IEDEREEN WIL OVER WATER GAAN
De lezingen van vandaag gaan over de elementen,
over storm, onweer, een zachte bries en woest water.
Het gaat over de mens die aan de elementen iets
goddelijks ervaart.
Het evangelie van Jezus’ wandeling over water
heeft altijd tot de verbeelding gesproken. Ik herinner me
televisie-opnames uit Brighton. Een grote
Engelse socialistenleider liep langs de vloedlijn tijdens de pauze van
een partij-congres. Hij was omringd door journalisten. “Ik kan ook over
het water
lopen”, grapte hij terwijl hij zich begaf op het dunne
laagje zee dat over het zand spoelde. Daarbij gleed
hij pardoes achterover en zo stond hij in alle media
te kijk. “God straf onmiddellijk”, zal in miljoenen
huiskamers zijn verzucht. Zelf heb ik het grapje een
keer gemaakt met mijn fiets langs de Belgische
kust. Ook ik moest het bezuren. Het zout - zo bleek
bij thuiskomst - had de banden aantast.
Het spreekt
tot de verbeelding: over water gaan.
Elia ervaart na een diepe depressie Gods aanwezigheid. De verteller
beschrijft hoe de elementen aan hem voorbij
trekken. Voor ons zijn de elementen domme fysieke gebeurtenissen; dode,
natuurkundige processen geworden, beheersbaar en voorspelbaar. We
ervaren er geen mysterie in. Zo is ons bewustzijn tegenwoordig nou
eenmaal gevormd. Het is de vraag of dit
een verlies is of vooruitgang.
DE TIRANNIE VAN HET GEMIDDELDE
Als er op de televisie geen reclame is dan is er wel
een weerbericht gaande. Een weerman stort met
wazige gebaren en zijwaarts loensende blik een uitvoerig verhaal over ons uit. Daarbij schuwt hij niet
om zijn waardering of bestraffing over het weer uit
te spreken. Norm is voor hem het gemiddelde. “Het
is vandaag 3 graden te koud”, sputtert hij. Te koud? Wie maakt dat uit?
Hij bedoelt dat de temperatuur onder het gemiddelde ligt. Alsof
het normaal zou zijn dat altijd de doorsnee temperatuur
zou heersen. Het gemiddelde is per definitie
samengesteld uit temperaturen die erboven en eronder liggen. Het weer van vandaag is goed, het is
zoals het ons gegeven wordt.
De volgende dag bij de slager. “Het is frisjes”, zegt
iemand terwijl het toch zo’n lekkere 19 graden is.
“Ja,” vult iemand aan. “Het is 3 graden te koud.”
Een moderne mythe zegt dat we recht hebben op het
gemiddelde.
Hetzelfde gebeurt op het consultatiebureau. Een
jonge moeder heeft een schat van een baby. “Wat
een schap van een dochter”, roep ik spontaan. De moeder glimlacht trots
maar voegt er aan toe: “Ze is wel 2 centimeter te
kort.” Op het consultatiebureau hebben ze de baby
naast het gemiddelde gelegd. En nu krijgt het al een
stempel: 2 centimeter tekort. De tirannie van het
gemiddelde.
Ongetwijfeld hangt dit samen met ons bewustzijn
dat we de natuur moeten beheersen. We moeten
zorgen dat dit kind de goede lengte krijgt en de goede lengte is de optelsom van alle kinderen gedeeld
door hun aantal. We beleven de werkelijkheid als
een door ons te manipuleren wereld.
DE ELEMENTEN ANDERS BELEVEN
Natuurlijk, je kunt de wereld zo zien. Maar het
is niet de enige manier. De andere manier is dat je
bij je contact met het weer niet je analytisch denken
inschakelt maar je gevoel, je fantasie, je verwondering. Dan zie je de
regen of de pasgeboren baby niet
als een maakbaar voorwerp maar als iets dat je
overkomt, een genade, een gave, een wonder. Dan
voel je de opwinding die de storm teweeg brengt, je
angst voor de donder, je verbijstering over vuur dat
uit de hemel slaat en waaronder miljoenen mensen
hebben gesidderd. Je verheugt je over regenwater
op je huid en je wordt ontroerd door de zachte streling van een bries.
Dan wordt de werkelijkheid een
symbool, ze verwijst naar de totaliteit waarin we
zijn ondergedompeld, naar het bestaan waarin we
zijn ontwaakt; ze verwijst naar de verwondering
erover dat we er mogen zijn. Dan is een regenbui
geen verloren tijd, dan is een stormdag geen mislukte dag, maar dan is
het weer een symbool voor dit
bestaan dat ons overkomt en een confrontatie met
de kosmos en de Schepper. Dan is het veel belangrijker om te weten hoe
je je met je kind kunt verwonderen, dan of het een gram zwaarder is dan
het
gemiddelde.
Elia ervaart in de zachte bries na een hete woestijnmiddag de streling van God. Hij mag er
zijn! Voor Elia was het weer van een hogere orde
dan wat voorspelbaar en manipuleerbaar is.
HET RAADSEL VAN HET WATER
Beste kinderen. In het evangelie staat het verhaal
over Jezus die over het water liep. Als Petrus het
ook probeert gaat hij kopje onder. Je ziet het al voor
je! Een heel erg leuk verhaal is het. Toch moet je
niet denken dat het over een spelletje in een zwembad gaat.
Het evangelie van vandaag is eigenlijk een “geheim-verhaal”, een raadsel-verhaal.
Sommige verhalen in de bijbel zijn raadsel-verhalen. Dat betekent dat er
iets anders wordt bedoeld dan je eerst denkt.
Het verhaal is eigenlijk een soort raadseltje. Dat denk ik tenminste.
Want met het water wordt niet echt water bedoeld maar iets anders, iets veel groters. Dat moet ik je uitleggen:
In de tijd van Jezus waren de joden bang voor het
water. Joden woonden in de woestijn. In het zand
wisten ze wel raad, maar voor water waren ze bang.
Niemand kon zwemmen, Jezus waarschijnlijk ook
niet. En vissen deden ze alleen op het meer van Galilea. Ze dachten dat diep in het water monsters
woonden, duivels en allerlei kwaad. Het water was
een poel vol gevaar en dood.
Over het water lopen, dat betekent dus, dat je niet
bang bent voor duivels en spoken. Dat je niet kopje
onder gaat. Dat je niet doodgaat. Dat willen ze
van Jezus zeggen: Jezus staat boven het kwaad en
boven de dood. Hij leeft bij God, en wij kunnen dat
ook, als we hem volgen.