25e zondag door het jaar A (2008)

A-cyclus · Tijd door het jaar · 25e zondag · groen

Verleden weekend werd in alle kerken van ons bisdom Brugge een herderlijke brief voorgelezen vanwege Mgr. Vangheluwe, de bisschop van Brugge, over het nieuwe jaarthema van het pas gestarte pastorale werkjaar: ‘God ontmoeten in Zijn Woord’.
Misschien is het zinvol dit weekend in àlle bisdommen van Vlaanderen nog eens een kleine herderlijke ‘brief’ voor te lezen, dit keer vanwege àlle bisschoppen van België, en deze keer over ‘God ontmoeten in Zijn mènsen’… Het gaat dan om het volgende persbericht, dat deze week verscheen op Kerknet:\

Bisschoppen vragen nogmaals aandacht voor mensen zonder papieren
Woensdag 17 september 2008

MECHELEN (RKnieuws.net) - De bisschoppen van België vragen nogmaals aandacht voor het drama van de mensen zonder papieren. De bisschoppen verheugen zich over de recente beslissing om gezinnen met kinderen zonder papieren niet langer onder te brengen in gesloten opvangcentra.

Zij stellen met voldoening vast dat de politici willen komen tot een globale oplossing, die mensen zonder papieren uit hun radeloosheid, veroorzaakt door de aanslepende onzekerheid, moet halen en die een realistische, rechtvaardige en grootmoedige regularisatiepolitiek mogelijk moet maken.

Zij begrijpen dat dit niet het resultaat kan zijn van improvisatie, maar roepen alle politici op de humanitaire hoogdringendheid van de situatie niet uit het oog te verliezen.

Samen met de vele verenigingen die hen daarin steunen, verzoeken de bisschoppen de hongerstakers eens te meer een einde te maken aan hun actie.

Met evenveel aandrang vragen zij alle politieke vertegenwoordigers hun verantwoordelijkheid in dit dossier op te nemen.

Met deze persmededeling roepen de Bisschoppen van België ons nogmaals op de ogen niet te sluiten voor zoveel mensen zonder papieren die integraal en volkomen geïntegreerd sinds lange tijd deel uitmaken van onze samenleving.


Uit een toespraak die ik mocht houden bij het einde van de optocht ‘Laat onze vrienden blijven!’ in Roeselare, op 30 maart 2007:

Berste mensen,

Vanzelfsprekend is het volkomen absurd deze mensen die hier perfect geïntegreerd zijn, die onze taal spreken en weten hoe alles hier reilt en zeilt; die willen werken maar dat niet mogen doen; en deze kinderen en jongeren, waarin we reeds ettelijke jaren onderwijs investeerden, terug te sturen naar een land waarmee zij nauwelijks of geen band meer hebben, terwijl we weten dat wijzelf morgen arbeidskrachten te kort komen en dus mensen zullen moeten binnenhalen om onze economie te ondersteunen en onze sociale zekerheid overeind te houden.

Honderden gezinnen draaien perfect mee in onze dorpen, onze scholen en buurten. Hun kinderen en jonge gasten doen hun uiterste best op school, en ze zijn vaak de voortrekkers in een klasgroep, een sportclub of in een jongerenbeweging. Wij vragen - nee, wij eisen met aandrang een leefbare oplossing voor al deze mensen die hier reeds zoveel jaren zichtbaar en zonder problemen wonen en leven, mens en medemens proberen te zijn…

