16e zondag door het jaar A

A-cyclus · Tijd door het jaar · 16e zondag · groen

Antoine de Saint Exupéry vertelt in één van zijn boeken hoe hij op een overvolle trein zit van Duitsland naar Polen. De trein is volgeladen met zogezegde vaderlandslozen, mensen in gedwongen verhuis.

Juist voor zich ziet hij een jong echtpaar met tussen hen in een kleine jongen van zes, zeven jaar. Een witte krullebol met verstandige kijkers. Hij is getroffen door dat gezichtje en schrijft: ça pourrait être un petit Mozart!

Maar onmiddellijk voegt hij er aan toe: maar het zal nooit een Mozart worden. Want hij weet maar al te goed dat dit kind zal verhuizen van de ene barak naar de andere.

Zo zijn er tot op vandaag miljoenen en miljoenen kinderen, barstensvol talenten die nooit tot ontplooiing zullen komen omdat zij in de hongerkampen leven van Darfour, of omdat zij van bij de geboorte aidskinderen zijn. Of omdat zij voor hun leven getraumatiseerd zijn omdat zij gezien hebben wat er met hun vader en moeder gebeurde.Of, dichter bij ons, omdat zij geen echte thuis hebben, omdat zij van de ene vader naar de andere moeten.

Hoeveel menselijk kapitaal aan liefde, aan kunst, aan wetenschap gaat niet verloren. Het wordt verstikt om nooit meer open te bloeien.

Dat is het wat de parabel ons wil duidelijk maken. Geduldig en mild geeft God de gaven van het leven. Maar het kwaad zaait het onkruid en het leven krijgt geen kans.

Ik kan het niet beter illustreren dan door enkele zinsneden uit de brief van Valentijn De Belie, een missionaris in Rwanda.

Velen van die jonge mannen zijn ontredderd: zij zoeken, delven goud, drinken zelfgestookte alcohol, roken hennep en zijn zeer ongelukkig. Meestal hebben zij afgehaakt of maken zij deel uit van één of andere sekte, daar waar er genoeg “ambiance” is. Een hele opgave heel die waaier van sekten. Ik denk dat 80% van hun adepten mensen zijn die katholiek werden gedoopt. Onze kristenheid is minsten gehalveerd qua aantal. Vele van hen zijn ons vijandig gezind. ’t Is niet gemakkelijk voor ons. Steeds de linkerwang tonen als de rechter al bont en blauw is geslagen is niet steeds gemakkelijk.

Maar naar het einde toe besluit hij: Toch geven we de moed niet op. ’t Is Christus’ kerk, wij zijn “in dienst” en doen ons best. En als we dan de inzet en moed zien van zovele, mensen die door een jarenlang kristelijk leven gelouterd werden, en de vrede des harten gevonden hebben: dan hebben we weer moed.

Ieder op zijn plaats moeten we zijn als God: geduldig en mild ruimte geven aan jonge mensen om te groeien, en blijven geloven dat het goede zaad uiteindelijk krachtiger is dan welk onkruid ook.

Zoeken in Preken Online