“Ben ik soms mijn broeders hoeder ?” Het antwoord op deze Bijbelse vraag mag kort en duidelijk zijn:“Ja, dat ben je”. Dit in tegenstelling tot wat ze in België “paraplupolitiek” noemen: Zowel uit de regen als uit de drup blijven van elke verantwoordelijkheid. Die verantwoordelijkheid voor onze medemens doet niet alleen een beroep op onze daadkracht, maar ook op ons gevoel en verstand en waar een van deze drie ontbreekt gaat het helemaal mis.
Mijn vroegere buurvrouw kon soms nachtenlang niet slapen omdat ze op TV kinderen in een ver land had gezien, die honger leden. Na een bescheiden bijdrage voor het goede doel werd ze weer uit de slaap gehouden door de gevolgen van een overstroming ergens of een storm. Ze was er niet aansprakelijk voor, ze kon er weinig of niets aan doen, maar ze voelde zich deelgenoot van de aansprakelijkheid van de wereldgemeenschap. Met een terecht gevoel van individuele machteloosheid is echter niemand geholpen.
Maar voor de wereldgemeenschap waarover de Verenigde Naties gaan is het ook verre van eenvoudig. Als men probeert op te komen van noodlijdende mensen in een rampgebied of in een schurkenstaat wordt dat al gauw aangemerkt als bemoeienis met binnenlandse aangelegenheden en dus aantasting van de soevereiniteit. Of die aantijging dan terecht is of onterecht is, laat ik even in het midden, maar zeker is dat onze Westerse wereld behoorlijk boter op het hoofd heeft als we terug kijken op haar koloniale ondernemingen. Bijna alle landen van Afrika hebben er mee van doen gehad. Inderdaad is er in die landen aan ziekenzorg gedaan en aan onderwijs en zo meer, maar bevoogding was het ook en toen die werd afgeschud werden ze meteen in de steek gelaten.
We kennen het uit ons dagelijkse leven t.a.v. de kinderen die aan onze verantwoordelijkheid zijn toevertrouwd. We hebben onze bemerkingen, we geven goede raad, we waarschuwen, maar met een klein beetje te veel van dit alles gaat het fout, want een beetje bevoogding roept groot verzet op. We verschillen zelf in deze niet zo veel van onze kinderen of van die voormalige ontwikkelingslanden: Zelfs onze beste vrienden of vriendinnen moeten voorzichtig zijn met hun welgemeende waarschuwingen of kritiek: We zijn er heel gauw niet meer van gediend.
Moeten we dan niets doen, zijn we dan niet de hoeder van onze medemens en van onszelf? Jawel, maar met daadkracht, gevoel en verstand. En hoe we daar mee om kunnen gaan wordt boeiend beschreven in het evangelie van vandaag. Dat evangelie was en wordt nog steeds graag misbruikt om iemand uit de groep te gooien die niet voor goede raad en rede vatbaar is.
“Blijf zeggen wat recht of wat krom is, wat fout of goed is enzovoorts”. Als iemand daar niet naar luisteren wil , laat het dan door één of meer anderen naar voren brengen en als dat niet helpt, haal er de hele gemeenschap bij. Dit lijkt bij oppervlakkige lezing de laatste mogelijkheid, want daarna moet de boosdoener uit de gemeenschap worden gekieperd. Er zijn zelfs heel Bijbelvaste christenen die dit voortvarend hebben gepraktiseerd. Maar Jezus zegt helemaal niet dat zo iemand uit de gemeenschap moet verdwijnen. Hij zegt: “Beschouw hem of haar als een heiden of een tollenaar”. Juist, en laat nu juist heidenen en tollenaars degenen zijn waaraan Jezus in woord en daad bijzondere aandacht, zorg en liefde gaf. Dat is het antwoord en de goede raad aan ouders en opvoeders, aan Verenigde naties en aan iedere mens afzonderlijk: Wees elkanders hoeder en als er niets meer goed aankomt, houd dan niet op, maar ga door met het geven van aandacht, zorg en liefde. Daar mag nooit een eind aan komen. Amen
Verantwoordelijkheid (2008)
A-cyclus · Tijd door het jaar · 23e zondag · groen