Parabels en andere verhalen zijn al eeuwen het voertuig waarmee levenswijsheid wordt doorgegeven. Ze geven ons inzicht in een hoger niveau van bestaan, een diepere werkelijkheid. Al lezend tussen de regels en luisterend achter de woorden kan het gebeuren dat je, haast onverwacht, wakker geschud wordt. En dat je ineens een grote wijsheid ontdekt die belangrijk is voor je leven. Levenswijsheid is in de Schrift nu eenmaal geen zaak van een scherp verstand, maar van een hart, dat weet te luisteren naar Gods aanwezigheid diep in je ziel. Die levenswijsheid wil Jezus ons leren. Van Hem is opgetekend dat ook Hij dat het liefst doet door middel van parabels, grote en kleine. Telkens staat er: nóg een gelijkenis hield Hij hun voor, nóg een gelijkenis en nog een, een aaneenschakeling van beeldende verhalen, om toch maar inzicht te geven in wie God is en waar het om gaat in het leven.
Vandaag een parabel over: Onkruid tussen de tarwe.
Zizanion, staat er in het Grieks. Dat noemen wij dolik, een grassoort die giftig is. Echt onkruid dus. Als je geen boerenverstand hebt, kun je je zomaar vergissen. Want dolik líjkt
net tarwe. Alleen worden tarwehalmen tweemaal zo lang als dat onkruid.
Je kunt met scheiden dus beter wachten tot de oogst. Dan maai je eerst
de tarwehalmen af. Die komen er immers bovenuit. En daarna kun je wat
overblijft, tarwestoppels en dolik, afmaaien en als brandstof
gebruiken. Wat een mooie parabel!
Maar welke levenswijsheid zit er nu in verborgen? Het gaat over het
Rijk Gods, zegt Jezus. En dat is de bewustwording van alles waar God en
goed voor staat. Maar dat is niet altijd zo helder. Want God en afgod,
kwaad en goed, tarwe en onkruid: altijd en eeuwig is er die vermenging,
ook in onszelf. Zo zit het leven in elkaar. En in alle tijden is er die
verbazing over het feit dat het kwaad zo schrikbarend goed gedijt in de
vermomming van het goede.
Ook hier merk je weer dat Matheüs schrijft voor de jonge kerk. De
eerste christenen waren, zoals u weet, Joodse gelovigen, maar dan Joods
op de manier van Jezus. Vooral van orthodoxe kant worden ze daarom
bedreigd en vervolgd. Ze hebben het er heel moeilijk mee om de visies
goed uit elkaar te houden en als groep trouw te blijven aan de weg van
Jezus. En wie weet heeft die jonge parochie van toen ook wel een flinke
interne crisis gekend en stonden er allerlei richtingen tegenover
elkaar: Onkruid tussen de tarwe!
Matheüs wil ze afhouden van oordelen en veroordelen. Hij wil ze alleen maar binden aan het doen van het goede.
Zo doet Jezus zelf dat toch ook. Hij gaat om met tollenaars én
zondaars. Hij pleit voor humaniteit ten opzichte van vijanden. Want
niet het uitroeien van het kwaad brengt Gods aanwezigheid dichterbij.
En geen enkele heilige oorlog. doet dat. Alleen maar het doen van het
goede.. En uiteindelijk staat al wat groeit ook nog eens in een tuin en
die tuin, die akker is van Iemand. Wat er met ons en met het leven
gebeurt is voorzien. Er is zorg en er wordt zorg gedragen voor het
leven. Wees daarom gerust en heb vertrouwen in het goede. De wereld is
vervuld van goddelijk geduld, ondanks de onbuigzaamheid en de
rechtlijnigheid van mensen. Het werkelijke onrecht, het diepste kwaad,
zal de Eeuwige niet ontgaan; het zal bij de oogst zeker niet worden
vergeten. Er is een tijd geweest dat ook wij christenen precies wisten
wie en wat goed was en kwaad, wie recht was of slecht. In de kerk ging
het ook meestal daar over.
