Gij zijt Petrus (2005)

A-cyclus · Tijd door het jaar · 21e zondag · groen

Gij zijt Petrus


Opnieuw vertoeft Jezus in een grensgebied van Palestina. Nu in het uiterste noorden van Galilea, in de prachtige natuur dicht bij de bronnen van de Jordaan, onder de indrukwekkende rots bij het huidige Banias. Buiten de druk van de publieke opinie brengt Hij er zijn leerlingen in afzondering samen rond de vraag naar zijn identiteit. Wie is Jezus feitelijk ?
\

  1. Onder de aanwezige leerlingen geeft Simon (die straks Petrus zal worden genoemd) het antwoord: “Gij zijt de Christus, de Zoon van de levende God”. De diepste geloofsuitspraak die in de jonge Kerk zal leven. Hij zegt dit zonder zelf de diepte van zijn uitspraak te vatten. Dat gaat hem te boven. Die uitspraak komt niet van hemzelf. Hij heeft ze niet uitgevonden. – Gevat zegt Jezus daarop: “ Niet vlees en bloed hebben u dit geopenbaard, maar mijn vader die in de hemel is.” Het Jezusgeheim ligt bij God. Had Jezus niet eerder al gezegd: “ Niemand kent de Zoon, tenzij de Vader, en niemand kent de Vader tenzij de Zoon, en hij aan wie de Zoon Hem wil openbaren ?” (Mt 11, 27) - Ook Paulus erkende zijn menselijk onvermogen om Jezus’ identiteit te verwoorden: “Toen het Hem (God)… behaagde mij zijn Zoon te openbaren, opdat ik Hem onder de volkeren zou verkondigen, ben ik geen ogenblik te rade gegaan bij vlees en bloed…” (Gal 1, 15-16). Dezelfde woorden: “vlees en bloed”: dat zijn de mensen in al hun zwakheid en beperktheid.

    Opvallend dat doorheen de evangeliën geen enkele apostel zo zwak wordt afgeschilderd als die Simon, zoon van Jona (mensenkind t.a.v. de Zoon van God). Hij is altijd weer zo voortvarend, onstuimig, en primair, en telkens wordt hij door Jezus teruggefloten: “Laat ons hier drie tenten bouwen” - van de berg terug af; wil over het water lopen - zakt door de golven; wil zijn voeten door Jezus niet laten wassen - moet capituleren; “Meester, hier zijn twee zwaarden” - “steek het zwaard in de schede”; hij weigerde Jezus te zien lijden - “achter Mij, Satan, steen des aanstoots”; en hij heeft Jezus verloochend. Hij is zeer, zeer zwak. Telkens heeft hij spijt. “Ga weg van mij, Heer, want ik ben een zondig mens.” (Lc 5,8) Maar hij houdt van Jezus en Jezus houdt van hem.
    \
  2. Het is nu verbluffend en paradoxaal dat juist aan de zwakste van de apostelen de grootste verantwoordelijkheid wordt toevertrouwd. Jezus’ woorden, in het Mattheusevangelie bewaard, hebben zeer oude wortels. Ze zijn door en door Semitisch en oosters. Geen enkele exegeet neemt nog aan dat die tekst later werd ingelast om de rol van de bisschop van Rome te confirmeren.

    * Jezus zegt hem drie dingen:

    a- “Gij zijt Kefa”(Aramees): Gij zijt rots, vandaar “Petrus, Pierre” (steen). Die naam was aan God gereserveerd:” Gij zijt mijn rots en mijn burcht.”( Ps 71,3) Men plaatst een burcht op een rots. Een rots is duurzaam en betrouwbaar; ze beweegt niet in de golven. Daarop zal Jezus ZIJN Kerk of geloofsgemeenschap bouwen ( niet de Kerk van Simon, of van Paulus, of van wie ook, wel ZIJN Kerk). En daartegenover zullen de krachten van het kwaad bezwijken. Het zijn de “poorten” van de andere vesting, die het kwaad insluiten en - eenmaal geopend - naar buiten laten stormen.

    b- “Ik zal u de sleutels geven van het Rijk der Hemelen”. Deze uitdrukking gaat terug naar de sleutel van het huis van David: “Wat hij opent kan niemand sluiten, en wat hij sluit kan niemand opendoen.”(Jes 22,22 – eerste lezing). Wie de sleutels heeft van huis of stadspoort, weet wie hij binnen en buiten laat. De sleutelmacht is feitelijk “ sleuteldienst” tot welzijn van de Gemeente.

    c- En dan ook “de macht om te binden en ontbinden”. Deze dubbele constructie is Semitisch. Het gaat om een totaliteit aan verantwoordelijkheid, opnieuw gegeven als dienst aan de Kerk.

    * Deze historische uitspraak moeten we begrijpen in het licht van die andere woorden van Jezus:
    \
  • Voor Petrus’ verloochening: “Ik heb voor u gebeden, opdat uw geloof niet zou wankelen; maar eenmaal terug tot u zelf gekomen, bevestig dan uw broeders”(Lc 22, 31-32). Petrus moet zijn collega’s steunen en bemoedigen. Er is een nauwe link met de andere apostelen. De collegialiteit. Daarom houdt de opvolger van Petrus zo nauw contact met de bisschoppen van de wereldkerk.
    \
  • Op het einde van het vierde evangelie vraagt Jezus tot driemaal toe aan Petrus: “Bemin je Mij ?” Waarop dan volgt: “ Weid mijn lammeren,… weid mijn schapen.” ( Joh 21, 15-17) Die toezegging heeft de maken met de nauwe band tussen Petrus en Jezus. En dat is zijn sterkte.

    * Het gaat om een band tussen Petrus en de anderen, en tegelijk met de Heer. In deze dubbele verhouding zegt Jezus hem: “Wees niet bevreesd, voortaan zult ge mensen vangen.”( Lc 5,10) – Zeer zinvol koos Benedictus XVI voor zich deze twee symbolen: het schaapwollen pallium met 5 rode kruisjes (de goede herder), en de vissersring (de opdracht van de mensenvangst).

    Het gaat om de “Petrusdienst” in de Kerk. Niet om macht om de macht. Oecumenisch weet men dat deze dienst aan Rome toekomt. Vraag is hoe hij doorheen de eeuwen moet worden ingevuld. Ook JP II stelde zich die vraag. De pas vermoorde Lutheraanse Broeder Roger Schutz van Taizé zei het nog zo: “We kunnen de eenheid niet zoeken buiten hem die vandaag Petrus is.” En deze Petrus is het voor wie wij moeten bidden, en met wie wij mogen getuigen.

Zoeken in Preken Online