Er kan aan het karakter van sommige mensen heel wat mankeren, maar er is er toch niet één die nooit eens iets voor iemand anders heeft gedaan. Misschien was het niet meer dan het lenen van een potlood of iemand de weg wijzen. “Wel bedankt” leren we al jong beantwoorden met : “Graag gedaan, geen dank”. Of zoiets. Als je voor een vriend een flink karwei hebt gedaan, hem echt uit de brand hebt geholpen, dan beperkt hij zich meestal niet tot “bedankt”. Hij prijst je om je hulpvaardigheid en roemt al of niet terecht je deskundigheid. Daar weten we dan ook weer niet zo goed weg mee, want hulpverlening wil zich niet laten verpletteren onder dankbetuiging. Hulpverlening in stilte blijft ongeschonden. Wat er aan goedheid gegeven wordt in verpleegtehuizen of in van die kleine ziekenhuisjes in de rimboe daar worden weinig woorden aan gewijd en dat wil zo zijn.
Zo’n grote actie na een tsunami kan natuurlijk alleen maar slagen als er juist wel publiciteit aan wordt gegeven. De TV, de krant de radio, het wordt er allemaal bij gehaald om de noodzakelijke miljoenen bij elkaar te krijgen. Het geheel wordt gelardeerd met hier en daar en sprekende verhaal van een held of heldin, maar het overgrote deel van goedgeefsheid gaat naamloos, in stilte. Omwille van de centen doe je al wat, maar de meesten zijn helemaal niet zo blij als ze tot de goeierd worden verheven, want noch de noodlijdende, noch de hulpverlener is daar mee geholpen.
Van Jezus van Nazareth wordt verteld dat Hij kennelijk het charisma had om mensen van allerlei kwalen te kunnen bevrijden. Hij had gemerkt dat zijn leerlingen hem voldoende ophemelde om hem als een nieuwe Johannes de Doper, als een van de grote profeten en tenslotte als de Messias naar voren te kunnen schuiven. Wat ze daar mee voor hadden had weinig of niets te maken met hun zorg voor zieke en verstoten medemensen. “Hier is onze bevrijder, de aangekondigde Messias” . Dat was veeleer een politieke kreet en die wilden zij graag onderstrepen door te wijzen naar Jezus’ wonderlijke goedheid. Maar Jezus protesteert daar heftig tegen, Hij verbiedt hen zelfs om Hem op deze manier bekend te maken. “Niemand is goed, dan God alleen”. Daarmee wijst Hij die persoonsverheerlijking af. “Laat je linkerhand niet weten wat voor goed je rechterhand doet”. Dat wordt vandaag nog eens tegen ons hier gezegd. Als je een goed woordje voor iemand hebt gedaan en het heeft succes, breng de begunstigde niet in verlegenheid, laat het niet merken. Praat er niet over, want elk woord dat je er aan wijdt gaat ten koste van de waarde van je vrijgevigheid.
Stille goedheid is er gelukkig veel. Nog onlangs ontmoette ik in onze parochie een man die een boel geld had geërfd waarvan hij vond dat hij het absoluut niet nodig had. Hij wilde enkele noodlijdenden vlakbij eens flink steunen en deed dat ook. Het kostte hem moeite dat anoniem te doen, zonder bedankje. Maar hij heeft het gedaan.
Dat is toch wat Jezus bedoelde: Als je ooit bij deze of gene die in nood zit iets extra’s laat bezorgen, zorg dan dat niemand het weet, dan heb je een kostbaar geheim om in het eigen hart te bewaren.