23e zondag door het jaar A (2005)

A-cyclus · Tijd door het jaar · 23e zondag · groen

Wanneer twee christenen,
twee leerlingen van Jezus samenkomen in Jezus’ naam,
dan is niets meer zoals vroe­ger!
Samenkomen in Jezus’ naam dat wil zeggen:
samenzijn omwille van Jezus,
samenzijn omwille van een Woord uit zijn Evangelie,
samenzijn omdat je bij Jezus
het doel van je leven en van je ”samenleven”
hebt gevonden.

Christenen kunnen ook samenkomen
zonder aan Jezus te denken.
Op zich is daar niets verkeerds aan!
Maar als christenen héél bewust in Jezus’ naam samen zijn,
dan gebeurt er iets dat radicaal nieuw is!

Op dat moment komt Jezus zelf in hun midden!
Op dat moment vormt Jezus het centrum van hun leven.
En méér zelfs: als ze dan éénsgezind iets vragen aan God,
dan zal Hij hen dat geven!

Voor de leerlingen in de tijd van Matteüs
was dit evangelie een stevige ruggesteun.
Steeds opnieuw werden ze geconfronteerd
met vervolgingen.
Steeds opnieuw moesten vre­zen voor hun leven.
Hun geloof stond voortdurend onder grote druk.
Dit evangelie moet voor hen
een héle opluchting geweest zijn.
Maar ook voor ons, christenen vandaag,
geeft dit evangelie een hoopvol perspectief.
Telkens als wij in Jezus’ naam
met één of meerdere vrienden samenkomen,
is Hij in ons midden
en wil Hij luisteren naar wat ons bezighoudt.

Hij laat zijn licht over ons leven schijnen.
Hij laat ons delen
in het geheim van Gods liefde
die alles en iedereen omvat.

Het begin van het evangelie maakt dat héél concreet.
Wij horen hoe Jezus Gods liefde toepast
op de omgang met zondaars.
Jezus grijpt niet metéén naar de radicale middelen.
Hij gelooft in de kracht die uitgaat
van een broederlijke of zusterlijke ontmoeting.

Jezus gelooft in het liefdevol oplossen van conflicten,
in het uitpraten van onenigheden.
Als alles maar gebeurt in de naam van Jezus!
Als alles maar gebeurt met het hart van God!
En zelfs als het een eerste keer niet lukt,
dan kunnen twee of drie andere broers of zussen volstaan
om toch nog tot éénheid te komen.

Als een broeder gezondigd heeft tegen de gemeenschap,
wijs hem dan onder vier ogen terecht.
Luistert hij niet, roep er dan een paar getuigen bij.

En helpt dit nog niet,
leg het dan voor aan de christengemeenschap.
Wat de fout ook geweest is,
alle middelen moeten aangewend worden
om de persoon tot inkeer te brengen.

En het gaat er niet om,
om het kwaad te bestraffen,
maar om de persoon te redden!
Het gaat erom de broeder te winnen!

Daarom spreekt men met hem onder vier ogen…
Van mens tot mens…
Van hart tot hart…
En de eerste stap is dat men probeert te begrijpen…
Wie in zijn eigen hart kijkt,
kan het hart van een andere begrijpen…

Wie zichzelf in de ander herkent,
die opent de weg naar inkeer en naar barmhartigheid…
Wij moeten alles proberen
om ons te verzoenen en te vergeven.

Vergeving en verzoening zijn soms
de vrucht van een lange, gedurige inspanning.
Op die weg zetten wij steeds nieuwe stappen,
in de hoop om de laatste stap nooit te moeten zetten.
Want men schrijft een broeder of zuster nooit af.

Het leven en het welzijn van onze medemens
is het hoogste goed dat aan ons, christenen,
is toevertrouwd.

Het is heilig!
God zelf heeft ons in Jezus getoond
hoezeer het lot van elke mens Hem ter harte gaat!
Die liefde van God voor elke mens
is nu aan ons, christenen, toevertrouwd.

Het leven is ons gemeenschappelijk goed.
“Waar twee of meer in mijn Naam samen zijn
dáár ben Ik in hun midden”.
God zelf is de bron van ons leven.
In Hem zijn we geborgen.

In Hem vinden wij leven over alle verschillen,
over alle pijn, over alle kwetsuren heen.

Onze énige schuld tegenover elkaar
is de onderlinge liefde, schrijft Paulus.
Die liefde mogen wij van elkaar ontvangen.
Die liefde mogen wij elkaar geven.
In die liefde komen wij samen onze God op het spoor!

In Hem is er leven, álle dagen,
stééds opnieuw en stééds nieuw voor élke mens!

Met dank aan André Louf, Erwin Roosen en Pater Pol.

Zoeken in Preken Online