UITNODIGING TOT DE DANS – OOK IN TIJDEN VAN CORONA EN LOCKDOWN…

Storm op het meer – Sieger Köder
Lord of the Dance - The Dubliners
I danced in the morning When the world was begun, And I danced in the moon And the stars and the sun, And I came down from heaven And I danced on the earth, At Bethlehem I had my birth.
Dance, then, wherever you may be, I am the Lord of the Dance, said he, And I’ll lead you all, wherever you may be, And I’ll lead you all in the Dance, said he
I danced for the scribe And the pharisee, But they would not dance And they wouldn’t follow me. I danced for the fishermen, For James and John They came with me And the Dance went on.
Dance…
I danced on the Sabbath
and I cured the lame
The holy people
said it was a shame
They buried my body
And they thought I was gone
But I am the dance,
and the dance goes on
Dance…
I danced on a friday
when the sky turned black
It’s hard to dance
with the devil on your back
They ripped and they stripped
And they hung me on high
And they Left me there
on a cross to die
Dance…
They cut me down
And I leapt up high
I am the Life that’ll never, never die
I’ll live un you if you’ll live in me –
‘I am the Lord of the dance’ sais he
Dance…
Heer van de Dans
Ik danste bij daglicht,
toen de wereld begon,
ik danste bij maan
en bij sterren, bij zon,
kwam neer van de hemel
en danste op aard,
in Bethlehem heeft mijn wieg gestaan.
“Dans dan, dans, waar het ook zij,
ik ben de Heer van de Dans”, zegt hij.
“Ik leid je wel, waar het ook zij,
Ik leid je wel bij de Dans”, zegt hij.
Ik danste voor geleerden,
vroeg farizeeën mee
die wilden niet dansen
die volgden niet mee.
Ik danste voor de vissers,
voor Jacobus, Johan,
en de Dans ging door.
“Dans …”
Ik danste op sabbat,
genas een lamme man,
alleen het vrome volk
dat sprak er schande van.
Ze hebben me begraven
met nog een steen d’r voor,
maar ik ben zelf de Dans
en ga nog altijd door.
“Dans …”
Ik danste die Vrijdag
bij alle duisternis
een harde dans
als het met de duivel is.
Ze staken en braken me
en gingen naar huis,
ze lieten me alleen
om te sterven aan een kruis.
“Dans …”
Ze haalden me neer - ik sprong overend;
ik ben het Leven dat nooit nooit sterft.
Ik leef in jou als jij in mij –
“Ik ben de Heer van de Dans” zegt hij.
“Dans …”
herdichting: Wim Vroon

Pablo Picasso – Dance of Youth
Waterballet op het meer van Gennesareth
Op een keer vroeg Jezus aan zijn leerlingen
om scheep te gaan en over te steken naar de andere kant.
Zelf bleef Hij die avond alleen om te bidden.
Toen de boot reeds een eind van de kust was verwijderd,
werden zij door de golven geteisterd, want de wind zat tegen.
Maar in de vierde nachtwake kwam Hij naar hen toe,
wandelend over het water.
De leerlingen die Hem over het water zagen wandelen, werden doodsbang
en zeiden: het is een spook! En ze gilden het uit van angst.
Aanstonds sprak Jezus hen toe, en zei: Wees niet bang, ik ben het, vrees niet!
Petrus antwoordde:
Heer, als gij het zijn, beveel mij dan over het water naar u toe te komen.
Jezus sprak: Kom!
Petrus klom uit de boot, en wandelde over het water,
om tot bij Jezus te komen.
Maar bij het zien van de geweldige storm werd hij bang,
en riep, toen hij begon te zinken: Heer, red mij!
Aanstonds stak Jezus de hand uit, greep hem vast, en sprak:
Kleingelovige, waarom heb je getwijfeld?
En toen zij in de boot waren geklommen, bedaarde de wind.
Nu wierpen zij, die in de boot waren, zich voor Hem neer en zeiden:
Waarlijk, Gij zijt de Zoon van God. (Matteüs 14,22-33)
Misschien is dit wel het mooiste trouw-verhaal uit de evangelie! De Zoon van God en de eerste Paus, die samen de swing proberen te dansen – stel je voor…
Zie ze daar bezig op het wankele water, die twee tegenover elkaar: Petrus halsreikend en Jezus handen-reikend, hartstochtelijk op zoek om elkaar toch maar niet kwijt te geraken. Wat een schitterend beeld van wat liefde kan zijn en verbondenheid en trouw. Waterballet op het meer van Gennesareth…
Liefde is niet iets wat je eens en voor altijd kant en klaar in je bezit hebt. Liefde is leven, liefde is groei. Liefde maakt geschiedenis. Trouw is een weg om te gaan. Je waagt de stap zonder goed te weten waarom. Maar iemand tegenover je nodigt je uit, vraagt je, smeekt om je… En je waagt het dan maar, op goed geluk, en je vertrouwt er op dat er altijd een hand zal zijn die je vastgrijpt als je dreigt te verzinken in zeven zeeën van ellende en verdriet. En zo, vasthoudend die hand, loop je de angst en de twijfel onder de voet. En je gààt. Eerst angstig en aarzelend, maar stap voor stap groeit er een pad. Gaan-de-weg, de ogen gevestigd op die mens tegenover je ga je samen naar het land aan de overkant, dansend over het water…