Martin Buber, een Duitse filosoof, heeft ooit gezegd: ‘Er bestaan geen vreemde mensen. Er bestaan alleen maar mensen die je nog nooit hebt ontmoet…’
Wij hèbben jullie ontmoet, lieve vrienden van overal in de wereld! Voor ons zijn jullie al lang geen ‘vreemden’ meer, geen ‘rare’ mensen, geen ‘verdachten’, geen ‘indringers’, geen ‘bedreiging’ en geen ‘reden tot angst’. Wel integendeel! Jullie zijn onze vrienden. En dat maakt waarachtig een wereld van verschil.
Voor een heel aantal mensen in dit land zijn jullie wel nog altijd ‘vreemdelingen’ - helaas! Ook voor een aantal gezagsdragers, politiekers en wettenmakers in dit land. En dit is onbegrijpelijk, onverdraaglijk en ontoelaatbaar.
Zeg nu eens eerlijk: welke minister kan een kind van acht jaar open en kwetsbaar in de ogen kijken en zeggen: ‘Wij hebben bijna jouw hele leven nodig gehad om te beslissen of je hier misschien zou mogen blijven. Maar nu zijn wij helaas tot de conclusie gekomen dat je beter terug kunt keren naar jouw land van herkomst - ook al weten wij maar al te goed dat je daar geen plaats meer hebt en geen toekomst? Welke minister die zelf kinderen heeft durft dat te zeggen tegen één van deze kinderen? Welke beleidsverantwoordelijke die zelf vader of moeder is, durft dit te zeggen tegen één van deze vaders en moeders die hun uiterste best doen om aan hun kinderen toekomst te bieden
Herman van Veen zingt in zijn lied ‘Signalen’: ‘Geef hen een teken, een signaal, dat geen enkele deur eeuwig dicht zal zijn, dat aan het eind van de tunnel weer licht zal zijn…’ En een beetje verder ook nog: ‘Zoals de mijnwerkers in de mijn: de redding moet al bezig zijn; de anderen zijn hulp gaan halen, het wachten is op de signalen…’
Die tekens en signalen waar van Veen zo dringend om vraagt: die zijn er al lang aan de basis! Ze zijn zelfs veel talrijker dan men aan onze politieke top denkt. Een aantal mensen, buurten, bewegingen en organisaties hebben gelukkig niet op een bevel van de overheid gewacht om de waarden van gastvrijheid en samenhorigheid te herontdekken en heel concreet in dat West-Vlaanderen van ons toe te passen. Toen ze hoorden kloppen hebben zij meteen hun deuren en hun harten wijd open gegooid. Het is goed zo! En als ik zo vrij mag zijn om ook dat even vanuit mijn eigen ‘stiel’ als herder en pastor te duiden: ook God is eindelijk weer op Zijn gemak in de Kerk, Hij is weer thuis in Zijn eigen huis, en onder Zijn deurbel hangt nu weer op heel wat plaatsen in onze provincie Zijn mooiste Naam: ‘Ik-zal-er-zijn-voor-u’. Dat is, vertaald in de termen van deze manifestatie : ‘Illegale kleine-mensen-God, Vader van wie uitgesloten wordt, Moeder van de mensen zonder papieren, Vluchtelingenkind, Vriend van alle mensen die samen-horig mens willen zijn…
Dus zeggen we op deze zondag van ‘de werkers van het elfde uur’ : Bedankt aan alle mensen uit de zorgverbreding, de asielcentra, de leerkrachten en directies, de CAW’s, de bewegingen en organisaties, de kerkmensen, de buren, de professionelen en vrijwilligers, de goede advocaten, de bezorgde en betrokken mensen van OCMW’s, de politiekers met een hart enzovoort… - ik ga er vele vergeten!

Bedankt ook aan allen die zich met hart en ziel blijven inzetten voor de opvang en het begeleiden van al deze mensen en kinderen zonder papieren. Dank u wel, en hopelijk gaat er niets verloren van alle energie en alle goede wil die jullie in deze mensen hebben geïnvesteerd. In elk geval, dank zij jullie heeft Vlaanderen, heeft België, heeft Europa voor al deze mensen ‘uit den vreemde’ een naam, een hart en een gezicht gekregen. Duizend keer bedankt, en voort doen asjeblief, niet opgeven, voort blijven doen!
En dan laatst maar zeker niet in het minst: een ongelofelijk dankjewel aan al die gezinnen en mensen zonder papieren zelf. Jullie hebben ons zoveel gegeven en geleerd in de voorbije jaren. Wij hebben dankzij jullie eindelijk weer een beetje het beste van onszelf en van ons volk ontdekt. Echt waar, wij zijn zò niet, zo onvriendelijk en zo ongastvrij als men het jullie officieel wil doen geloven. Wij zijn geen individualisten, wij zijn geen egoïsten, wij zijn geen racisten, wij zijn geen onverdraagzame mensen. In elk geval - toch lang niet allemaal. Maar dank zij jullie hebben wij dat op-nieuw ontdekt. Jullie hebben ons weer de oude vertrouwde waarden leren in praktijk brengen - jullie vooral, lieve kinderen en jonge mensen : dankbaarheid, eenvoud, vechtlust om te overleven, creativiteit en contentement, optimisme en levenslust, doorzettingsvermogen en hoop op nieuwe toekomst ondanks alles. En je moet weten voorgoed, wat er ook gebeurt: ‘You never walk alone…!'


