Het was afgelopen dinsdag Prinsjesdag. Dat zal u niet zijn ontgaan. Ik zou u daarover vanuit mijn vakgebied veel kunnen vertellen, maar dat zal ik hier niet doen. Het is vooral een dag van uitersten. Monarchie en democratie raken elkaar. Oranje gaat samen met de politiek. En er is veel uiterlijk vertoon. Pracht en praal. Mensen zijn mooi gekleed of feestelijk uitgedost. De laatste nog in dienst zijnde militairen hebben eeuwenoude uniformen aan. Er is veel muziek, nog niet wegbezuinigd. De koning rijdt in een gouden koets. Iedereen juicht en iedereen is blij. Maar dan komt de boodschap. En niemand lacht. We moeten de broekriem aanhalen. Er komen bezuinigingen. Het mes gaat in allerlei toeslagen en uitkeringen en alles wordt weer duurder. Faillissementen, ontslagen en hoog oplopende werkloosheid. Het is een droevige boodschap verpakt in een feestelijk omhulsel. Het doet me soms denken aan Palmzondag. Iedereen juicht, de koning rijdt voorbij. Maar de boodschap is niet vrolijk. Er komt zwaar weer aan, het wordt lijden. Weet u dat het in de eucharistie ook zo is? Prachtige bloemen, een mooi gebouw, een priester in een kazuifel van brokaat, een bijna hemels zingend Lieve Vrede Koor. Maar de boodschap is minder euforisch. En als we dan naar buiten gaan, zeggen we: “Het was een mooie mis”. We hebben weer genoten, net als op Prinsjesdag. En we vergeten meteen de boodschap. Of, we gaan net als de politici, bakkeleien hoe we die boodschap moeten uitleggen.
Hoe anders zou Prinsjesdag dit jaar zijn geweest, als onze minister van financiën de onrechtvaardige rentmeester uit het evangelie van vandaag had ontmoet. Dan was in één klap de staatsschuld gehalveerd. Daarmee ook onze rentekosten en we zouden meteen 6 miljard hebben overgehouden. Moet je je eens voorstellen dat dat u of mij gebeurt. Er komt een deurwaarder aan de deur. De man zegt: “Pak uw schuldbekentenis en halveer hem”. Schulden hebben we wellicht allemaal. Of we staan tenminste bij iemand in het krijt. De schuld van 10.000 euro wordt er 5. De hypotheekschuld van een ton wordt 50.000. En naast geldschulden hebben we misschien andere schulden, veel belangrijker. De morele schuld aan een partner of familielid of oude vriend. Ook die schuld kan gehalveerd worden. Wat een feest, beter dan een loterij; bijna een sprookje. De deurwaarder deed het niet voor de lol, want hij had een slecht geweten. Hij was een rentmeester die werd aangeklaagd, omdat hij het bezit van zijn heer had verkwist. Hij wist in ieder geval op een uiterst slimme manier met het naderende onheil om te gaan en dat misschien wel geheel van zich af te wenden.
Wij allen zijn rentmeesters. We kwamen op de wereld en we kregen van een vorige generatie geld en goederen aangereikt. We zijn rentmeester voor elkaar, voor onze kinderen, voor onze spullen, en voor alle goederen van deze aarde. Ook immateriële goederen zoals onderwijs en geloof. We zijn er geen eigenaren van. Je bezit je partner niet, je kinderen niet en de goederen van deze aarde ook al niet. We moeten er als rentmeesters mee omgaan. Dat vergt een zorgvuldig beheer. En uiteraard moet je aan het einde van je beheer rekenschap afleggen van dat beheer. We moeten zuinig zijn op Gods aarde, en op onze medemens, die geschapen is naar Gods beeld en gelijkenis. En we moeten vervolgens dit alles weer doorgeven aan een volgende generatie. Doorgeven, eventueel vergroot of vermenigvuldigd, maar zeker niet vernietigd! In dit evangelie worden we aangeklaagd, omdat we het bezit van de Heer verkwanselen. We gaan slecht om met de aarde en met haar schatten. We draaien de duimschroef aan bij onze schuldenaren, terwijl wij het zó goed hebben. Beter dan wie dan ook op deze aardbol. We zijn rijker geworden dan ooit te voren en we proberen om steeds nog grotere rijkdom te verkrijgen. Tegelijkertijd neemt de armoede spectaculair toe. De kloof tussen rijk en arm wordt steeds groter, tussen landen en tussen mensen, ook in eigen land. Wij vragen straks ongetwijfeld om clementie en vergeving van de Heer. We staan bij Hem diep in het krijt, want we hebben bij Hem een torenhoge schuld. We moeten dus wat gaan doen. We moeten het heel anders aan gaan pakken. Zo zie je dat je de Bijbel kunt nemen als uitgangspunt voor je handelen, ook voor je politiek handelen. Partijen van links en rechts beweren altijd bij hoog en bij laag dat je de Bijbel niet als richtsnoer van politiek handelen kunt nemen. Dat zeggen ze zeker om de ultieme consequentie van het evangelie te ontlopen. We zouden als EU-landen tegen Griekenland of Cyprus kunnen zeggen: “Pak uw schuldbekentenis en halveer hem”. Onze minister van buitenlandse zaken zou dat ook tegen menig Afrikaans land kunnen zeggen. Er heerst daar grote armoede, soms hongersnood, en ze hebben torenhoge schulden aan het rijke westen.
De Heer prees de onrechtvaardige rentmeester dat hij in overleg had gehandeld. Maakt ook u dus vrienden door middel van de onrechtvaardige Mammon. Een knecht kan geen twee heren dienen. Je kunt niet God en tegelijkertijd de Mammon dienen. De Mammon staat dan voor het geld. Je kunt niet voor God leven en tegelijk voor het geld of voor de rijkdom.
Het is een prachtig vooruitzicht dat onze schuld kan worden kwijtgescholden. We bidden daar dagelijks om: “Vergeef ons onze schuld”. Maar er zit een maar aan. De aap komt uit de mouw. “Vergeef ons onze schuld”, maar de zin die daarop volgt, is veel belangrijker dan die smeekbede. We bidden vervolgens: “zoals ook wij aan anderen hun schuld vergeven”. Dus voordat we ter verantwoording worden geroepen, moeten we maar eens naar onze schuldenaren gaan en aan hen aanbieden de schuld te vergeven of te halveren of in der minne te schikken. Leg het eens bij. Leg het eens bij met uw vader of moeder, met uw kind, met de buurman, met het medekoorlid. Daarvoor hebben we de vermaning van vandaag eerder nodig dan het familiediner van de televisie. Misschien worden we er uiteindelijk rekenkundig niet beter van omdat ons huishoudboekje aan beide kanten, aan de debetkant én aan de creditkant, wordt verlaagd. Maar we worden er wél betere mensen van.
Vergeef ons onze schuld zoals ook wij aan anderen hun schuld vergeven. En leid ons niet in bekoring, zodat we niet als onrechtvaardige rentmeesters gaan leven. Want we kunnen niet langer op deze manier rentmeester zijn over wat de Heer aan ons in medemensen, in geloof en in goederen heeft toevertrouwd. En als we straks naar huis gaan en tegen elkaar zeggen: “Het was een mooie mis; die man heeft weer aardig gepreekt”, laten we het dan niet bij woorden laten. Er zit namelijk een boodschap in, die op voltooiing wacht.
Amen