Zoals de dichter zegt:
Jij geeft mij vleugels
en handen vol licht
Jij leert mij leven
zonder gewicht,
Lopen op water
en spelen met vuur
Jij maakt mij open –
ik weet dag noch uur.
(Hein Stufkens)

Zo gaat dat toch steeds weer: roeiend met riemen van verlangen lopen wij telkens over de golven heen van onze eigen angsten en zorg om zelfbehoud. En onderweg besef je steeds meer: een mens heeft niet zoveel nodig om te leven. Hoe zwaarder beladen, hoe moeilijker het wordt om over het water te lopen. Hoe armer je bent, hoe lichter het loopt. Zoals die Man van Nazareth heeft gezegd: ‘Neem niets mee voor onderweg: geen stok, geen reiszak, geen schoeisel. Voor niets heb je gekregen, voor niets moet je alles weer weggeven…’ (Mt. 10,8-10).
Een mens die op de liefde vertrouwt hoeft bijna niets in handen te houden – alleen nog misschien wat dingen die niemand missen kan: een stem, een naam, een hand op je hart, wat broodkruimels om de weg te kunnen vinden en een slok wijn om de diepste dorst te lessen. En in de rest zal de Vader uit de hemel wel voorzien… (Mt 6,32)
Want … vrijheid is verte, een weg om te gaan
vrijheid is zoeken, geen veilig bestaan
geen god en geen mens die je zegt hoe te leven
vrijheid: een stem die je roept in de nacht.
Vrijheid is gaan waar een mens op je wacht
een stem en een vuur om je richting te geven,
en je hart en je hand
zonder boei, zonder band
om vrij aan een ander te geven…
(uit een lied van Jan Verhoef)
Ach, wat een schitterende bijbelse droom is dat: ‘Van de stormzee, de holle golven een straat maken…’. En dan maar ‘zwemmen en varen, lopen de branding in, lopen maar, lopen over de zee…’ (H. Oosterhuis). Het is de meest adembenemende gedachte waarop een mens kan komen…



