23e zondag door het jaar A

A-cyclus · Tijd door het jaar · 23e zondag · groen

In een van zijn conferences zegt Fons Jansen: ‘Sinds ze de boekdrukkunst hebben uitgevonden, moeten wij op school alles van buiten leren. Is het papier soms op?’ Eigenlijk heeft hij gelijk want waarom zou je allerlei jaartallen van buiten leren als je ze in een boek zo kunt opzoeken. Maar toch: we hebben allemaal het nodige van buiten moeten leren.

Zo hoor je dan ook voortdurend mensen met een zekere trots zeggen: ‘Ik heb de hele catechismus van voor naar achter van buiten gekend'.

Maar jaartallen op kunnen dreunen wil niet zeggen dat je kijk hebt op de mensengeschiedenis. Weten wanneer en waar allerlei veld- en zeeslagen zijn geleverd, betekent nog niet dat je echt iets van de geschiedenis hebt geleerd, wijzer geworden bent, levenswijzer.

De catechismus van buiten kennen was op geen enkele manier een garantie dat je gelovig was. Wij leren op school - zei eens een leerkracht - wij leren de kinderen op school de gebedjes, maar ouders moeten kinderen leren bidden.

Geloven is geen kwestie van ‘van buiten leren’, maar van ‘van binnenuit beleven’. Geloven is niet het antwoord weten op catechismusvragen, maar de goede antwoorden geven op de vra-gen die het leven stelt.

En een van die vragen is bijvoorbeeld hoe je goed omgaat met mensen in je omgeving die verkeerd doen; hoe ga je om met lastige mensen, die anderen pijn doen. Jezus geeft vandaag een antwoord op die vraag: Als er conflicten zijn in de kerkgemeenschap, maar evengoed in het gezin, op het bedrijf, in onze samenleving, blijf dan met elkaar in gesprek.

Dat kunnen wij - ook die de catechismus van buiten kennen -mooi in onze zak steken. Want - helaas! - waar wij heel goed in zijn, is praten óver elkaar en wat is moeilijk afgaat is praten mét elkaar.

Praten over elkaar is heel gemakkelijk, maar sticht veel onheil; soms is het even gemeen als gif en verwondt het mensen.

Praten met elkaar is dikwijls heel moeilijk, maar het schept wel duidelijkheid, brengt vrede en kan mensen heel goed doen.

Als iemand iets misdaan heeft dan moet je - zegt Gods woord -twee dingen niet doen: Ga niet met anderen over zo iemand kletsen, maar doe er ook niet het zwijgen toe, met de gedachte: ik bemoei me er niet mee; het is haar of zijn taak, denk niet ‘ieder voor zich en God voor ons allen’, want zo is het niet. Wij dienen wel degelijk elkanders hoeder te zijn.

Jij dient boosdoeners - zegt God tegen zijn profeet - op hun fouten te wijzen. Doe je dat niet, dan stel Ik jou aansprakelijk voor zijn ondergang.

Dus niet over mensen praten, er ook niet gemakshalve het zwijgen toe doen, maar mét ze praten. Eerst onder vier ogen, zegt Jezus. Lukt dat niet, laat het anderen dan nog eens proberen en als het over een geloofsgenoot gaat, laat dan de gemeenschap in zijn geheel haar best doen. Als hij dan nog niet wil luisteren, beschouw hem dan maar als een tollenaar of een heiden. En als u nu denkt dat het geduld ooit op raakt, dan vergist u zich, want juist met heidenen en tollenaars gaat Jezus voortdurend in gesprek.

Dit alles hoeven we niet ‘van buiten te kennen’, maar moeten we ‘van binnenuit doen’. Minder praten over en meer praten met mensen.

Zoeken in Preken Online