Ik sluit af met een bekende tekst - voor de gelegenheid een beetje aangepast:

Hoop is
dat blinde machtsuitoefening
niet het laatste is,
dat geen papieren krijgen
niet het laatste is,
dat vreemdelingen haten
niet het laatste is,
dat zeven of acht jaar of nog meer
moeten wachten
niet het laatste is,
dat willen werken maar niet mogen
niet het laatste is,
dat wet is wet en geen pardon
niet het laatste is,
dat ‘het kan me niet schelen’
niet het laatste is,
dat ‘er is niets aan te doen’
niet het laatste is,
dat er alleen voor staan
niet het laatste is,
dat uitgewezen worden
niet het laatste is,
dat onderduiken in de illegaliteit
niet het laatste is,
dat opgepakt worden en weggevoerd
niet het laatste is,
dat opgesloten worden in 127 bis
niet het laatste is,
dat je toekomst afgepakt worden
niet het laatste is,
dat ‘Europa is een versterkte burcht’
niet het laatste is,
dat zelfs het laatste woord van een minister
niet het laatste is.

Hoop is:
dat de lang beloofde omzendbrief van minister Turtelboom
eindelijk publiceren
en een begin maken met een redelijke regularisatie
voor zoveel mensen die al zolang
op de markt van onze samenleving staan te wachten
om te mogen werken
en volop deel hebben aan het maatschappelijk leven
het allereerste is wat men nu zal gaan doen…


Ontzetting

Voor de wet is iedereen gelijk.
Maar in het leven bestaat gelijkheid niet.
De één kent gezondheid, de ander gebreken.
De één groeit op in weelde, de ander in armoede.
De één leert snel, de ander niet.
De één wordt bemind, de ander over het hoofd gezien.

Voor de wet is iedereen gelijk,
maar in het leven zijn er eersten en laatsten.

Wie tien keer meer van hetzelfde werk heeft gedaan,
moet tien keer meer worden beloond.
Dat is in onze gedachten rechtvaardig.
Want je moet ieder gelijk behandelen.
Doe je het niet, dan handel je oneerlijk en naar willekeur.

Toch leven in ons ook andere gedachten.
Toch gaat ons gevoel soms andere wegen.
Er zijn momenten waarop het accent verschuift.
Dat het niet gaat om de vraag: wat is eerlijk?
Maar om de vraag: hoe kom jij tot je recht?

De eersten komen vanzelf tot hun recht.
Ze zijn door het leven toegerust om daarvoor te zorgen.
Maar bij de laatsten ligt dat anders.
Hun vermogen is niet van een vanzelfsprekende kracht.
Als alleen gelijkheid wordt gevolgd, blijven zij altijd achter.
De verschuiving van ‘wat is eerlijk?’ naar ‘hoe kom jij tot je recht?’
is een spiritueel moment.
Er komt een andere laag van gedachten vrij.
De oude zorg was: als er maar naar prestatie wordt beloond.
De nieuwe zorg is: als ieder mens maar leven kan.

Die verschuiving zorgt voor ontzetting.
De laatsten worden ontzet
uit de uitzichtloze positie waarin ze gevangen zitten.
En de eersten staan ontzet.
Ze zijn de laatsten die hier iets van begrijpen…

uit Guus van Loenen: ‘De ziel onder de arm'


