Geen nieuwe C.A.O.

A-cyclus · Tijd door het jaar · 25e zondag · groen

Beste vrienden,

“Als die ook naar de Hemel gaat, dan wil ik daar zeker niet naartoe!“ Dergelijke uitspraken kennen we allemaal uit eigen ervaring en we kennen natuurlijk ook de mensen die ons tot zulke uitspraken verleiden. Doorgaans zijn het diegenen die zich hun leven lang nooit om anderen bekommeren en altijd alleen maar op eigen voordeel uit zijn. Ooit, zo denken wij, moeten dergelijke mensen toch ook wel eens tegen de muur lopen. En wanneer niet in deze wereld, dan toch zeker wel in het hiernamaals, wanneer God zelf de rekening opmaakt.

Dat wij met ons rechtvaardigheidsgevoel niet alleen staan, dat toont het evangelie van vandaag aan. Daar staat: “Toen begonnen ze over de landheer te morren!“ En ik ga er zelfs van uit dat Mattheus het nog heel zacht heeft verwoord. Ik kan me heel goed voorstellen hoe het er daar aan toe moet zijn gegaan toen iedereen, alhoewel ze allemaal een verschillend aantal uren hadden gewerkt, toch hetzelfde loon kregen. Wanneer zoiets in onze tijd zou gebeuren zouden de sociale partners worden opgetrommeld en de vakbondsmensen zouden woedend achter hun microfoons kruipen. Neen, bij een dergelijk gebrek aan rechtvaardigheidsgevoel zouden zelfs sommigen onder ons nog op de barricaden kruipen. En dan vraag ik me af: „Hoe kan God toch op het einde iedereen gelijk behandelen? Wanneer Hij dat doet, wanneer op het einde toch iedereen hetzelfde krijgt, dan kan ik me toch terecht afvragen waarom ik dan nog moeite zou doen? Zoals die firma die we kennen zou ook ik kunnen zeggen: Ik ben toch niet gek? Ik ga me toch niet afjagen om uiteindelijk toch maar hetzelfde te krijgen als al diegenen die bijna niets hebben gepresteerd! Dus doe ik het net als zij: ik doe weinig of niets en dan haal ik op het einde van de dag toch hetzelfde loon af als de anderen. Alleen, zo was het helemaal niet, die andere dagloners waren niet gewoon lui, men had hen gewoon niet ingehuurd. Een beeld dat ook vandaag nog geldt voor miljoenen mensen in de wereld. Mensen die verlangen naar werk, maar die gewoon de indruk krijgen dat men hen niet meer nodig heeft. Met luiheid en gemakzucht heeft dat helemaal niets vandoen en wij moeten ons ervoor hoeden dat we niet alle werkzoekenden over dezelfde kam scheren als die minderheid onder hen die echt profiteert en niet wil werken.

Maar ik ben ervan overtuigd dat het voor Jezus hier niet gaat over een nieuw soort van CAO. Hij wil zijn toehoorders, door het gebruik van gelijkenissen en beelden, sommige zaken gewoon vanuit een andere gezichtshoek laten bekijken. Dus is het beter als we de zaak eerst even van dichterbij bekijken om niet het gevaar te lopen verkeerde besluiten te trekken.

Zoals reeds gezegd, ik ben ervan overtuigd dat deze gelijkenis van Jezus niet geschikt is voor het opstellen van een nieuwe collectieve arbeidsovereenkomst. Hij wil ons eerder brengen tot een nieuwe grondhouding in ons eigen denken. Vergelijkbaar met het 77-voudig vergeven dat Hij ons voorhield.

Wat ik daarmee bedoel? Wel, vraag uzelf even af wat u zelf het meest wezenlijke van het Christelijke geloof vindt. Misschien is uw antwoord dan niet zo verschillend van de resultaten van een enquête in dezelfde zin, die de volgende antwoorden opleverde: Je moet je aan de geboden houden, je religieuze plichten vervullen, naar de kerk gaan, je kruis dragen en bepaalde leerstellingen van de Kerk geloven. En daar zou ik nog bijzetten “ook wanneer je ze misschien niet helemaal begrijpt.” Nu vraag ik u: is dat nu werkelijk de boodschap van Jezus? Is dat echt de kern van Zijn leer?

