klus mee te klaren, dan groei je daarvan als mens.
Ik denk dat ieder van ons, ieder mens dat nodig heeft.
Maar dan draait het verhaal de wereld op zijn kop. Dan gaat
het over de beloning. En de schok van de werkers die heel de dag in de zon
druiven geplukt hebben en toch wel een grotere beloning verwachten dan die
plukkers van het elfde uur, is voor ons super herkenbaar. Het druist in tegen
hunrechtsgevoel. En het onze! Onze maatschappij immers wordt
beheerst door ‘voor wat hoort wat’ en ‘wat schaft dat’; ons moreel aanvoelen
wordt bepaald door prestaties en beloningen te meten en tegen elkaar af te
wegen. De rekenmeesters met de loonstrookjes worden hier buiten spel gezet.
Niet wannéér je gekomen bent telt,
maar dat je gekomen bent! Voor de groep waarvoor Matteus
zijn evangelie schrijft is er blijkbaar een onderscheid tussen ‘de mensen van
het eerste uur’, die Jezus misschien nog gekend of gehoord hebben, en hen die
later zijn toegetreden. En ieder van hen deelt in de goedheid van God. Ook
richt Matteus zich tegen vrome Joden die erg hun best
deden om precies te leven volgens de wet en die dachten daaraan meer rechten te
ontlenen dan mensen, die minder nauwgezet met die wetten omgingen of deze zelfs
overtraden. Maar bij God heeft niemand op grond van eigen verdiensten een
streepje voor. We mogen er allemaal bijhoren en iedereen is nodig en nuttig
voor die wereld van God, ongeacht of onze inbreng nu groot is of minder groot
of misschien wel heel klein.
Aan de tak hier, worden morgen door de kinderen
druiventekeningen opgehangen. Ze hebben deze gemaakt nav
het verhaal van zonet. En misschien lijken kinderen wel meer op God, dan wij
volwassenen, want veel kinderen hebben niet zo’n
moeite met de in onze ogen oneerlijke beloning van de werklieden. Voor hun mogen ook de andere, die minder lang gewerkt hebben,
genoeg geld krijgen om in de gezinnen te kunnen leven.
Daarna ging het over wat jezelf, of je nu jong bent of al
wat groter, kunt doen voor die mooie wereld. En alle talenten zijn daarbij
nodig en nuttig. Als je ze maar gebruikt! Ieders inbreng is belangrijk. Ieders
inbreng telt mee.
Als Gods bedoelingen met onze wereld waar worden, staat heel
de wereld op zijn kop. We zien het dus in Jezus van Nazareth. We zien het in
mensen, die mee naar Maastricht gaan om bij de manifestatie ‘grensgevallen'
erbij te zijn en solidariteit uit te stralen naar hen die blijkbaar niet nuttig
en bruikbaar zijn voor de wijngaard van Nederland. We zien het in mensen die
naast zieken en stervenden blijven staan, die geestelijk zieke mensen in hun
waardigheid laten. We zien het in mensen die blijven ‘kiezen voor vrede’,
ongeacht de wrevel of het onbegrip van hun omgeving. We zien het in Amnesty International, in de wereldwinkel, in al die mensen
die op hun eigen manier proberen alle mensen een waardig plekje te geven.
Immers in de wijngaard van God zullen eersten laatsten zijn en laatsten
eersten.
In de wijngaard van God zal wat kwetsbaar is, sterk worden;
het kleine groot.
In de wijngaard van God zullen volwassenen weer kind worden
en zullen ‘mensen van niks’ het voorbeeld geven.
Want als Gods bedoelingen met onze wereld waar worden, staan
wij, staat heel de wereld op zijn kop. Amen.