“Valt hij of valt hij niet?” De grote vraag van de zomer, althans volgens de marketingboys en girls van onze nationale Loterij en niet alleen van hen maar van duizenden mensen die elke week een kans wagen om de grote zomerpot te kunnen winnen. De visie dat geld gelukkig maakt is zo diep in ons mens-zijn ingebakken dat we allemaal wel eens die grote pot zouden willen winnen. Op zich is het niet erg te verlangen naar geluk, vraag is of geld alleen voor dat geluk kan zorgen. Als we de lezingen van deze zondag horen, krijgen we een andere visie op geluk. De koning Salomo, die volgens bijbelse en dus niet echt onbevoordeelde schrijvers een wijs man genoemd wordt, mag aan God vragen wat hij wil. Hij vraagt wijsheid. Het is natuurlijk makkelijk om wijsheid te vragen als je al in een paleis woont en men u er niet kan van verdenken te moeten leven van een leefloon. Dat is waar, maar terzelfdertijd ook niet want de dagelijkse realiteit leert ons dat rijken steeds rijker willen worden; eens de materiële honger je leven bepaalt is hij niet meer te bevredigen. Salomo vraagt geen rijkdom, geen dood voor de vijanden maar wijsheid om recht te kunnen spreken en een onderscheid te kunnen maken tussen goed en kwaad. In die zin vertelt Jezus parabels om ons duidelijk te maken hoe kostbaar het Rijk Gods is.
We horen Jezus vertellen dat het Rijk Gods zo kostbaar is dat men er alles zou voor verkopen. En dan vraag ik u: zijn wij, u en ik, het daar mee eens? Hebben wij er alles voor over om “kinderen van het licht” te zijn? De vraag wordt nog prangender als je bedenkt dat dit Rijk Gods je niet zomaar in de schoot geworpen wordt. In de parabel van de schat in de akker ligt hij verborgen en ook in de parabel van de parels horen we hoe de man zoekt naar die parel. En zeg nu eens, wie gaat er moeite doen om iets te vinden, te ontdekken dat eigenlijk niet veel voorstelt? Vinden wij ons geloof zo kostbaar dat we er iets voor over hebben? Iemand die straks in China een medaille wil winnen op de spelen, zal er hard moeten voor werken. Hoe vaak trainen wij? Hoeveel van onze tijd wordt er uitgetrokken voor geloof en hoeveel voor meer materiële dingen te kunnen kopen? Waar draait het uiteindelijk om? Hoeveel tijd nemen we om uit te zoeken waar onze centjes het meest opbrengen en hoeveel tijd stellen we daartegenover om uit te zoeken hoe ons geloof het meest vrucht kan dragen? Als we als gelovige geen beschamend antwoord willen geven op die vragen, dan zullen we er van moeten doordrongen zijn hoe kostbaar ons geloof is. Maar hoe raak je daar van doordrongen in een land waar steeds minder mensen de weg naar de kerk vinden, waar geloven mag maar toch als naïef overkomt? Het antwoord is eenvoudig en moeilijk tegelijk: door te bidden en de bijbel te lezen. Wordt niet gelijk welke relatie maar kostbaar als er tijd in geïnvesteerd wordt? Een relatie waar niet in gepraat wordt, is meestal geen lang leven beschoren. Vandaar het belang van bidden, de bijbel lezen is daar eigenlijk een verlengstuk van want bidden is niet alleen maar praten tegen God als een soort éénrichtingsverkeer. Bidden is ook luisteren naar God: voelen hoe God tot je spreekt in je geweten, in je hart maar ook en vooral in de bijbel. Wie er in slaagt al het gemoraliseer uit de kindertijd weg te gooien en de bijbel weer ontdekt zal Jezus gelijk geven als Hij zegt dat het een schat is waar je alles wil voor verkopen. Maar voor dat alles is tijd nodig. Je kan je natuurlijk wegsteken achter een soort activisme dat verkondigt dat geloven synoniem is van een goed mens zijn die zich inzet voor anderen, maar dan wordt je een Of-mens en geen En-mens. Voor de Of-mens is geloven bidden en bijbel lezen of je inzetten voor je medemens, voor de En-mens is geloven bidden, bijbel lezen én je vanuit dat vertrouwen inzetten voor anderen. De tweede soort zit dichter bij de waarheid. Het is aan ons om dit op een evenwichtige wijze gestalte te geven.
Dit evangelie daagt ons uit aan onszelf de vraag te stellen hoe kostbaar ons geloof is voor ons. Zien wij er blije mensen uit omdat wij een schat gevonden hebben? Straalt er een diep intens geluk af van allen die zich christelijk noemen? Om het met het evangelie van enkele weken terug te vragen: is geloven voor ons kracht of last? Voor Jezus was het kracht, vertrouwen dat Hem zelfs het leven gekost heeft. In Vlaanderen worden wij niet tot zo’n offers gedwongen, gelukkig, maar toch mogen mensen ook bij ons zien hoe kostbaar ons geloof is. Dat toon je niet door respect af te dwingen via wetten en censuur, maar wel door zelf te proberen christen te zijn. Uiteindelijk dwingt zo iemand ook respect af, zelfs bij ongelovigen. Ik hoop dat je die schat van je geloof mag ontdekken en er kan naar leven, daar wordt iedereen beter van!