Het was allemaal net zo voorspelbaar als in een oude film, met de good guy en de bad guy.
in onze dagen zijn we wat behoedzamer geworden. En daarbij komt ook nog
eens dat we steeds meer beseffen dat ook kerkelijke mensen, van hoog
tot laag, vaak zelf plechtige boter op hun hoofd hebben: daar zijn
genoeg verdrietige verhalen over te vertellen. Tot op dit moment toe
worden er mensen opgeofferd aan wat de rechte leer van de kerk heet te
zijn.
Maar dit Evangelie zegt: Bij Jezus kan dat echt niet. Hij gaat telkens weer in tegen hen die het allemaal zo precies weten. God laat de zon opgaan over kwaden en goeden, zegt Hij. En Hij laat het regenen**over rechtvaardigen en onrechtvaardigen.
Hij erkent dat er kwaad is en hij ontkent beslist niet het verschil
tussen onkruid en tarwe. Maar Hij weet ook dat op de wereldakker altijd
en overal het ene vervlochten is met het andere. En wat er uitziet als
onkruid, kan best de ziel van voedzaam koren dragen.
Wie weet bij voorbaat wat er uit al dat zaaigoed tevoorschijn komt?
Soms blijken dat prachtige planten en schitterende bloeiers te worden.
Daarom maakt Hij geen haast met oordelen en scheiden. In heel zijn
omgaan met mensen zien we een pogen om dat al te simpele onderscheid
tussen goed en slecht te doorbreken. Hij legt de nadruk op de persoon
zelf en Hij wacht liever op de oogst. Hij zegt een keer dat alleen al
het geven van een beker water aan een dorstige méér bijdraagt aan die
aanwezigheid van God dan officiële zaken als duivels uitdrijven en
profeteren.
En een Joods commentaar op de Schrift zegt dat een heiden die uit
zichzelf de geboden onderhoudt zelfs gelijk is aan een hogepriester.
Ja, waarom ook niet? Deze visie van Jezus ligt eigenlijk ook ten
grondslag aan ons huidige rechtssysteem. Ook daar wordt niet zomaar
even geoordeeld. Altijd worden de persoonlijke achtergronden van een
verdachte in overweging genomen, zijn psyche onderzocht, worden er
kanttekeningen en nuanceringen gemaakt bij de beweringen van een
openbare aanklager. En dat is maar goed ook. Maar na het eindoordeel
van de rechter ontloopt een schuldige zijn gerechte straf niet.
Daarom: wie zich gelovig noemt, wie mét Jezus uit God en uit genade
leeft, die kan niet tegelijk kleinerend neerzien op mensen die ánders
denken en ánders doen, ánders leven en geloven. Als je een echte
gelovig bent, dan klaag je niet over het onkruid. Dan schrijf je al
helemaal geen mensen af die anders denken en doen en dromen dan jij. Je
slaat zeker niet in het wilde weg aan het wieden, want je weet dat
altijd en overal de tarwe in zijn groei het onkruid een tijdlang moet
verdragen. Je maakt je veeleer zorg of je éigen droom nog wel levend
is; of je zélf wel boven het kwaad uitgroeit en wat jouw éigen bijdrage
dan wel is aan de oogst.
En het is ook goed om te bedenken dat Hij, die wij onze Heer en Meester noemen, Jezus Christus, dat ook Hijzelf gevallen is als zaad in de aarde. Dat Hij door velen bestempeld is als onkruid, dat uitgeroeid moest worden; maar dat juist Hij het brood van het leven is geworden. Pas bij de oogst zal blijken wat echte tarwe is, wat er aan liefde en gerechtigheid, dus aan aanwezigheid van God te vinden is in onze wereld en in ons eigen leven. Wie weet is het paradijs dat wij zoeken wel een prachtige wilde tuin, waar honderd bloemen mogen bloeien: een woud van droomgewassen, met daartussen de mens, op zoek naar levend water.