Toon Hermans
Het was een warme avond, in het begin van de zomer, en hoog in de populier zong de lijster.
De eekhoorn zat in het gras aan de voet van de beuk. Zijn hoofd zakte langzaam omlaag en hij kon zijn ogen bijna niet meer openhouden.
`Hallo eekhoorn,’ hoorde hij opeens. Hij keek op. Het was de olifant.
`Hallo olifant,’ zei hij.
De olifant bleef voor hem staan en leek iets te willen zeggen. Hij schraapte een paar keer zijn keel en zwaaide zijn slurf van zijn ene schouder naar zijn andere schouder.
‘Eekhoorn,’ zei hij toen. ja,' zei de eekhoorn. Wil je met me dansen ?’
`Dat is goed,’ zei de eekhoorn.
`Maar… eh… als ik op je tenen trap, word je dan niet boos?'
Nee,' zei de eekhoorn. Maar je moet niet op mijn tenen trappen.
`Maar als ik het toch doe?'
`Nee, dan word ik niet boos.'
`En als ik opeens heel gelukkig ben en met je in het rond draai en j e niet meer kan houden en jij met een enorme klap tegen de beuk vliegt en versuft blijft liggen, word je dan ook niet boos?'
De eekhoorn dacht na en zag zichzelf in het gras liggen, op zijn rug, onder de beuk, terwijl er een enorme bult op zijn voorhoofd verscheen.
Nee,' zei hij langzaam, dan word ik ook niet boos.'
`En als ikje dan overeind trek en verder dans ?'
`Nee, dan ook niet.'
De olifant slaakte een diepe zucht, keek even heel ernstig en legde toen één voorpoot om het middel van de eekhoorn. De maan scheen, de lijster zong en de olifant en de eekhoorn dansten.
Na twee passen trapte de olifant op de tenen van de eekhoorn.
`Au,’ zei de eekhoorn. Maar hij werd niet boos.
Nadat hij nog tien keer op de tenen van de eekhoorn had getrapt en de eekhoorn niet één keer boos was geworden voelde de olifant dat hij heel gelukkig begon te worden.
De nachtegaal was ook gaan zingen en op de onderste tak van de beuk ging het vuurvliegje aan en uit.
De olifant draaide de eekhoorn, al dansend, om zich heen, steeds harder en wilder. Ik denk, dacht de eekhoorn, dat ik weet wat er nu gaat gebeuren.
`Hol’ riep de olifant. Maar het was al te laat. De eekhoorn vloog met grote snelheid door de lucht en kwam met een zware dreun tegen de beuk terecht.
Even later dansten ze weer. De olifant danste en de eekhoorn strompelde in de maat. De olifant probeerde niet meer te draaien en zo min mogelijk op de tenen van de eekhoorn te trappen.
`Wat dansen we mooi!’ fluisterde hij in het verkreukelde oor van de eekhoorn.
`Ja,’ kreunde de eekhoorn.
`Zo zou ik altijd wel willen dansen,’ zei de olifant.
`Ja,’ mompelde de eekhoorn terwijl het vuurvliegje toekeek en vriendelijk aan en uit bleef gaan. Dat meen ik echt, dacht de eekhoorn.
Uit Toon Tellegen: ‘Na aan het hart – Dierenverhalen vol vriendschap’
Een meisje
Ze wacht. Nee, denkt ze, ik wacht niet, ik dans.
Ze danst, ze danst met lange, ranke passen, langzaam en aandachtig, ze houdt haar ogen dicht,

ze danst door deuren en door ramen en door lange lankmoedige dagen - hout, glas en uren vallen in splinters rond haar neer -
en telkens als ze niet meer kan en bijna, bijna valt denk ze: ik? ik val niet, ik dans.
Toon Tellegen

OVER WATER WANDELEN - ZWEMMEN IS EEN BEETJE BIJNA HEILIG ZIJN…

Levensles
Zoals je op een duikplank staat,
de afstand tussen jouw
en het klotsende blauw
veel groter lijkt dan hij leek
toen je vanuit het water keek;
zoals je weet dat je nooit
zult durven duiken, teruggaan wel
mogelijk is, maar alleen als je
verder kunt leven zonder ooit
nog in de spiegels te kijken;
zoals je het plotseling doet,
duikt, voor je een besluit
kunnen nemen voorover valt,
de ruimte in, dat klotsende blauw
tegemoet suist, volstrekt willekeurig
tegen waterspiegel knalt, maar
nog zinkend al juicht, bijna
barstend van trots en de
brandende pijn in je huid -
zo zou je soms moeten leven
Kees Spiering
Het water draagt mij vriendelijk
zonder mij te vragen wie ik ben
raho rahiti
Een zwemmer is een ruiter
Zwemmen is losbandig slapen in spartelend water, is liefhebben met elke nog bruikbare porie, is eindeloos vrij zijn en inwendig zegevieren.
En zwemmen is de eenzaamheid betasten met vingers, is met armen en benen aloude geheimen vertellen aan het altijd allesbegrijpende water.
Ik moet bekennen dat ik gek ben van water. Want in het water adem ik water word ik een schepper die zijn schepping omhelst, en in het water kan men nooit geheel alleen zijn en toch nog eenzaam blijven.
Zwemmen is een beetje bijna heilig zijn.
Paul Snoek

