Zusters en broeders,
Voor de derde week op rij spreekt Jezus in gelijkenissen over het Rijk de hemelen, of het Rijk Gods zoals Hij het bij andere gelegenheden noemt. Parabels over de zaaier, het mosterdzaadje, de gist, de schat in de akker, de parels en het net vol vissen. En uit al deze parabels blijkt één zaak overduidelijk: het Rijk de hemelen komt, onweerstaanbaar. Het is door niets te stuiten. Maar, wat is dat nu eigenlijk, dat Rijk der hemelen?
Eén zaak is zeker: het Rijk der hemelen slaat niet op het hiernamaals; het is geen omschrijving van het eeuwige leven in God. Waarom ik daar zo zeker van ben? Omdat Jezus op een andere plaats in het evangelie zegt: het Rijk Gods is midden onder u. Ook de parabels van vandaag zijn in dit opzicht duidelijk genoeg. De schat uit de eerste parabel zweeft niet ergens tussen de wolken, maar ligt verborgen in een akker, en wie hem wil bezitten, moet de akker erbij nemen. Hetzelfde geldt voor de parel uit de tweede, en de vissen uit de derde parabel: ze maken integraal deel uit van deze wereld, zelfs van de dagelijkse bezigheden van de mensen. Opvallend is de reactie van de vinders in de eerste parabels: zeer kordaat maken ze een keuze die hun hele leven zal veranderen. Het Rijk Gods is dus zo waardevol, dat het best wat moeite en inzet mag kosten.
Maar wat is het dan, dat Rijk Gods, dat de vinders tot zulke verstrekkende inzet verleidt? Bestaat het uit aardse rijkdom, gezondheid, carrière, succes, een dure auto en vandaag natuurlijk ook een gsm? Feit is, dat het in onze aard lijkt te liggen ons nogal in te zetten voor die dingen, en feit is ook dat we ons niet echt gelukkig zouden voelen in het vel van, zeg maar, een gemiddelde Afrikaan, die vanmorgen nog niet weet wat en of hij deze middag zal eten. Maar het is evenzeer een feit dat we weten dat rijkdom niet noodzakelijk gelukkig maakt, dat rijke mensen dikwijls zelfs erg ongelukkige mensen zijn. Mislukte huwelijken, drank- en drugproblemen, familieruzies, overvallen en ontvoeringen … het hoort er vaak allemaal bij. Echt geluk kan je dat niet noemen, en de reden daarvoor is heel eenvoudig: niet zij bezitten het geld, maar het geld bezit hen, zodat ze enkel nog kunnen doen wat het geld hen oplegt, en dat is: leven voor nog méér geld. Nu zijn we allen bijbelvast genoeg om te weten dat dit voor Jezus zeker niet het Rijk Gods kan zijn. Dat blijkt ook uit de parabels van vandaag: het Rijk Gods is veel waardevoller dan geld. Zetten de beide mannen immers niet precies al hun geld in om de schat/parel, symbool van het Rijk Gods, te verwerven?
Maar als het Rijk Gods geen geld en aardse welvaart is, wat is het dan wel? Het is midden onder U, zegt Jezus, kijk toch uit, dan ziet ge het zelf. Maar ge moet het natuurlijk willen zien, en er ook iets voor willen doen. En wat zien we als we willen kijken? Dat het de eenvoudigste dingen zijn die ons dikwijls het meeste deugd doen: een mooie zomerdag, een fikse wandeling, een goeie babbel met buren, vrienden of familie, een goed rapport op school of bij de dokter. Kortom, de gewone dingen van het leven die we zo krijgen, die niets kosten. Maar we moeten ook iets willen doen voor het Rijk Gods, dat toont ons de tomeloze inzet van die beide mannen. En wat we moeten doen weten we ook: Jezus’ boodschap in ons leven verwezenlijken, de boodschap die het best vervat ligt in zijn acht zaligsprekingen. Zo weten we meteen wat het Rijk Gods betekent: solidariteit, verdraagzaamheid, vergeving vragen en vergeving geven, bezorgd zijn om zieken en zwakken, niemand uitstoten. Ge kent het, zusters en broeders, het zijn die dingen die de wereld leefbaar maken, die mensen tot broers en zussen maken van en voor elkaar, die van de aarde de plek maken die God zich heeft gedroomd: een echte hemel op aarde.
Het Rijk der hemelen komt niet in de hemel, wel op aarde tot stand, en het vraagt om keuzes en inzet. Dat zien we in de derde parabel, die over de vissen: eens het net vol is, wordt het op het strand getrokken en zetten de vissers zich aan het sorteren. De goede vissen doen ze in manden, de slechte werpen ze weg; niet in zee waar ze zouden kunnen verder leven, maar gewoon weg. De symboliek spreekt voor zich: werp af van u wat slecht is. Geef het geen kans om u opnieuw te misleiden, maar gooi het van u af, definitief, en kies voor het goede. Maak dus de juiste keuze, zoals Salomo in de eerste lezing: geen rijkdom, macht of een lang leven vraagt hij, maar wijsheid, die hem in staat zou stellen de goede van de slechte vissen, met andere woorden het goede van het kwade te onderscheiden, en alleen die keuzes te maken waar zijn volk beter zou van worden.
Laten wij dat ook doen, zusters en broeders. Laten we doen als Salomo, en ook als die goede huisvader, die uit zijn schat oud en nieuw te voorschijn haalt. Laten we, met andere woorden, ons hart openen voor het echt waardevol oude in ons, datgene wat in de aard, in het wezen zelf van ons mens-zijn ligt, maar laten we ook het nieuwe verwezenlijken, datgene wat Jezus ons heeft geleerd. Alleen zo kunnen we samen de wereld ombouwen tot het Rijk der hemelen waarvoor Jezus zichzelf zozeer heeft ingezet. Amen.