‘Overal waar mannen en vrouwen, jongens en meisjes, lijden, strijden, overleven, moeten wij aan hun zijde staan met de bezieling van God. Er is geen verboden grond, er zijn geen verboden plaatsen voor het evangelie. Eén van de grootste zonden is het misprijzen voor de kleine mens. Er is een plaats, er is werk, er is een opdracht voor iedereen. Geen enkele mens is overbodig!
In de bijbel staat het woord ‘gerechtigheid’ voor ‘kansen geven aan anderen’, ‘een andere plaats in de wereld geven’, ‘zijn rechten erkennen’. Wie is die andere vandaag? Het zijn de mensen zonder papieren in onze Europese landen, boeren zonder grond in Brazilië of Afrika, Roemeense zigeuners die niemand wil opvangen. Het zijn de jonge mensen met familiale problemen en schoolmoeheid. De litanie zou te lang zijn om iedereen op te noemen die onze samenleving laat vallen.
Het gaat dikwijls minder over uitbuiting dan over uitsluiting. De uitgebuite mensen maken deel uit van het systeem maar ze ondergaan de gevolgen. De uitgeslotenen vallen buiten het systeem. Ze worden genegeerd. Hun leven en dood telt niet mee. De samenleving heeft geen behoefte aan hen om competitief te zijn en vooruit te gaan. Dit is een nieuw gegeven. Voor de eerste keer in de geschiedenis van de mensheid kunnen de rijken zonder de armen en dat op een mondiale schaal. Het is onaanvaardbaar dat meer en meer verliezers aan de kant gelaten worden terwijl de winnaars zich alle rechten toeëigenen.
We kunnen niet langer verdragen dat mensen zonder papieren in onze samenleving de vergetenen van de groei zouden zijn. Zij zijn hier niét perse te veel! Geen enkele mens kan worden weggegooid als vuil. Op onze planeet waar de bevolking niet stopt met groeien zijn er meer en meer uitgeslotenen die niet uitgenodigd zijn om mee te gaan werken op de neo-liberale markt. Immense getto’s van miserie en kansarmoede bevinden zich naast oases van welvaart. De bezittende klasse blijft op schandalige wijze de meest berooide mensen uitbuiten.
U weet het uit ervaring: een Kerk die het onrecht niet verdedigt maar dat onrecht afzweert en bestrijdt, dat is een teken van bevrijding voor de mensheid. ‘Haar licht zal schijnen als de dageraad’ (Jesaja). Een Kerk die van gerechtigheid haar prioriteit maakt, door zich daar te begeven waar mensen lijden, die Kerk wordt profetisch voor de hele mensheid.
Men kan het evangelie niet verkondigen zonder hartstochtelijke passie om te vechten voor gerechtigheid voor iedereen. Men kan niet slagen in het leven door anderen te elimineren of van kansen te beroven.
Men slaagt slechts in het leven als men anderen helpt in het hunne te slagen. Als de uitgeslotenen blijven verliezen zal de samenleving verliezen. Als het Zuiden blijft verliezen zal het Noorden verliezen. We geraken er nooit uit als we er niet samen uit geraken. De toekomst is aan de solidariteit.
Iedereen is geroepen. Iedereen is verwacht. Iedereen wordt geliefd. God weigert te wanhopen over wie dan ook…'

