Vandaag eindigen de parabels over het Koninkrijk. Eens te meer ligt het accent op de wijsheid. Hoe diep gaat ons dat allen ter harte. Is niet iedereen over zichzelf geërgerd als hij niet wijs en verstandig gehandeld heeft? Is er één vrouw die zich niet ergert, als zij op haar tocht in de stad iets vergeet dat zij zich had voorgenomen te doen, vergeten heeft iemand te zien, iets te kopen? Het is een maat voor niets geweest. Een verstandige mens vergist zich niet graag. De wijsheid siert de mens.
Zij siert de mens van alle tijden. Zij sierde Salomo die om wijsheid vroeg en hiervoor door Jahwe geprezen en gezegend werd. Als koning van Israël zocht hij éérst de wijsheid en al het overige werd hem erbij geschonken. Zo is het in het nieuwe Koninkrijk dat Jezus sticht. Zei Hij niet aan zijn leerlingen: “Zoekt eerst het Koninkrijk en zijn gerechtigheid: dan zal alles u erbij gegeven worden”? Is dat niet de wijsheid van de bergrede, van de leerling die op de Rots bouwt?
Een parabel is een wijs woord, dat tot nadenken uitnodigt en dat, aan wie nadenkt, zijn wijsheid prijsgeeft, zoals een boek, een beeld of een film zijn schoonheid en zijn waarheid prijsgeeft aan wie open en aandachtig leest, kijkt en volgt. De wijze leerling ziet goed dat Jezus’ woord richting geeft aan zijn leven, dat het dé richting geeft aan zijn leven. Hij kiest daarom voor de akker met de verborgen schat, voor de kostbare parel. Zijn keuze sluit in dat hij alles op het spel zet. Hij maakt alles te gelde wat hij bezit. Is dat wel wijs? Ja, als de leerling inzicht heeft in wat hij doet, als hij het aanbod van zijn Meester onderkent.
Op het einde van de parabels over het Koninkrijk en de voorwaarden om erin te treden en erin te leven, vraagt Jezus: “‘Hebt gij dit alles begrepen’? Zij antwoorden Hem: ‘Ja’ “. Wie kan alles begrijpen van het Koninkrijk? Het is de persoon van Jezus zelf, zijn liefde en het vertrouwen dat Hij inboezemt, die het ja-antwoord van de leerling bepalen, roekeloos als het ja van de liefde, maar toch wijs, omdat hij aan wie de andere zijn ja-woord geeft, liefheeft en vertrouwen inboezemt en schenkt. Ook in de liefde begrijpt men niet “alles”. Toch is het wijs ja te antwoorden en het risico van het leven te nemen.
De leerlingen nemen het wijze risico Jezus te volgen. En terwijl zij Hem volgen begrijpen zij steeds beter dat Hij de sleutels heeft van het Koninkrijk, zoals wie liefheeft steeds beter het geluk begrijpt dat men van mekaar ontvangt als men mekaar volgt. Wie niet alles verkoopt, begrijpt nooit alles van de liefde, hij begrijpt er zelfs niets van. Wie verdeeld blijft in zijn hart, geeft zich nooit en ontvangt nooit. Zo gaat het met het Rijk der hemelen. Daarom onderlijnt Jezus nog dat niet alleen de leerling kiest, maar dat ook Hij kiest en dat God kiest, “op het einde van de wereld”. De goede vissen worden van de slechte gescheiden. De keuze is niet alleen wijsheid, ze is ook grote ernst.
“Iedere schriftgeleerde is gelijk aan een huisvader die uit zijn schat nieuw en oud te voorschijn haalt”. Jezus is zelf de eerste Schriftgeleerde, die eerst zelf alles begrepen heeft, als knaap in Nazaret, getuige zijn vaardige discussie als twaalfjarige met de leraren in de tempel van Jeruzalem, als adolescent, getuige de traditie van de joden, waar een jongen van vijftien in de Wet duchtig geoefend werd, als jonge man in de woestijnscholen en bij geestelijke leiders die er de woestijntraditie van Israël voortzetten, getuige wat we weten over Johannes de Doper, Johannes de geliefde apostel, Paulus, Flavius Josephus en zovele anderen. In de traditie van de ernstige zoekers uit zijn tijd, heeft Jezus zich van kindsbeen af ernstig gevormd.
Nu onderricht Hij nieuw over de oude dingen, over het Oude Verbond van God met zijn volk, en via zijn leerlingen onderricht Hij ons. Luisteren we naar hen, zoals naar Hem, want door zijn onderricht hebben ook zij geleerd uit Gods schat “nieuw en oud te voorschijn te halen”. Via hen ontvangen we van Hem de sleutel op het leven.