Beste dorpsgenoten,
Het “gewone leven” begint weer; morgen keert het leven weer terug in de basisscholen in onze buurt en over een week in de middelbare scholen. En veel mensen zijn weer aan het werk.
Wat was het voor een zomer? Hoe is de vakantie geweest? Weer zin om aan de gang te gaan? Dat zijn toch geen vragen voor in de kerk. Hier gaat het om herdenken van het lijden en sterven van onze Heer Jezus Christus.
Begrijpelijk dat bezoekers aan een kerkdienst soms doen denken aan het schilderij De Aardappeleters van Vincent van Gogh.
Het zij zo. We gaan dus maar weer aan het werk!
De eerste lezing zijn de woorden van de dichter of profeet Jesaja. “Onderhoudt het recht en doet wat rechtvaardig is, want mijn heil is in aantocht, mijn gerechtigheid zal zich openbaren.” Toen ik dat las herinnerde ik me beelden uit het nieuws van de afgelopen week, uit Georgië en uit China. Eenvoudige mensen, hardwerkend, armelijk gekleed, staande bij hun verwoeste bedoeninkje, of vluchtend met wat armelijke spullen op een kruiwagen. Of die hun grond bewerkten met uiterst primitieve middelen. Mensen van wie ik zou zeggen dat ze in hun kleinheid of zieligheid tot niets anders in staat zijn dan het recht onderhouden en doen wat rechtvaardig is, heel bescheiden, zoals hun leven bescheiden en onbeduidend is.
Iemand die van kwade wil is, een geweer in handen heeft, of krachtens zijn gezag en macht een grote bek kan opzetten, kan hen verjagen, hen klein krijgen, in een ogenblik.
Met zulke beelden voor ogen, weet ik geen raad met die woorden van de dichter, of moet ik zeggen: fantast of makkelijke prater: “Want mijn heil is in aantocht, mijn gerechtigheid zal zich openbaren.” Dat klinkt te gemakkelijk, alleen geldig voor mensen in goeden doen, zoals wij in het Westen?
Laten we dan kijken wat Jezus er van maakt.
Om te beginnen reageerde Jezus niet eens op de moeder die genezing voor haar kind vroeg, dat heel erg pijn leed. Vervolgens liet hij haar weten dat alleen zijn volksgenoten voor hem telden. Tenslotte probeerde hij haar nog met een soort grapje van zich af te schudden. Zelfs in de ogen van Jezus kwam die zielige moeder niet in aanmerking voor die stralende woorden van de profeet: “Want mijn heil is in aantocht, mijn gerechtigheid zal zich openbaren.”
Hier gedraagt Jezus zich als een gewoon mens, juist als wij wil hij niet lastig gevallen worden. Als die vrouw vernederd was weggegaan, dàn had Jezus een kans gemist. Gelukkig stond de vrouw haar mannetje en gaf zij hem de kans om zich andere mooie woorden te herinneren: “Wat gij wilt dat anderen aan u doen, doet dat ook aan hen,” en ook: “Je naaste is als jij.” Ook al was ze dan maar een vrouw, ook al hoorde ze niet tot het huis van Israël, nu herinnerde Jezus zich weer wat zijn naam betekende, en eindelijk kon hij haar toch tot haar recht laten komen. “En van dat ogenblik was haar dochter genezen.”
Jezus: dat betekent: “De Heer verlost, maakt vrij, maakt meer mens.”
Met de genezing van dat ene meisje was Gods heil nog niet in aantocht en had Gods gerechtigheid zich nog niet geopenbaard. Daar komt meer voor kijken.
Wel is het waar dat wij, juist als Jezus, allemaal in staat zijn tot zulk een bescheiden gebaar van barmhartigheid. Toch stelt het tegen het totaal van ellende, waar we steeds mee geconfronteerd worden, niets voor. Maakt het wel een verschil of wij goede mensen zijn of niet ? Dikwijls lijkt het geen verschil te maken.
Kunt u zich voorstellen in welke stemming die vrouw wegging, toen Jezus haar eindelijk gehoord had? Die stemming was als een ontroerende melodie die is blijven doorklinken.
Onze bemoediging, onze aandacht voor de pijn van één ander, ons geduld met het verhaal van één ander, is muziek die steeds verder en wijder resoneert. Mensen spitsen dan hun oren en zeggen tegen elkaar: “Dat is het wat met die grote woorden bedoeld wordt. Laat ons zachtjes meezingen.”
20e zondag door het jaar A (2008)
A-cyclus · Tijd door het jaar · 20e zondag · groen