Evangelieprikje (2008)

A-cyclus · Tijd door het jaar · 23e zondag · groen

Hoeveel problemen zijn er de afgelopen maanden niet bijgekomen in de politiek van ons land na een of ander lek? Zolang men achter gesloten deuren vergadert, is men bereid compromissen te sluiten, maar eens de deuren geopend zijn en de camera’s weer draaien, neemt iedereen terug zijn eigen onwrikbaar standpunt in. Hetzelfde kan trouwens gezegd worden over de problemen van beroemde mensen die, in deze tijden van privacy, te grabbel gegooid worden in de populaire pers. Dat je partner betrapt is op drugs of een scheve schaats rijdt, dat kan je met een beetje liefde misschien nog oplossen, maar eens het de kranten gehaald heeft, wordt het moeilijk op een gepaste manier te reageren. Maar we hoeven het zo ver niet te gaan zoeken: als twee mensen ruzie hebben en de wonden zijn niet te diep in de ziel gekerfd, dan is het vaak makkelijker het uit te praten tussen twee mensen dan tussen drie, vier mensen.

Met die achtergrond zat ik zonet deze zeer praktische perikope uit het Matteüsevangelie te lezen. Het lijkt wel een aanzet tot een handleiding tot moreel verantwoord handelen. In deze handleiding toont Jezus zich een groot voorstander van de minnelijke schikking. Wanneer je merkt dat iemand iets verkeerd doet, moet je dat niet meteen aan de grote klok gaan hangen, probeer het eerst uit te praten met de persoon in kwestie. Pas wanneer ze niet luisteren kan je er getuigen of desnoods de gemeenschap bijroepen. Praktischer kan een mens niet zijn en de goede raad van tante Kaat die Jezus hier in de mond gelegd worden, geldt ook nog vandaag. Maar is dat maar gewoon een handleiding? Zou daar niet meer achter zitten? Klinkt door die regelgeving geen liefde, geen vraag om zorg te dragen voor elkaar?

Vooreerst maant het ons allen aan om voorzichtig te zijn in ons oordeel. Niemand heeft het recht zomaar een ander aan de schandpaal te nagelen zonder een goed voorafgaand gesprek. Vraag is of wij dat nog allemaal doen. Denk je dat alle Story’s gecheckt en uitgepraat zijn voor ze gepubliceerd worden? Ik vrees er voor. Gaan wij soms niet vlugger roddelen over dan praten met bepaalde personen? Waarom doen we dat? Kunnen we ons dan wegsteken achter het excuus dat we het doen om goed te doen? Moeilijk, we doen het eerder om interessant te doen, om aandacht te krijgen misschien, bewust of onbewust. In het slechtste geval gebruiken we anderen als bliksemafleider voor onze eigen stommiteiten. En zo merk je hoe iets heel banaals kan indruisen tegen de liefde waartoe we geroepen zijn. Jezus vraagt om het uit te praten, allemaal goed en wel, maar wil die ander dat wel? Wie van ons wordt er graag op zijn fouten gewezen door anderen? Slechts weinigen. Is het dan verwonderlijk dat wij uit angst voor ruzie of om verkeerd begrepen te worden liever de lippen op elkaar houden: wat iemand doet is zijn zaak, ik moet mij dat niet aantrekken. Dat laatste zinnetje is zo actueel, het individualisme viert hoogtij. Vraag is of dat een zegen is voor de samenleving. Is het niet de grondidee van een samenleving dat jouw leven niet alleen jouw leven is maar ook dat van alle mensen met wie je samenleeft, in het bijzonder dat van de mensen die je graag hebt. Eigenlijk is het dus onze verdomde christelijke plicht te waken over het welzijn van onze broeders en zusters, elkaars hoeder te zijn. Laat het nu net dat zijn wat velen de Kerk vandaag kwalijk nemen: dat zij haar mening geeft over het reilen en zeilen van de mens. Sommigen menen dat ieder het recht heeft te doen wat hij of zij wil en het komt niemand toe zich daar mee te moeien. Gaat dit evangelie in tegen deze maatschappelijke trend? Ja, het roept ons als broeders en zusters op verantwoordelijkheid op te nemen en zorg te dragen voor elkaar. Is het een oproep om terug te keren naar een te bemoeizieke Kerk? Neen. Jezus heeft het hier immers over mensen die zichzelf beschouwen als horend tot de gemeenschap. Als iemand uit deze gemeenschap dingen doet die niet stroken met de “regels” van de gemeenschap, dan mogen wij uit zorg voor onze broeder en zuster daar met hem of haar over praten. We doen dat in eerste instantie niet om ons te moeien, maar uit liefde voor de ander. In theorie klinkt dat mooi, maar wie hoort in de praktijk het verschil tussen zich moeien en bezorgdheid? Moeilijke vraag, misschien kunnen we het proberen goed te doen als we vanuit een goede intentie vertrekken.

Na dat gesprek van mens tot mens, kan eventueel de hulp van getuigen of van de gemeenschap ingeschakeld worden. Merk op hoeveel “macht” Jezus hier toebedeelt aan de gemeenschap, niet aan priesters of bisschoppen. Misschien moeten we die macht maar eens wat meer wegtrekken uit Vaticaan en bisschoppelijke paleizen. Laat bisschoppen en paus uit hun veilig nest komen en in discussie gaan met wat er leeft aan de basis. Zou het niet fascinerend zijn als het godsvolk samen het geloofsgesprek met elkaar zou aangaan? Niet vanuit macht maar vanuit broederschap. Daar waar dat kan en mag gebeuren, is Jezus zeker in het midden. Want ook dat laatste zinnetje van Jezus uit het evangelie van vandaag is bijzonder rijk: waar twee of drie in mijn naam samen zijn, daar ben Ik in hun midden. Misschien praten we in de Kerk te veel over Jezus en zien we niet hoe Hij midden onder ons zit te wachten tot wij met Hem gaan spreken. Het doet goed te beseffen dat Jezus werkt zoals Hij beschrijft: eerst spreekt Hij van hart tot hart, van geweten tot geweten, pas als dat niet helpt, stuurt Hij zijn boden uit … Maar er zijn er die dat dan nog niet (willen) doorhebben …

Zoeken in Preken Online