20e zondag door het jaar A

A-cyclus · Tijd door het jaar · 20e zondag · groen

Het is eigen aan godsdienstige mensen dat zij sterk overtuigd zijn van eigen gelijk. Hoe dieper hun godsdienstige overtuiging, hoe groter het gevaar dat zij hooghartig gaan neerkijken op andersdenkenden. Als godsdienst dan nog vermengd wordt met een nationalistisch gevoelen, kan dat een gevaarlijke springstof worden. Dan komt men tot kruistochten, godsdienstoorlogen en religieus fanatisme onder allerhande vormen.

Zelfs Jezus ontsnapte daar niet aan. Immers: niets menselijks was hem vreemd. Hij is een jood, Hij zit vast in een eng joods nationalisme en in dit evangelie is Hij nauwelijks buiten de landsgrenzen in Tyrus en Sidon, het huidige Libanon of Hij wordt geconfronteerd met de anderen en laat zich woorden ontvallen als ‘het huis van Israël’ en de ‘honden’ waarmee Hij dan de anderen bedoelt.

De ontmoeting met deze vrouw wordt echter een keerpunt? Zij dwingt Hem tot menselijke gevoelens tot de eenvoudige vaststelling: een mens is een mens. En de genezing van dat meisje is toch belangrijker dan alle grenzen en alle verschillen tussen godsdienstige overtuigingen.

Jezus laat zich bekeren door een vrouw tot een menselijke houding, wars van elk religieus fanatisme.

Vandaag staan wij als gelovigen op vreemd terrein. Wij zijn een minderheid geworden. En diegenen die niet van ons gedacht zijn wijzen naar de kerk met een beschuldigende vinger. Tonen ons de zwakke plekken van de kerk hoe zij haar eigen macht belangrijker vond en vindt dan het geluk van mensenkinderen.

Zoals Jezus zich liet bekeren door een vreemde vrouw uit Tyrus, zo moet ook de kerk, - en dat zijn wij allemaal - zich laten bekeren door diegenen die anders denken over haar uitverkiezing.

De kerk is inderdaad een uitverkoren volk, maar uitverkoren dan om haar menselijke plicht te doen en meer dan haar plicht. En daar houdt haar uitverkiezing mee op.

Zoeken in Preken Online