20e zondag door het jaar A (2008)

A-cyclus · Tijd door het jaar · 20e zondag · groen

Het evangelie van vandaag staat in schril contrast met dat van twee weken geleden. Toen ging het over de wonderbare broodvermenigvuldiging, over samen delen zodat er genoeg was voor iedereen. Twaalf korven met brokken bleven er toen over. En vandaag kan er in eerste instantie nog geen kruimeltje af voor die Kananeese vrouw die Jezus hulp inroept.
Toen liet hij zijn hart spreken en genas de zieken die er waren, maar vandaag houdt hij zich doof voor haar hulpgeroep. En de reden is dat zij geen joodse is, maar een Kananeese, zeg maar heidense vrouw.
Hij wijst haar niet alleen af, maar beledigt haar ook: “Het is niet goed het brood dat voor de kinderen bestemd is aan de honden te geven.” Heidenen zijn zoiets als honden. Dit is een ernstige vorm van discriminatie. Dit is echt onchristelijk. We zeggen toch altijd dat Jezus alle mensen wil helpen, niet alleen de zieken en gebrekkigen maar ook de zondaars en tollenaars. En dan de heidenen niet? Dat valt niet te rijmen met het beeld van Jezus dat we hebben.
Willen we iets begrijpen van deze tekst van Matteüs dan moeten we naar de toenmalige achtergrond kijken, en naar de mensen voor wie Matteüs het evangelie opgeschreven heeft, dat waren namelijk de christenen die uit het jodendom kwamen. De eerste christenen waren allemaal joden, en die dachten dat Jezus’ boodschap ook alleen voor de joden bestemd was. Zij waren toch van oudsher Gods uitverkoren volk en de beloofde Messias was toch voor hen gekomen. Maar in de loop der jaren kwamen ook heidenen uit de omliggende landen tot het geloof in Jezus’ boodschap. Paulus heeft daar veel aan bijgedragen.
En heel veel christenen uit het jodendom vonden dat maar niets. Maar Matteüs maakt hun duidelijk dat ook die heidenen erbij horen. In zijn tekst gaat het niet zozeer om die botte weigering van Jezus maar veel meer om het grote geloof dat die Kananeese vrouw uitspreekt. Ze slikt niet alleen de belediging van Jezus, maar zegt erbij: de honden eten immers de kruimels die van de tafel van hun meesters vallen.
Matteüs zegt tegen zijn joodse toehoorders: Jezus hield zich eigenlijk aan de joodse tradities, maar hij ontmoette in die Kananeese vrouw zo’n groot geloof dat hij er gewoon niet omheen kon. En zo kunnen ook jullie niet voorbijgaan aan het grote geloof van de christenen die uit het heidendom komen.
In feite zegt hij: pas op voor hokjesgeest in de kerk van Jezus. Daarin moet ruimte zijn voor alle gelovigen, voor Joden en Grieken, Romeinen en Egyptenaren. Wees een beetje ruimdenkend en minder onverdraagzaam.
Diezelfde waarschuwing geldt ook de christelijke kerken van vandaag, want die maken zich ook dikwijls schuldig aan hokjesgeest. Ze zitten heel erg vast aan allerlei regels en dogma’s en tradities en het is al gauw: als je niet volgens onze regels leeft, hoor je er niet bij, als je onze geloofswaarheden niet aanvaard, sta je buiten onze kerk.
Zo horen bijvoorbeeld protestanten er niet bij, zo zeggen de R.K Kerkleiders, dus mogen ze niet te communie gaan in een eucharistieviering. Toen jaren geleden prinses Juliana bij het huwelijk van een van haar kleinkinderen wel te communie ging is dat een hele rel geworden.
Tegen onze kerk in deze tijd zegt Matteüs: kijk niet alleen naar de regels en naar de tradities maar kijk vooral naar hun geloof in Jezus. En bij heel veel van onze protestantse broeders en zusters vinden we een heel indrukwekkend geloof, waar we niet zomaar omheen mogen/kunnen lopen, juist zoals Jezus toen niet om het geloof van die Kananeese vrouw heen kon lopen.
Natuurlijk worden er vaak andere accenten gelegd, natuurlijk zijn er in de loop der tijd andere tradities gegroeid, maar daarom is hun geloof niet minder waard. Het is dat geloof dat ons allemaal samenbindt in Jezus, en dat is belangrijker dan alle onderlinge verschillen en geschillen.
En anders-gelovigen verketteren is in feite onchristelijk. Als de christelijke kerken van vandaag niet één gemeenschap kunnen vormen, één beweging in de geest van Jezus, hoe kunnen die kerken dan een bijdrage leveren aan een hechte burgerlijke gemeenschap met al zijn verschillende culturen.
Voorwaarde is wel dat er een echt levend geloof is, anders hangen we als los zand aan elkaar en dan is elke gemeenschapszin ver te zoeken, binnen de kerken en buiten de kerken.

Zoeken in Preken Online