God in de verkoop (2008)

A-cyclus · Tijd door het jaar · 21e zondag · groen

Is het u ook opgevallen, dat er nog steeds zoveel onzin wordt verkocht over God en godsdienst? Dat verkocht bedoel ik ook in letterlijke zin. Tijdens een bezoek aan een grote boekhandel vond ik de volgende titels: Jezus leefde in India; Was Jezus oorspronkelijk een heidense god?; De man die in het jaar 70 het kruis overleefde; Was Jezus Caesar?; De geheime erfgenamen van Jezus en Maria Magdalena. En zo zou ik nog wel een tijdje kunnen doorgaan. Verder zijn er natuurlijk al die geheime openbaringen, visioenen en verschijningen, die ons angst aanjagen of een rad voor ogen draaien. Als gelovig christen zouden we niet anderen moeten nalopen of napraten. We zouden ons niet moeten verschuilen achter de ruggen van zogenaamde goeroes of profeten. We zouden ons niet moeten vastklampen aan onbegrijpelijke formules, achterhaalde begrippen en bedenkelijke plekken.
Waar het uiteindelijk en ten diepste om gaat is ons antwoord op de vraag die Jezus aan elk van zijn volgelingen stelt: ‘Wie ben ik volgens jullie? Wat beteken ik voor jou? Hoe ervaar je mij?’ Het gaat er niet om wat ze zeggen. Jouw eigen antwoord is van levensbelang. Klamp je niet vast aan mensen uit het verleden. Johannes de Doper is er niet meer, Elia is er niet meer, Jeremia is er niet meer. Die hebben allemaal hun tijd en betekenis gehad. ‘Wie ben ik volgens jou?’ Dat is de vraag van Jezus.
Simon, de woordvoerder van de leerlingen, nam die vraag serieus. Hij durfde. Hij zette meteen hoog in. Hij bekende dat hij in Jezus de lang verwachte Messias herkende, de Gezalfde, die in het Grieks Christus heette. Hij onderstreepte dat Jezus behalve Mensenzoon ook Zoon van God was. Dat waren beide eretitels voor een mens die een bijzondere verhouding met God had. Die nabijheid aan God was ook opgevallen aan een Romeinse honderdman die Jezus aan het kruis had zien sterven, en toen zei: ‘Deze was een Gods zoon’ of ook: ‘Deze was een rechtvaardige’. Simon herkende in Jezus een begenadigd mens, die heel vertrouwelijk omging met God. Dat was het geheim dat Simon had ontdekt in Jezus, met wie hij al een hele tijd was opgetrokken. Dat was het geheim dat God als het ware bij Simon had ingefluisterd. ‘Wat je toegefluisterd wordt, verkondig dat van de daken’, - die opdracht van Jezus had Simon goed begrepen.
De evangelist Matteüs maakt van deze gelegenheid gebruik om de schijnwerper op Simon te richten. Hij geeft hem meteen een bijnaam, in het Grieks: Petrus. Dat doet hij om een woordgrapje uit te halen, want het Griekse woord voor rots is petra. Vervolgens kan Jezus dan zeggen: ‘Simon, Petrus, op die petra zal ik mijn gemeenschap bouwen.’ Om het populair te zeggen: ‘Simon, ik vind jou een hele Piet, en een kei van een vent, op jou kan ik bouwen.’ Omdat Jezus op Simon kan bouwen, geeft hij hem ook een invloedrijke functie binnen die gemeenschap. Wat Simon bindt krijgt als het ware een hemels keurmerk, en wat Simon ontbindt eveneens.
Dat lijkt allemaal mooi en helder op het eerste gezicht, maar er zitten diverse addertjes onder het gras. Of anders gezegd: Simon Petrus moet het niet te hoog in de bol krijgen. Op de eerste plaats blijkt verderop in ditzelfde evangelie (18,18), dat Jezus de macht om te binden en te ontbinden aan ieder van zijn leerlingen schenkt, dus ook aan ieder van ons. Ook wij kunnen binden en ontbinden, bruggen slaan en bevrijden, zodra wij onze verantwoordelijkheid als leerling van Jezus op ons nemen. Op de tweede plaats, als wij de bladzijde van dit evangelie omslaan (16,23), horen we Jezus ongekend fel tekeer gaan tegen Simon Petrus: ‘Weg, uit mijn ogen, Satan! Je bent me een steen des aanstoots, want je staat niet aan de kant van God maar aan die van de mensen.’ Op de derde en laatste plaats rustte de gemeenschap van Jezus bijna van meet af aan op twee zuilen: Petrus en Paulus, woordvoerders van de joodse en van de heidense volgelingen.
Laten we teruggaan naar het uitgangspunt. Jezus vraagt aan elk van ons: ‘Wie ben ik volgens jou?’ Iemand heeft ooit geteld hoeveel namen er voor Jezus in het Nieuwe Testament staan. Hij kwam tot negenentwintig. Ik noem ze allemaal:
Naaste. Vreemde. Jood. Zaad.
Boom aan de bron. Bruidegom. Weg.
Droom van een mens. Deur open. Hoeksteen.
Sleutel. Leeuw van Juda. Lam. Rechtvaardige.
Herder. Parel. Twijgje. Vis. Brood.
Woord. Wijnranken. Zoon van. God. Knecht.
Stromen levend water. Morgenster. Koploper.
Enige. Onzegbaar gezegde.
Als uw heel persoonlijke naam voor Jezus daar niet tussen staat, is dat geen bezwaar. Want elke mens heeft een unieke relatie met God. Wees daar dankbaar voor. En laat die relatie groeien, bloeien en vruchten afwerpen.

Zoeken in Preken Online