- je veux nager
De zwemmer
t: Ruud Engelander - m: Boudewijn de Groot
Een zwemmer zwemt, hij zwemt in zee Hij zwemt weg van het strand Maar neemt bepaalde beelden met zich mee Van wat hij achterliet op het land
Hij zwemt en denkt niet aan later Hij heeft geen last van angst of aarzeling Boven hem lucht, onder hem water Een zwemmer is een enkeling
Hij baant zich een weg door het water Hij is al flink op weg naar Engeland Achter zich hoort hij geschater Iemand die achterbleef op het strand
Wat meegaat dat laat hij ook achter Wat in de war van een herinnering Kijkt hij eens om en zwemt wat zachter Verdriet is een verdragend ding
De kust is een vage belofte Het koude water, de verzekering Dat hij alles waarin hij geloofde Niet zonder reden door iets nieuws verving
Een zwemmer zwemt, hij zwemt in zee Hij zwemt weg van het strand Maar neemt bepaalde beelden met zich mee Van wat hij achterliet op het land
Te water
Die keer dat hij, tien jaar oud,
te water raakte en dacht,
toen hij aan wal was gebracht:
Er is iets vreselijk fout.
Het water is heerlijk groen,
het is er rustig en goed.
Niets is er meer dat je moet,
alleen wat je zelf wil doen.
Is dit dan het hemelrijk?
Al de mensen die daar staan,
hebben gewoon kleren aan.
Niets dat op een engel lijkt.
De werkelijkheid keerde terug.
Maar de ziel had geroken aan
wegwieken uit het bestaan.
Nog lang was hij zweverig.
Peter Verstegen
Zwemmen is een beetje bijna heilig zijn…
Misschien is dat verhaal van Jezus die samen met Petrus over het water probeert te wandelen, wel het mooiste Passverhaal uit alle evangelies (je vindt het in Matteüs 14, 22-33). Het verhaal zegt: geloven is de stormzee begaanbaar maken; de twijfel, de chaos, de non-sens onder de voet lopen; voelen en zien hoe het water breekt, zodat geboorte mogelijk wordt, verlossing, een weg naar de vrijheid…
Het doek van de doortocht door de Rode Zee in Exodus werd al eens overgeschilderd in het boek Jozua, waar de opvolger van Mozes als eerste van zeer velen de Jordaan oversteekt en het Beloofde land binnentrekt. En nu wordt door de evangelist Matteüs de derde en laatste laag op het majestueuze schilderij aangebracht.
Met machtige beelden hebben de vissers (die gewend zijn straffe verhalen te vertellen om de eenzaamheid kwijt te raken en de vrees voor een plotseling opstekende storm te bedaren) elkaar in hun visserslatijn alsmaar weer dit verhaal over Jezus verteld. En naarmate ze het doorvertelden, werd het steeds mooier, steeds straffer, steeds poëtischer en realistischer, steeds meer oprecht en echt - en dus steeds meer wààr. Vissers kunnen hun geloof en hoop zo nog het beste uitdrukken: het menselijk bestaan is onzeker als een bootje dat ronddobbert op het water van de zee. Het moet maar even gaan stormen, en je kunt elk moment overboord geslagen worden, en ondergaan in de dieperik. Maar ondanks alle wedervaren hebben die vissers diep in het geheugen van hun hart altijd de hoop bewaard dat – hoe breekbaar en wankelbaar het leven ook is, er toch altijd een draagvlak is, een grond onder dit wankele bestaan, een hand die je vasthoudt… En dus vertelden ze maar voort aan wie het horen wilde, dat geloven zoiets is als over water wandelen…


