16e zondag door het jaar A (2005)

A-cyclus · Tijd door het jaar · 16e zondag · groen

Jezus spreekt graag over het rijk Gods.
Jezus is de énige die weet hoe dat rijk er uitziet.
In het evan­gelie van vandaag
biedt Hij ons drie parabels aan, drie gelijkenissen,
om dui­delijk te maken waarover het gaat:
over het onkruid tussen de tarwe,
over het mosterdzaad­je,
en over de zuurdesem in het meel.

Het is alsof Jezus alle registers wil opentrekken
in de hoop dat het nu voor iedereen duidelijk wordt
wat Hij met dat rijk Gods bedoelt.
“Wie oren heeft, moét nu wel horen’”
voegt Hij er op het einde aan toe.
“En als je het nu nóg niet begrijpt,
dan wil je het niet begrijpen”,
lijkt Hij er bij te denken.

Hoe kunnen wij ons dat Rijk Gods voorstellen?
Het is duidelijk dat het bijna onopvallend
en héél klein begint, net zoals een mosterdzaadje.
Het rijk Gods kondigt zich niet aan
met trommelgeroffel en bazuingeschal.
Het groeit eerder doorheen kleine alledaagse dingen:
een woord van tederheid, een lief gebaar.
Die eenvoud en die kleinheid
vormen de kwetsbaarheid van dat Rijk Gods…
Maar ze maken er ook héél de rijkdom van uit.

Want als Jezus één ding duidelijk heeft gemaakt,
dan is het wél God met kleine mensen
grote dingen kan doen
en dat Hij onze zwakheid tot sterkte kan maken.

God verwacht niet dat wij “supermensen” worden.
Hij hoopt wél dat wij ons hart
ver genoeg zouden openzetten om te ontdekken
wat Hij met on voorheeft…

En wellicht zal er tussen de tarwe
héél wat onkruid groeien.
Niemand van ons is volmaakt…
Wij hebben allemaal onze kleine kanten…
En af en toe zal het slechte in ons
ook wel ééns de bovenhand halen…

Maar daarom schrijft God ons nog niet af …
God zet ons niet op een zijspoor…
Hij gelooft in de goedheid van élke mens…
Hij wil ons groeikracht geven, aan élk van ons…

Voor God is élke mens belangrijk,
wie hij of zij ook is.
En zelfs als er in ons hart
méér onkruid dan tarwe zou opschieten,
dan nog zal Hij ons niet veroordelen…

Omdat God liefde is, en alléén maar liefde,
kijkt Hij niet naar het negatieve in ons of in onze wereld.

Hij kijkt eerder naar de kleine lichtpuntjes van hoop,
die héél onopvallend “nieuw leven” bren­gen
in het duister van de nacht.
De liefde is als een zaadje dat God in ons hart legt.

Het éni­ge dat voor Hem telt,
is dat zijn liefde in ons hart kan groeien.
Het énige dat voor Hem telt
is dat wij het beste van onszelf durven geven
om méé te bouwen aan zijn Rijk.

En misschien hebben we véél in te brengen,
en misschien is het weinig…
Maar als wij al wat wij hebben en al wie wij zijn
als zuurdesem toevertrouwen aan het deeg van het leven,
dan zal dat Rijk vroeg of laat onweerstaanbaar doorbreken.

God gelooft in de groeikracht van een mosterdzaadje.
En Hij nodigt ons uit dat zelf ook te doen.
Voor een christen zal het negatieve in de wereld
nooit het laatste woord krijgen…
Voor iemand die gelooft,
zal Gods droom altijd sterker zijn
dan alle tegenslagen, dan alle miserie…

In elke mens leeft er een kern van goedheid,
die onze wereld mooier kan maken.
Tegenslagen, ontgoochelingen en verdriet
kunnen dat geloof éven doen verstommen.
Maar een knipoog van lieve mensen en een teder gebaar
is genoeg om de deur van ons hart wéér open te zetten.

Wie oren heeft, moet wel horen!

Met dank aan onze goede broeder Erwin Roosen!

Zoeken in Preken Online