Bij de eerste christenen bestond er een hele controverse: was het heil van Jezus nu alleen voor de Joden bestemd, of voor alle mensen? In deze controverse geeft de heidense vrouw een antwoord. Haar dochter was hopeloos ziek en nu komt zij bij Jezus en vraagt om genezing. Zij roept: ‘Heb medelijden met mij, Zoon van David’. Zij noemt Jezus Zoon van David, en daardoor erkent zij, heidense, dat Jezus de redder is van het volk van Israël. Maar haar geloof is zo fijngevoelig dat zij vast vertrouwt dat het heil van Jezus niet alleen voor de Joden bestemd is, maar dat Jezus ook haar dochter redden kan. Vreemd genoeg, Jezus gaf haar in het geheel geen antwoord, want Hij dacht dat Hij alleen maar tot de verloren schapen van Israël gezonden was. Haar geloof is te groot en zij ergert zich niet aan het zwijgen van Jezus. In haar grote nood wordt het haar duidelijk dat Jezus ook haar helpen kan. Daarom blijft ze vragen: ‘Heer, help mij’. Jezus is ook mens, Hij denkt aan zijn zending en Hij ziet de grote nood van deze vrouw. Toch meent Jezus dat Hij aan de begrenzing van zijn zending moet vasthouden en zegt haar: ‘Het is niet goed het brood dat voor de kinderen bestemd is aan de honden te geven.’ Die vrouw schijnt Jezus volledig te begrijpen: ‘U hebt gelijk,’ zegt ze en ze brengt zich zelf thuis onder de honden… Maar dan breekt ze de grenzen van de zending van Jezus open: ‘de honden eten toch ook van de goedheid van de meester.’ Dan gaat er bij Jezus een licht branden: alle mensen, van welke godsdienst of huidskleur ook, staan onder Gods zorg. Tot de vrouw zegt Hij: ‘Je hebt een groot geloof!’ Zij had ingezien dat het heil dat God de mensen schenken wil niet aan de grenzen van een volk of een godsdienst gebonden is. Zij zegt duidelijk: ‘God zal de grenzen van zijn schaapstal niet zo eng omgrenzen, dat honden geen schapen kunnen worden.’ Terwijl Jezus nog op zoek is naar de verloren schapen van Israël, laat God de zon van het heil reeds opgaan over alle mensen. Daarvan gaf Jezus zelf het bewijs toen Hij zei: ‘Uw verlangen wordt ingewilligd’. Dit verhaal is in onze tijd nog uiterst actueel. Komen de meeste terreurdaden, de meest bloedige oorlogen niet telkens voort uit de opvatting, dat het heil alleen aan één volk, aan één geloofsgemeenschap geschonken wordt? Het verschil tussen de kinderen en de honden gold niet alleen in de tijd van Christus, het is nog elke dag bloedige werkelijkheid. En misdaden in de grote wereld worden vaak voortgezet als bittere ruzies in onze omgeving. Wij moeten allemaal loskomen van onze vooroordelen tegen andersdenkenden, gastarbeiders, vluchtelingen. Die heidense vrouw kan ons allemaal aan ‘t denken zetten. God heeft zorg voor alle mensen, voor de dieren en heel de schepping. Moeten wij dan die zorg met God niet delen? Zonder grenzen en zonder uitsluiting openstaan voor de nood van elke mens, om Gods erbarmen zichtbaar te maken in elke menselijke situatie. Niet alleen artsen zonder grenzen, maar christenen zonder grenzen.
Een vrouw brengt Jezus tot nadenken
A-cyclus · Tijd door het jaar · 20e zondag · groen