Martin van Wordragen - Zwemmer
waarom is leven overkant
waarom moet water breken?
wie heeft geroepen dat je toch
over de zee kunt lopen?
herman verbeek
*Niemand kan op water lopen Niemand heeft de zee zo lief Niemand komt op eigen kracht zijn angst te boven Niemand wil de zee beproeven Niemand die er heil in ziet Niemand wil er in haar zeggingskracht geloven
Wil je toch jouw angst beheersen Wil je op het water staan Weet dan waar je ooit in bent begonnen Je bent begonnen in het water En beseft pas veel later Dat je daar de zee al eens hebt overwonnen
In de luwte schuilt de waarheid In de schaduw wacht het licht In de stilte gaan je oren open In de moeite van het wachten Ligt de ruimte vind je moed In het donker gaan je ogen open Zie je het pas goed
Iemand kon de zee kalmeren Iemand nam de zee voor lief Hij liep vooruit op onze stoutste dromen Jij wilt ook die kunst beheersen Jij wilt ook op water staan Maar je bent verblind van angst nooit ver gekomen *
*Iemand heeft de zee begrepen Iemand heeft jouw angst verstaan Iemand is er uit de chaos opgedoken Hij dorst te lopen op het water Door die ene wist men later Dat in diepe nood een hand wordt uitgestoken
In de luwte schuilt de waarheid In de schaduw wacht het licht In het donker gaan je ogen open In de moeite van het wachten Ligt de ruimte, vind je moed In de stilte gaan je oren open Hoor je het toch goed
Anna Suzanna Loop naar mij toe Kom over ’t water Jij weet best wel hoe Anna Suzanna Kom, durf het aan Ik zal je zeggen Hoe je op kunt staan
In de luwte schuilt de waarheid In de schaduw wacht het licht Na de stilte zijn je oren open Na de moeite van het wachten Vind je ruimte, vind je moed Kun je rustig op het water lopen Zie je het pas goed*
Jaap Zijlstra
Water is een uitdaging,
water is een element.
Water is nooit zomaar water,
maar altijd: zee, rivier, beekje of meer.
Water is een uitdaging,
en zwemmen in het water
is de bedreiging proeven,
de uitdaging aannemen
van het roepende water.
Zwemmen is
je lichaamswarmte achterlaten
aan een kapstok
en een-twee-drie
het wagen met het water.
Duiken is
jezelf blindelings vergooien,
sterven in een ijskoud graf,
en bovenkomen is
tot werkelijkheid verrijzen,
geboren worden en voelen:
ik ben er dus nog!
Water zegt:
Spring maar,
ik vang je wel op.
Ik wijk,
waar je ook bent,
voor je lijf.
Wat een toonbeeld
van voegzaamheid:
altijd gaat het water
voor me opzij.
Maar kijk uit,
want met één slok
zuigt het je omlaag
en laat je uiterst
welwillend verdrinken!
Ga dus maar nooit
met het water onderhandelen –
van dat soortelijk gewicht
vergeet het maar.
Het water blijft levenslang vijand
voor wie er niet
levenslang tegen vecht.
En wie zich verzet,
mag er vrijuit mee spelen.
Zwemmen is
trotser zijn
dan de trots van het water,
is toeslaan
en je laten strelen
door de golven.
Een mens stikt tenslotte
van enkel maar lucht
en op het droge
snakt ons bestaan naar adem.
Het water bergt ons
in zijn koele hand en wij voelen:
dit is een bed om in te wonen.
Zo was het water
van de schoot die ons droeg.
Zo zal het zijn
voor wie op zee wordt begraven.
Water is schoot
en graf tegelijk.
Het is van vóór de geboorte en
van ná de dood.
Fons Janssen

Selena Oliva Devoghel,leerling van het 5de leerjaar in de Academie Brugge dko, maakte dit werkje als online opdracht: ‘Beeld jouw gemis uit van water, de zee, het zwembad, het niet meer kunnen gaan zwemmen in Corona-tijd.’ Ze schilderde een krachtig blauw ritmisch wateroppervlak met veel speelsheid.
NATUURKUNDE
‘O denkt men er zo over!’ zei het jongetje dat de wet van Newton gelezen had
en hij steeg als een leeuwerik in de dampige najaarshemel en geen sterveling op aarde heeft hem ooit nog teruggezien
Cees Buddingh’
‘Help je me even dragen?’
vroeg ik aan een voorbijganger
‘het leven weegt zo zwaar…’
Hij kinkte,
liep een eindje met me mee.
Hij liet de storm bedaren
en ik wandelde over de zee.
Annick – vanuit de vierde wereld
Voor het eerst
Toen het kind voor het eerst
de zee zag
rende hij met al z’n kleren aan
als de weerlicht het water in
Ik moest hem met grote sprongen achterna
hij zou naar Engeland gelopen zijn
Ad Goos
Bridge over troubled water (Simon & Garfunkel)
When you’re weary, feeling small When tears are in your eyes, I will dry them all I’m on your side

When times get rough And friends just can’t be found Like a bridge over troubled water I will lay me down When you’re down and out When you’re on the street When evening falls so hard I will comfort you I’ll take your part when darkness comes And pain is all around Like a bridge over troubled water I will lay me down
Like a bridge over troubled water
BLIJVEN GELOVEN EN HOPEN: OVER WATER WANDELEN
IN TIJDEN VAN CORONA EN LOCKDOWN…

