23e zondag door het jaar A (2008)

A-cyclus · Tijd door het jaar · 23e zondag · groen

paus Benedictus heeft, in samenspraak met de kerken in het Oosten,
de tijd van juni 2008 tot juni 2009 uitgeroepen tot een Paulusjaar
naar aanleiding van het tweede millennium van zijn geboorte
die Paulus is overigens een van de twee grote drijfveren geweest in de jonge kerk
van hem zijn de oudste geschreven teksten over Jezus en zijn beweging
daarom willen we toch meer dan gewoonlijk in de eerste lezing
een tekst van Paulus aanreiken, al zijn die niet altijd de gemakkelijkste
vandaag krijgen we echter een alleraardigst stukje voorgeschoteld
en het sluit ook nog naadloos aan bij de teneur in de evangelieperikoop

‘wie zijn naaste bemint, heeft de wet vervuld’
prachtige zin eigenlijk, die nog wordt verduidelijkt:
alle geboden kan men samenvatten in ‘bemin uw naaste als uzelf’
dat deed Augustinus stellen: ‘bemin, en doe verder wat je wil’
in een eerste reactie zou je haast zeggen:
o, dat is eenvoudig en zelfs aangenaam: laat je maar eens gaan
er zoveel mogelijk op zo ’n volmaakt mogelijke wijze gaarne zien

maar bij nader inzien gaat het in de beide teksten over schulden of zonden
laat onze enige schuld zijn: de onderlinge liefde
het is alsof de apostel doorheeft dat we dit schuldig zullen blijven
dat we daar nooit kunnen in voldoen
welke zonde zouden we kunnen bedrijven, behalve die tegen de liefde
zonde?… bestaat dat nog wel?
‘we moorden niet, we branden niet, wat doen we eigenlijk verkeerd, meneer’
of ‘wat zouden we gaan biechten, we doen toch geen kwaad’
de evangelist gaat er anders precies wel van uit dat er altijd broeders zullen zondigen
en ik zal hem niet tegenspreken
met Paulus zie ik dat we mekaar zo dikwijls en zo duidelijk
de onderlinge liefde schuldig blijven

een mooie manier voor een biechtspiegel vind ik: de zintuigen overlopen
de ogen - het zien
hoe heb ik met mijn ogen gezondigd, niet goed gezien of doorzien
niet graag genoeg gezien, of ook niet willen zien
de oren - het luisteren
hoe heb ik me doof gehouden voor hulpgeroep
zo vol van mezelf dat ik niet echt luisterde
dat ik de kans gemist heb om de ander tot me door te laten dringen
de mond - het spreken
hoe heb ik kwetsende woorden gesproken, te luid, te hard
of door de waarheid niet te zeggen mensen onrecht aangedaan

de hand - het aanraken
wat toch zoveel goed kan doen, genezend, ondersteunend
maar vaak haalt het slaan het op het strelen
een gesloten hand vormt zo makkelijk een vuist
en ten slotte de neus - het ruiken
wat ik altijd het moeilijkst vind om in te vullen, maar toch
de ander niet kunnen ruiken, of je neus steken in andermans zaken
of erger nog: je neus opsteken voor een ander
als ik dit zo even overloop, vind ik toch dat er gezondigd wordt vandaag
en al te vaak ook door mezelf

wat kunnen we daar dan mee doen
bij matteüs krijgen we een hele strategie voorgeschoteld
hoe je de broeder dient te vermanen
eerst onder vier ogen, om de ander niet te beschamen
dan met enkele anderen er bij, dat het toch niet te subjectief of eenzijdig wordt
dan binnen de kerkgemeenschap, niet om hem buiten te gooien
maar om vast te stellen dat hij zich zelf zo buiten de gemeenschap heeft geplaatst
en ten slotte moet je hem beschouwen als een heiden of een tollenaar
voor een jood is dat ‘niet meer horend tot het godsvolk’
maar voor Jezus is die nog altijd meer dan het koesteren waard
Hij had toch een voorliefde voor deze minste mensen

wat me daarin opvalt is
enerzijds de verantwoordelijkheid die hier op ons wordt gelegd
voor elke zonde van een of andere broeder of zuster zijn wij dus mee verantwoordelijk
moeten we alle mogelijke middelen gebruiken om tot verzoening te komen
ik denk dat we ons daar niet altijd bewust van zijn
eerder dan de ander aan te klagen,
moeten we hem proberen op het rechte pad te krijgen
en anderzijds valt me dat klimaat van liefde en barmhartigheid op
waarin die ganse broederlijke vermaning verloopt
en daar zitten we toch weer ten volle in dat tekstje van Paulus
anders is die niet vies van duidelijke taal, tot het schelden toe
maar hier is hij ongelofelijk mild:
de liefde berokkent de naaste geen enkel kwaad, zelfs niet degene die gezondigd heeft

en als het dan allemaal toch niets uithaalt - als de zondaar in de boosheid volhardt
dan is er nog het ultieme middel: een beroep doen op God zelf
want waar twee of meer in mijn naam…
want wat voor de mens soms niet mogelijk is, blijkt voor God dan toch anders
Hij, die Liefde is, vervult en voltooit immers de wet

laten we dan eensgezind zijn, lieve mensen
en onze enige schuld blijve de onderlinge liefde

Zoeken in Preken Online