Zusters en broeders,
Ik zou dit het evangelie van de kleine aantallen willen noemen. Eén broeder, een of twee getuigen, twee of drie verenigd in zijn naam. Om meer gaat het niet. En om de kerkgemeenschap. Die zal ten tijde van Jezus ook wel niet zo groot geweest zijn, voor zover er toen trouwens al van Kerk kon gesproken worden. Een evangelie geschreven op de maat van onze huidige kerkgemeenschap: ook die puilt niet uit van de grote aantallen. Meer dan twee of drie, dat wel, maar echt grote aantallen zijn veeleer uitzondering dan wel regel.
En dan de inhoud, de kern: Wees de hoeder van je broeder. De cynische vraag van Kaïn, nadat hij zijn broer Abel heeft vermoord en God hem vraagt waar die is. “Ben ik soms de hoeder van mijn broeder?” “Natuurlijk ben je dat”, antwoorden Ezechiël in de eerste lezing en Jezus in het evangelie, “natuurlijk moet je op je broer passen.” Ezechiël knoopt daar zelfs aan vast dat, als je de boosdoener niet waarschuwt, je je voor God zult moeten verantwoorden voor de straf die hem treft. Jezus spreekt niet over straf, maar ook Hij laat er geen twijfel over bestaan dat je je naaste moet waarschuwen als hij het verkeerde pad opgaat.
In een tijd als de onze is dat voorwaar geen gemakkelijke opdracht. Vandaag is iedereen immers vrij, staat het ook iedereen vrij zichzelf te ontplooien zoals hij of zij dat zelf wil. Dingen die tien jaar geleden ondenkbaar waren, zijn ondertussen heel gewoon geworden, en wie tegen de stroom durft oproeien, wordt versleten voor ouderwets en onverdraagzaam, en als hij niet oplet, wordt hij nog gerechtelijk vervolgd ook. En bovendien ligt het niet echt in onze Vlaamse aard ons met andermans zaken te bemoeien. ‘Het is zijn leven en het is zijn keuze’, zeggen we gewoonlijk, ‘hij moet maar weten wat hij ermee aanvangt.’ Misschien speelt in die houding ook dat andere, dikwijls herhaalde woord van Jezus mee: “Oordeel niet. Vergeet maar niet de balk in je eigen oog vooraleer je over de splinter in dat van een andere begint.”
Zusters en broeders, elkaar terechtwijzen is dansen op een slappe koord. En toch moeten we het doen. Ik denk bijvoorbeeld dat er veel minder jeugdcriminaliteit zou zijn als ouders hun kinderen meer zouden terechtwijzen. Ik denk ook dat veel kinderen zich veel gelukkiger zouden voelen als ze wat minder vrijheid hadden, want vrijheid schept verantwoordelijkheid, en daar zijn kinderen gewoonlijk niet echt toe in staat. Daarom zijn ze trouwens kind: om nog geen verantwoordelijkheid te moeten dragen. Daar hebben ze hun ouders voor.
Moeilijker wordt het wanneer je als volwassene tegenover andere volwassenen staat. Iemand terechtwijzen die even oud is als jijzelf, is verre van zelfsprekend. Heel dikwijls lijkt het op betutteling, op betweterij, op bemoeizucht. En toch, zegt Jezus, moet je het doen. Als je broeder, als je naaste over de schreef loopt, moet je hem waarschuwen. De manier waarop Hij het aanbrengt, wijst erop dat Hijzelf ook zeer goed beseft hoe moeilijk het ligt. Het moet allemaal heel voorzichtig gebeuren, zonder misbaar te maken of keet te schoppen, en in verschillende stappen. Eerst met een gesprek onder vier ogen. Helpt dat niet, dan haal je er een paar anderen bij, niet veel, een of twee, als getuige, en samen probeer je je naaste te overtuigen. Pas in laatste instantie breng je het voor de Kerk, voor de gemeenschap dus, en als hij dan nog niet luistert, beschouw hem dan als een heiden of een tollenaar. Let wel: van uitsluiten is geen sprake, alleen van hem als een heiden of een tollenaar te beschouwen. En waren dat niet precies de mensen met wie Jezus bij voorkeur omging? Waren dat niet de mensen ook bij wie zijn boodschap beter aansloeg dan bij de gevestigde orde, de schriftgeleerden en de farizeeërs?
Met andere woorden, zusters en broeders, iemand uitsluiten, iemand opgeven, iemand laten vallen, dat kan voor Jezus niet. Als je het evangelie van vandaag aandachtig leest, merk je dat het op zijn eigen manier een omschrijving is van de enige wet die Hij ons meegeeft: ‘Bemin God boven al en uw naaste als uzelf.’ Als we iemand terechtwijzen, moeten we dat niet doen omdat we ruzie zoeken, en nog minder omdat we onszelf beter vinden dan die iemand, wel omdat die iemand onze naaste is, onze broeder, zoals Jezus zelf zegt. En wanneer we daarbij handelen vanuit een echte bezorgdheid, dan, zusters en broeders, dan is Jezus in ons midden. Dan staan we er dus niet alleen voor. En met zijn hulp wordt het onmogelijke altijd mogelijk. Amen.
23e zondag door het jaar A - 2005
A-cyclus · Tijd door het jaar · 23e zondag · groen