He Qi – Christ calming the storm
Moet je Hem zien, die Man van Nazareth. Hoe Hij naar zijn leerlingen in de boot toe komt, wandelend over de zee. Hoe Hij over het water scheert als een duif, zoals die vogel-Geest deed bij de allereerste scheppingsdag. Hij doet nog maar een keer voor wat eigenlijk Gods-onmogelijk is, zwevend boven de gapende afgrond van alle nonsens, alle niets. Als een vorst loopt Hij over het water, wandelt op de vleugels van een nieuwe dag. Wat een waaghalzerij is dit, wat een halsbrekende toeren haalt die Man toch uit! Zoals Hij daar als een koorddanser over de golven loopt, zo zonder aarzelen en zonder vragen. Met overal om Hem heen nochtans alleen maar angst en ondergang. En de twijfel die bestendig opduikt als een valkuil voor zijn voeten. Zie hoe er ‘en-toch’ stap voor stap een pad groeit te midden van het water, hoe er een weg ontstaat, ‘gaan-de-weg’…
Dus bleef Hij maar zijn hele leven lang over dat wankele water lopen – zelfs geslagen en vermoord liep Hij nòg door. Hij was niet onder te krijgen. Steeds meer kwam Hij uit alle vormen van dood levend en wel overeind. Je herkende Hem op de duur aan Zijn stap. Hij liep niet meer met lood in de schoenen, slofte niet langer rond met zwaarmoedige dogma’s en aangeprate schuldgevoelens als blokken aan het been. Lichtvoetig was Hij onder de mensen, dansend en spelend liep Hij hen tegemoet, met handenvol toekomst die geneest en heelt…
Dat zijn leerlingen – zelf toch geen klein beetje met de zee vertrouwd - dat zó hebben verwoord, dat is geen literaire lichtzinnigheid, geen simpele naïviteit van bevlogen of licht-
benevelde nieuw-gelovigen. Het is veeleer uiting van een langzaam gerijpte hoop en een vast
vertrouwen. Zo’n verhaal is een geloofsbelijdenis in pure poëzie! Geloven maakt vrij, zegt zo’n verhaal. Geloven maakt niet lichtzinnig, maar lichtvoetig. En daarvan wilden zij voor de hele wereld maar al te graag getuigen…

Geloven is leren wandelen over het water. Je neerleggen op de stroom. Er op vertrouwen dat het water je zal dragen. Alle zwaarmoedigheid en zwaarwichtigheid kwijt raken op de duur.
Wie blijft hopen en geloven wordt steeds meer vrij en maakt anderen vrij; hij voelt zich in zijn element in het water – zoals een kind zich thuis voelt in het vruchtwater, veilig beschut en wachtend op geboorte. Ja waarlijk, ‘Zwemmen is een beetje bijna heilig zijn…’ (Paul Snoek)
Als ’t stormt - Ramses Shaffy
Als ’t stormt rond je schip
Ga mee, ga mee
Met de storm die je voert
naar een wilde zee
Want de macht is te groot
En te klein is jouw boot
En de tijd zal ’t getij weer keren
Als ’t stormt in je hoofd
Ga mee, ga mee
Met de storm die je voert
naar een andere ree
En verzet je maar niet tegen ’t verdriet
Want de tijd zal ’t getij weer keren
Want de klip gaat niet opzij
En de wind gaat niet opzij
Je schip maakt haast slagzij
Want de storm kan niet voorbij
Het geweld, het gevaar en de angst
die hoort erbij
Je hulpkreet hoort erbij
Maak de zeilen nu maar vrij
Als ’t stormt in je hart
Ga mee, ga mee
Met de storm die je voert naar een wilde zee
Zet het anker niet uit
Red niet je huid
Want de tijd zal ’t getij weer keren
In het hart van de storm is het altijd stil…
(lieverlevenlezuze 1406)
Gaat deze storm voorbij?
Of slaat hij met zijn vlagen
het licht uit onze dagen?
Gaat deze storm voorbij?
Keert deze zee zichzelf?
Of zullen onze dijken
voor het geweld bezwijken,
Keert deze zee zichzelf?