Laten we de parabel van vandaag even vanuit deze gezichtshoek bekijken: Op het einde van de dag krijgen diegenen die amper een spade in de hand hebben gehad even veel als diegenen die tien keer zoveel hebben gepresteerd. En wat ons nog meer ergert: De Heer des huizes, dus God zelf, zet zich ook nog aan de kant van die, zeg maar gerust, „Parasieten!“ Als Hij, in onze ogen, een goede werkgever zou zijn, dan zou hij evenredig verlonen. Maar wat zegt Hij tegen de morrende groep: Jullie verwijten zijn onterecht. Ik ben rechtvaardig geweest. Jullie hebben gekregen wat overeengekomen was en heb dus woord gehouden. Wat jullie als onrechtvaardig aanvoelen zie ik helemaal anders. Daarbij zou ik willen vragen dat jullie mijn inzicht niet alleen zoudt leren begrijpen, maar dat jullie ze ook zelf zoudt toepassen. Toegegeven, wat ik aan deze werkers van het laatste uur geef hebben ze niet op dezelfde manier verdiend als jullie. Maar ik wil het hen toch schenken. Want ik wil dat ook zij alles hebben wat ze nodig hebben om te leven. En wees toch eerlijk: Profiteren jullie er ook niet van dat ik de liefde en niet de gerechtigheid tot basis van mijn handelen maak?

Wanneer iemand onder jullie nu zegt: „dat kan ik niet!“, dan vraag ik terug: „gaat het jou werkelijk om gerechtigheid - of is het gewoon maar nijd of liefdeloosheid die je blik verduistert?”

Die andere manier van zien die Jezus ons met deze gelijkenis wil bijbrengen is dat wij die ogenschijnlijke onrechtvaardigheid van God moeten leren herkennen als vrijgevigheid en liefde.

Misschien moeten we daartoe ons begrip over de blijde boodschap herzien en ons afvragen: In Christen zijn voor mij echt alleen maar het vervullen van plichten, het leveren van inspanningen en het dragen van lasten? Is God voor mij niet meer dan een boekhouder, een hemels wezen dat niets anders te doen heeft dan ieder van ons dag in dag uit in het oog te houden en exact te noteren wat wij aan goede en slechte dingen hebben verwezenlijkt?

Maar dan zou zijn boodschap zich in niets onderscheiden van één of andere religie van wetten en regels. Moeten wij als christenen dan werkelijk vol jaloezie naar onze atheïstische buur kijken, omdat die het gemakkelijker heeft, omdat die niet moeten bidden of naar de kerk gaan en zich ook op gebied van moraal misschien ook meer kan veroorloven omdat hij geen rekening moet houden met die goddelijke rechter? Moeten wij ons dan ergeren over die mensen die zich het ganse jaar niet in de kerk laten zien en dan op de grote feestdagen op de beste plaatsen gaan zitten? Moeten wij de anderen dan echt altijd weer opnieuw hun fouten onder de neus wrijven?

Ons Christen zijn mogen we niet zien als een last, maar we kunnen het beleven en ervaren als een geschenk, een bevrijding en als een hulp in het leven. Wat zegt Paulus ook weer over de vruchten die God aan ons christenen geeft? Het zijn: Liefde, vreugde, vrede, vriendelijkheid en goedheid!

Paulus zou nooit boos geweest zijn tegen een heiden die Christus pas op het elfde uur, dus pas kort voor zijn levenseinde, zou hebben gevonden. Hij zou het hoogstens hebben beklaagd dat die man zo lang onvrij had moeten rondlopen. Laten we daarom proberen om die wat andere Geest van het evangelie in te ademen. Dan zullen we voelen dat Gods aandacht en liefde ons menselijk en moreel begrip en ons gerechtigheidsgevoel ver overstijgt, omdat zijn liefde voor ons altijd ongegrond is. We kunnen haar noch met onze ervaring motiveren, noch met onze verwachtingen begrijpen. Alleen wanneer we God begrijpen als diegene die ons altijd ongegrond oneindig lief heeft, dan kunnen we ook het gedrag van de eigenaar van de wijngaard begrijpen. Hij geeft iedereen een dinar, dat is een rantsoen waar iedereen goed van kan leven. Een rantsoen dat ook wij, in de vorm van hoop en broederlijke liefde zo dringend nodig hebben. Zodat we dan misschien wel zullen zeggen: “ Ik ben blij dat die persoon dan toch ook de goede weg naar de hemel heeft gevonden. Amen

Zoeken in Preken Online