‘De eersten zullen de laatsten zijn.’
Een uitspraak die vaak gebruikt wordt ons dagelijks leven. U kunt vast allemaal wel een moment bedenken wanneer u dat zei, of wanneer dat tegen u gezegd werd. De meeste mensen zijn zich echter niet meer bewust van het feit dat zij dan de bijbel aan het citeren zijn.
‘De eersten zullen de laatsten zijn’ heeft meest iets onrechtvaardigs in zich. Hierover nadenkend kwam het gemopper tijdens de kerstnachtdiensten bij mij als voorbeeld naar boven. Je hoort dan vaak mensen zeggen: ik kom altijd in de kerk, maar nu moet ik heel vroeg zijn, anders is mijn plaats bezet door mensen die nooit komen.
Ook het verhaal van vandaag heeft iets oneerlijks. De eerste arbeiders werken de hele dag, de laatste maar een uur en allemaal krijgen ze hetzelfde uitbetaald. Daar blijven we bij hangen. Dat gaat uw en mijn rechtvaardigheidsgevoel te boven. Het is een onverwachte wending om ons iets duidelijk te maken.
Voor de dagloner in die tijd was wat hij per dag verdiende bitter noodzakelijk om zichzelf en zijn gezin te eten te geven. Geen loon betekende ook geen eten.
De landeigenaar heeft daar oog voor en in zijn goedheid betaalt hij iedereen hetzelfde. Hij is daarbij niet onrechtvaardig want hij komt tenslotte zijn afspraken na. Wel lokt hij bewust de reactie van de arbeiders uit door eerst de laatste werkers uit te betalen en als laatste pas de eerste. Hij wil ze bewust confronteren met zijn gerechtigheid.
Dit verhaal is een beeldspraak voor het koninkrijk Gods. De landeigenaar als beeld van God is veel barmhartiger dan wij verwachten en ons kunnen voorstellen. Zijn wegen gaan onze wegen te boven zo lezen we bij Jesaja. God zal zich ontfermen over ieder die naar Hem terugkeert. Door steeds opnieuw naar het marktplein te gaan om te zien of er nog mensen willen werken, wordt duidelijk gemaakt dat bij God iedere mens steeds opnieuw de kans op een bestaan krijgt, mits hij bereid is zich in te zetten.
Het verhaal geeft zo iets weer van onze eigen roeping en menselijke opdracht.
Als over God verteld wordt dat hij barmhartig en genadig is, houdt dat voor ons in dat wij ertoe geroepen zijn Hem daarin na te volgen. Wij krijgen de kans om te leven, geven wij een ander ook die kans? Zijn wij in staat de ander tegemoet te treden met openheid en respect, zonder wantrouwen en naijver? Kunnen wij de barmhartigheid opbrengen om op zijn minst te proberen de ander te vergeven en nieuwe kansen te bieden?
Voor God zijn de laatsten net zo waardevol als de eersten. Het maakt niet uit wanneer je je bekeert, maar het gaat erom dat je die stap neemt. Het geloof en je manier van leven, waarbij we Zijn oproep tot barmhartigheid en goedheid proberen na te volgen, zijn het belangrijkste.
In mensen die dit naleven, wordt God zichtbaar. Dan zien wij in de ander de Ander met een hoofdletter, zien wij God in onze medemens.
Als wij zo met elkaar omgaan, wordt in ons samenleven iets van het koninkrijk van God hier op aarde zichtbaar en zijn we werkelijk samen op weg, gaan we samen verder.
‘Samen verder’ is ook het thema van deze vredesweek.We kunnen alleen samen verder als we bereid zijn onze medemens de kans te geven die hij volgens God verdient. Dat houdt in dat we de ander met openheid en respect tegemoet treden. Met een tolerantie waarbij ieder er mag zijn zoals hij of zij is, gekleurd of blank, arm of rijk, homo of hetero, man of vrouw, inclusief zijn of haar overtuiging en geloof. Alleen dan kunnen we komen tot een samenleving waarbij ieder tot zijn of haar recht komt, zoals Jezus ons heeft voorgeleefd.
De laatste tijd blijkt echter steeds meer dat we met zijn allen toch niet zo tolerant zijn als we dachten. Onder onze oppervlakte heerst intolerantie en onbegrip. We willen wel tolerant zijn, maar eigenlijk zijn we het niet of lukt het niet altijd. Dit is ook een gevolg van wat we als onrecht ervaren: zoals de buitenlander die ‘zomaar’ een huis krijgt terwijl jijzelf of je kind al zolang op de wachtlijst staat. De asielzoeker die ‘zomaar’ geld krijgt zonder te werken, terwijl wij er zo hard voor moeten werken. De angst voor meest Marokkanen die wordt aangewakkerd door de verhalen in de media, waardoor ik toch even moet slikken als ik langs een groepje jongeren moet fietsen.
Hoe kunnen we uit deze spiraal komen? Als we ‘samen verder’ willen, zullen we opnieuw met elkaar moeten nadenken over de weg naar vrede in onze eigen omgeving, in onze samenleving. Daarbij moeten we de gevoelens die er leven zoals boosheid, onzekerheid en angst niet uitvlakken. Er gebeuren immers dingen die niet zomaar te vergeten en al helemaal niet zomaar te vergeven zijn. En er zijn culturele en religieuze verschillen tussen mensen. Die moeten we niet willen veranderen of gladstrijken, maar accepteren en respecteren, over en weer. Maar willen we onze samenleving, onze aarde leefbaar maken, zullen we ons daar samen voor in moeten zetten.
Voor mij is dit een uitdaging. Door steeds opnieuw open te staan voor anderen en hun verhaal. Het gaat in het verhaal van de werkers van het eerste uur immers niet alleen om de beloning, om het geld, maar om het feit dat God mensen nodig heeft. Hij heeft u en mij nodig, om onze aarde leefbaar te maken. Hij roept hiertoe op omdat mensen er voor Hem toe doen. Omdat wij er voor elkaar toe doen.
Door God en onze medemens worden we uitgenodigd te kiezen voor echt samenleven, voor vrede. Om dat te bereiken zullen we met elkaar in gesprek moeten over de waarden van het leven, wat ons beweegt en doet zijn; zullen we de ander nieuwe kansen moeten geven.
‘Samen verder’ wordt dan tot een getuigenis: We zijn tot vreedzaam samenleven geroepen.
‘Christen zijn’ houdt in dat je bereid bent naar die vrede op zoek te gaan, dat je die weg wilt bewandelen. Een moeilijke weg, een langlopend leerproces, maar een weg waard om gegaan te worden. Iets van de onvoorwaardelijke barmhartigheid en goedheid van God, van de landeigenaar, hebben we daarbij heel hard nodig.
Franciscus ontdekte al dat mensen vaak anders waren dan hij dacht. Hij ging daartoe tussen de Saracenen leven en ontmoette er die Ander met een hoofdletter, God, de Onzichtbare die zichtbaar wordt in mensen.
Franciscus ging uit van liefde en tederheid. Hij trad de mensen tegemoet vanuit een zachtheid die in ons allemaal aanwezig is, maar die door onze levenservaringen soms wat op de achtergrond geraakt is.
Het blijven vieren van de vredesweek geeft aan dat we de hoop op vrede niet opgeven.
Dat we blijven geloven en dus moeten blijven werken aan dat visioen van vrede.
Dat de zachtheid van de mens het zal winnen van de harde krachten.
Moge het zo zijn.