Gaat nu de Heer voorbij?
Of zijn het droomgezichten
Die op de golven lichten
Gaat nu de Heer voorbij?
Het is de Heer, ’t is Hij!
Hij zal de zee bedaren,
de luchten op doen klaren.
Het is de Heer, ’t is Hij!
Hij blijft ons steeds nabij.
Hij wil zich aan ons wagen
en ons op handen dragen.
Hij blijft ons steeds nabij.
Kees Pannekoek
Stap voor stap en hand in hand gaan mensen naar de overkant…
Zo wandelt de Man van Nazareth onverschrokken over het water, Zijn toekomst tegemoet. En Hij nodigt Petrus (dat is de Kerk, dat… zijn jij en ik!) uit om hetzelfde te doen. En zie hoe Petrus als eerste, als echte voorganger, als primus inter pares van de Kerk, door het verlangen aangegrepen zonder nadenken overboord springt, weg uit alle oude zekerheden, om op zijn beurt over het water te wandelen…
Maar angst en twijfel pakken hem bij de kraag en sleuren hem mee met de zuigkracht van de dood. Simon-Petrus, geroepen om rots te zijn (dat wil zeggen: betrouwbaarheid, steun en sterkte en stevigheid, grond-onder-de-voeten voor zoveel anderen) zakt nu hopeloos weg in het water als had hij een zware molensteen om de hals. Vooraleer hij mensenvisser kon worden, moest hij dus zelf eerst betrouwbaarheid ondervinden vanwege Eén die zoveel groter is…
Dat is ook vanouds het schema van ons geloven. Jezus roept ons telkens weer in Godsnaam toe: ‘Kom!’ Wij zetten op Zijn woord een stap in het ongewisse. Wij twijfelen. Wij roepen om redding en
ontferming: ‘Heer, red mij, ik verga! Kyrie Eleison!’ En met de ogen dicht geven wij ons tenslotte over aan Hem die ons de hand reikt. Hij die telkens weer zegt: ‘Vertrouw je maar aan Mij toe. Dan lachen en huilen wij samen ons antwoord naar de golven. En voor je het weet loop ook jij over de zeeën heen van je angst en ellende de dood onder de voet. ‘Kom!’, zegt Hij. ‘We zeggen samen Amen, Ik en jij…’
Roeiend met riemen van verlangen…
Toen Jezus weer aan land was leerde Hij Petrus dat je ook met je voeten kunt geloven. Als je maar die onzekere weg durft te gaan, over het water naar Hem toe. Wie gelooft en hoopt en liefheeft, loopt tenslotte de twijfel en de dood onder de voet…
Het tegenovergestelde van ‘geloof’ is in de Bijbel niet het ‘ongeloof’, maar de angst. De Kerk begint op Pinksteren, op het moment dat de leerlingen hun angst opzij schuiven, deuren en vensters open gooien, en vrank en vrij het marktplein op gaan om te getuigen en te vertellen over wat hen inspireert en beweegt. Zo is dat nog altijd, tot op vandaag.
Suzanne - Herman van Veen
Suzanne neemt je mee Naar een bank aan het water Duizend schepen gaan voorbij En toch wordt het maar niet later En je weet dat ze te gek is Want daarom zit je naast haar En ze geeft je pepermuntjes Want ze geeft je graag iets tastbaars En net als je haar moet zeggen Ik kan jou geen liefde geven Komt heel de stad tot leven En hoor je meeuwen schreeuwen Je hebt steeds van haar gehouden
En je wilt wel met haar meegaan Samen naar de overkant En je moet haar wel vertrouwen Want zij houdt al jouw gedachten in haar hand
En Jezus was een visser Die het water zo vertrouwde Dat hij zomaar over zee liep Omdat hij had leren houden Van de golven en de branding Waarin niemand kan verdrinken Hij zei “als men blijft geloven Kan de zwaarste steen niet zinken” Maar de hemel ging pas open Toen zijn lichaam was gebroken En hoe hij heeft geleden Dat weet alleen die visser aan het kruis
En je wilt wel met hem meegaan Samen naar de overkant En je moet hem wel vertrouwen Want hij houdt al jouw gedachten in zijn hand
Suzanne neemt je mee Naar een bank aan het water Je onthoudt waar ze naar kijkt Als herinnering voor later En het zonlicht lijkt wel honing Waaraan kinderen zich tegoed doen En het grasveld ligt bezaaid Met wat de mensen zoal weg doen In de goot liggen de helden Met een glimlach op de lippen En de meeuwen in de lucht Lijken net verdwaalde stippen Als Suzanne je lachend aankijkt
En je wilt wel met haar meegaan Samen naar de overkant En je moet haar wel vertrouwen Want ze houdt al jouw gedachten in haar hand