Mgr. Jacques Gaillot, bisschop van Partenia


VIJF VOOR TWAALF…

God heeft blijkbaar een VDAB, een bureau voor arbeidsbemiddeling. Hij zoekt arbeiders voor zijn wijngaard. Daar is zeer veel over te zeggen. Volgens de parabel is God een wijngaardenier. Hij zoekt medewerkers om in zijn wijngaard te werken. Anders gezegd, Hij heeft plannen met de wereld. Hij roept mensen op om de aarde leefbaar en bewoonbaar te maken. Zo gezien is er niets speciaals aan de hand. Het is allemaal nogal zakelijk. Zou het wellicht om iets anders gaan? Niet alleen over God als werkgever?
Dat god plannen heeft met de wereld, dat houden we vast. Maar wie roept Hij daarvoor? Alle mensen? Dat is de hele vraag. Er is sprake van het derde, het zesde en het negende uur en het elfde uur. Dat staat er niet voor niets. Daar hangt een hele geschiedenis aan vast. Letterlijk. Volgens Matteüs en de hele joodse traditie is God met Israël begonnen. Zij waren de eerste geroepenen. Meteen weet je al welke vraag er volgen zal: mogen de anderen ook geroepen worden? Mogen die er ook bij?
De kwestie toen was of de heidenen, die van over de grens, die van Samaria en Galilea, van Tyrus en Sidon er ook bij mochten. Dat waren de zogeheten arbeiders van het zesde en het negende en het elfde uur. Rekent God op één volk of op alle volkeren? Zo gezien gaat het hier niet om een sociaal of een syndicaal probleem. Het gaat om een religieus probleem: hoe werkt God, hoe gaat Hij met mensen om? Van welke mensen verwacht Hij iets? Wie wil Hij bereiken? Of nog eenvoudiger gezegd, mag Hij van alle mensen houden? Zullen de oude getrouwen van het derde uur dat wel verdragen? Zullen de autochtonen dat wel verdragen? Er is méér dan één parochie waar dit problemen geeft. Het evangelie gebeurt niet ver van ons bed.
Ten tijde van Matteüs was daar zeer veel over te doen. De vraag was toen: wie is de echte erfgenaam, wie de echte opvolger? Het kan toch niet zijn dat het die inwijkelingen zijn, die christenen, die sekte? Die van het elfde uur? En die krijgen evenveel? Dat kon niet en dat mocht niet. Dat was toen de vraag.
Het pikante aan heel deze story is, dat wij, christenen, toen van het elfde uur waren. Want wij, de christenen van vandaag, waren toendertijd heidenen, verstotenen, buitenstaanders, zinloos dolend op de markten van het leven, werklozen voor het Rijk Gods. Wij waren er niet bij vanaf het eerste uur. Wij behoorden niet tot de uitverkoren eerste groep. Wij mogen letterlijk van geluk spreken, dat Hij aan ons heeft gedacht en dat Hij de lift nog openhield toen wij doelloos in de gang stonden en toen de mensen in de lift op de knop wilden drukken… Want voor hen zat de lift al vol genoeg en dus was er geen plaats meer voor ons.
Jezus vond echter dat de lift nog een paar keer open moest. Op elke verdieping stonden immers wachtende mensen. Op elke verdieping drukte Hij op de knop: welkom. Wij waren toen de laatsten die mee mochten. Het was voor christenen toen vijf voor twaalf. Het heeft niet veel gescheeld of er was voor ons geen plaats in de (herberg)lift. Staan er vandaag ook geen wachtende mensen aan de lift? Als wij ze niet binnenlaten, is het vijf voor twaalf voor hen.
Hier wordt de parabel scherp voor ons, christenen. Zullen ook wij de lift open houden om mensen binnen te laten? Durven wij aan mensen van een ander gedacht, van een andere kleur, van een andere cultuur zeggen: kom in Zijn wijngaard?
Eens waren wij de laatsten. Eens waren wij de mensen van een ander gedacht, van een andere cultuur… Wij zouden moeten onthouden hoe triestig het is als niemand ons wil vragen: mogen wij u uitnodigen..?
Wat een delicaat en dringend woord!

fragmenten uit Frans De Maeseneer: ‘Wie is Gods partner?’ en ‘Woorden bij woorden A'


Nog een voorbede voor deze zondag:

Voor de alleramsten in Europa,
vele miljoenen,
dat hun lot zwaar moge wegen
in de vergaderingen van commissies
en parlementen.
Voor allen die zich
niet kunnen handhaven
in de grote concurrentieslag
die overal gaande is

Wij bidden voor onszelf,
dat wij, waar mogelijk, opkomen
voor armen en achtergestelde mensen,
voor asielzoekers en mensen zonder papieren,
voor kinderen uit verre landen
die hier een beter leven zoeken.

Maak ons alert,
bedacht op meer gerechtigheid;
en dat wij waakzaam zijn
tegen politieke programma’s
en overheidsbeslissingen
die de armen het leven nog moeilijker maken
en de rijken de kans geven zich te verrijken.
Wek ons geweten, scherp ons gehoor, onze ogen
voor alles wat mensen in hun waardigheid bedreigt.

Wees dichtbij en verlicht ons
als wij proberen dichtbij elkaar te zijn
in goede en kwade dagen.
Gedenk in uw erbarming
allen die bij ons horen,
geef ons elkaar te zegenen en te behoeden
en tot rust en vrede te zijn.

Huub Oosterhuis, in ‘Levende die mij ziet'

Zoeken in Preken Online