17e zondag door het jaar A (2008)

A-cyclus · Tijd door het jaar · 17e zondag · groen

“Zo staat uw dienaar temidden van het volk dat Gij uitverkoren hebt, een groot volk, zo groot dat het niet te tellen of te schatten is.”
Dit zinnetje trof me. Zulke protserige taal is ontleend aan verheerlijkende woorden waarmee een koning-alleenheerser zich in het verre verleden vanzelfsprekend op de borst klopte. Ze geven beslist niet de feitelijke staat van het land weer.
Het zinnetje treft me juist omdat de huidige staat Israël zich door zijn militair en politiek gedrag de pretentie aanmeet dat die woorden na bijna drie duizend jaar eindelijk werkelijkheid zijn geworden. De buurlanden en de rest van de wereld zullen dit weten en voelen!
God maakt Salomo een compliment omdat hij niet om politieke en militaire overmacht had gebeden en daarom schenkt hij hem wijsheid die alles te boven gaat. Als je kijkt naar zijn verder leven dan heeft die gave Gods hem weinig geholpen.
In de woorden van het evangelie mogen we onder die wijsheid van Salomo de schat verstaan die gelijk staat aan het Rijk der hemelen.
Het woord wijsheid klinkt dikwijls ietwat muf: het doet denken aan boeken. aan geleerdigheid, aan saaie kennis waar je niets mee kunt. Het woord schat spreekt meer aan. Man en vrouw kunnen elkaar met “schat” aanspreken, en hun kind heet onder sommige omstandigheden zelfs “schatje”.
Het evangelie spreekt over een verborgen schat, die gezocht en gevonden wil worden om tot zijn recht te komen.
Het Rijk der hemelen wordt in onze tijd niet meer als een schat ervaren waar je naar op zoek gaat.
Welke schat is dan wel het zoeken waard? Te veel om op te noemen.
We maken onderscheid tussen materiele en geestelijke waarden, materiele waarden zijn er te veel om op te noemen. Geestelijke waarden zijn moeilijk te omschrijven.
Als we de verhalen over Jezus lezen, dan zien we dat materiele waarden een plaats hadden in zijn leven: om te beginnen blijkt hij oog te hebben voor de natuur in al haar variaties en verschijningen, voor de pracht van bloemen, een rijke oogst, goede wijn, gezondheid van mensen die hij ontmoet, zijn aandacht voor de betekenis van eten en drinken, waar hij voor en na zijn dood blijk van geeft.
Geestelijke waarden: Hij eist vrijheid op voor mensen zoals blijkt uit een uitspraak als: “De sabbat is er voor de mensen, niet de mensen voor de sabbat”. Hij komt op voor de waardigheid van mensen, denk aan de tollenaar bij wie hij gaat eten, sommige mensen betekenen meer voor hem dan anderen, denk aan de vriendschap met Lazarus en zijn twee zussen Maria en Magdalena.
Terwijl ik zo naar Jezus kijk, komt de vraag op of hijzelf de gevonden schat is, of een schat waarvan nog niet is vastgesteld wie de wettige eigenaar is. In elk geval bestaat er heel veel onenigheid over de vondst: wie is de rechtmatige eigenaar, wat is de absolute waarde ervan?
De joodse godsdienst wil officieel niets met hem te maken hebben, voor de Islam is hij een profeet maar minder dan Mohammed en voor de Roomse Kerk hij is onvoorwaardelijk God en mens, tweede persoon van de H. Drievuldigheid. Maar een schat?
We kennen de uitdrukking: dat is een man naar mijn hart. Dat zullen velen van Jezus denken.
En we zijn niet verwonderd als we God horen zeggen: “Hij is een man naar mijn hart.”
En Jezus zelf? Aan het begin van zijn leven staan de woorden: “Wist gij dan niet dat ik in het huis van mijn Vader moest zijn?” En als hij op het kruis sterft: “Vader, in uw handen beveel ik mijn geest.”
Achter woorden als God, het Rijk der Hemelen stond voor Jezus dat ene woord: Vader. Hij was zover gekomen dat hij zichzelf kon ervaren en beleven als een schat in de handen van zijn Vader.
En ik? En wij? Al is het in één enkele flits, het kan iemand gegeven zijn zichzelf als een schat te ervaren die met zorg wordt vastgehouden door handen die over de grenzen van tijd en ruimte heen reiken.
Jezus had er een woord voor. Wij nog niet. Een naam voor de schat die we gevonden hebben of die we zelf zijn?\

Zoeken in Preken Online