We zitten te schepe en we moeten varen.
Samen met anderen,
mensen die we niet gekozen hebben,
maar die ons gegeven zijn
moet de boot van onze kerkgemeenschap
naar de overkant,
naar beter leven voor allen.
Over de golven
en met een wind die soms lelijk tegenzit.
Wanneer er stormen komen
in de gemeenschap of in de wereld rondom,
laat ons dan niet panikeren,
laten we de armen dan niet zakken.
Telkens weer zal Hij er zijn,
soms rakelings nabij, teder zacht,
soms botsend hard.
Over de golven van het leven
zal Hij naar ons toekomen
zoals een mens komt naar een ander mens.
Hij zal in ons leven binnenkomen
welkom of ongelegen.
Veelal ongevraagd
zal Hij ons leven doorkruisen.
En zijn vraag
zal telkens hoorbaar zijn in mensen
en in het diepste van onszelf.
Waar is je broer? Je zus?
Hoe anders
Hoe zou het anders moeten
geen vleugels
alleen maar voeten
alleen twee
dan ze een voor een verzetten
stap voor stap de grond ontmoeten
zonder wortels
maar niet los
hoe zou het anders moeten
wandelen met God
Inge Lievaart
Wat heb jij aan de minsten gedaan?
Hij zal onrustzaaier zijn, ambetante gast,
openbreker van je veilige beslotenheid.
‘Doorgaan!’ zal hij zeggen.
‘Niet panikeren.
Niet bang zijn in de tegenwind.
Heb vertrouwen. Ik ben er ook nog.’
Als we straks weer beginnen
aan wat heet het ‘nieuwe normaal’,
als we ons straks weer zullen wagen
aan de herwonnen vrijheid
en ons weer roekeloos durven toevertrouwen
aan de golven van het leven,
aan de stormen van het menselijk bestaan,
laten we ons dan niet blind staren
op de kracht van de tegenwind.
Laat je niet afschrikken door alles
wat het kerk- en gemeenschapswerk
moeilijk kan maken.
Wie enkel dat ziet,
is al gezonken nog voor hij begint.
Maar hou Hem in de gaten,
en zie de tekenen van zijn aanwezigheid.
Dan weet je eens en voorgoed:
geen mens staat er alleen voor.
(vrij naar een tekst uit
de Pastorale Eenheid Emmaüs Brugge –
voor de 19° zondag door het jaar – A
LICHTVOETIGER DAN DE MENSEN
Gaan naar de overkant, naar jou
gaan naar de overkant
naar wat nog niet gehaald is
nog niet gezocht werd
nog niet gehoopt, niet geprobeerd
steeds maar niet gedurfd,
gaan naar de overkant
over het water van het bestaan.
Niet met loden schoenen
met de somberheid van de dood
op het gezicht
niet met de luidruchtige angst
van de luchthartigen
maar met het lachen en roepen
van de lichtvoetigen.
Handen zoeken voor houvast
handen van iemand
die al geleerd heeft alleen te zijn
die bidden kan.
Misschien wil dat wel zeggen:
bergen verzetten in je hart
keiharde onverzettelijkheid
granieten onverzoenbaarheid
stenen ongevoeligheid.
Zou dat zijn wat Jesus van Nazareth
in de nacht heeft gezocht?
Hij een man die jouw schip de zee in duwt
van het strand vandaan
van de rotsen weg:
ga maar
je hebt een zeil en een roer
je hebt richting
de overkant waarvan ik je verteld heb.
Ga maar, ik kom je na. Ik ben er
als het stormt kom ik.
Met of zonder boot, je komt wel verder
één voet in het diepdonker
de andere op het schuim van de golftop
gaandeweg vooruit door de storm.
Zo zei hij,
tot het laatst bleef hij hen leren
zorgde voor voedsel onderweg,
met brood en wijn zei hij
dat je leven moet en blijven lopen
niet zinken, niet opgeven.
Toen kwamen de golven
van haat en niet begrijpen over hem heen
huizenhoog torenhoog
hij moest en zou onder water
hij moest ondergaan.
De stenen die hem
van het hart waren genomen
de hardheid en de doodsdrift
die molenstenen van
gemalen worden en gebroken
werden hem om de hals gebonden
en zo is hij gezonken.
Maar lichtvoetiger dan de mensen
stond hij op uit de diepten van de zee.
En toen ging zijn kleine kring begrijpen
langzamerhand zagen zij hem hij
liep hen tegemoet over het water.
Ze hoorden hem roepen:
blijf lopen, blijf eten en drinken, red elkaar
je hebt toch handen
je hebt toch houvast aan elkaar
zoals je houvast hebt aan mij
geef handen vol jij
jij man jij vrouw
jij kind jij vriend
jij ver weg en dichtbij
jij zonder uitzicht zonder genezing
jij in tranen zonder huis, zonder vreugde.
Hier is mijn hand voor over de zee.
(Herman Verbeek in ‘Trouwen is dag aan dag’)
