INLEIDING
Van harte welkom, parochianen en mogelijk vakantiegangers. Heel bijzonder welkom aan meneer en mevrouw Jansen van de Zwanenkade die vandaag samen met ons God willen danken voor hun 50 jarig huwelijk. Zij zijn hier gekomen met hun 4 kinderen Irene, Paul, Desiree en Carolien. Ze zijn ook de trotse opa en oma van 8 kleinkinderen. Sinds 38 jaar wonen jullie al in onze parochie, maar zijn ooit in Rotterdam getrouwd. Meneer Jansen is penningmeester van de Katholieke Bond van Ouderen en mevrouw Jansen rijdt voor Tafeltje Dekje. Op mijn vraag wat het geheim is van jullie huwelijkstrouw hebben jullie geantwoord: “Geven en nemen en geen gekke dingen doen”. Dat is wat wij van onze menselijke kant kunnen doen. Van de andere kant denk ik dat we het ook niet redden zonder Gods genade. En niet te vergeten de bereidheid om elkaar steeds weer te vergeven, want we hebben allemaal onze fouten en gebreken. In de vergeving worden Gods genade en kracht zichtbaar en voelbaar. Laten we daarom deze viering weer beginnen met een schuldbelijdenis om alles te belijden wat we als man en vrouw en als ouders tegenover onze kinderen en andersom tekort geschoten zijn in liefde, geduld, begrip, verdraagzaamheid, hulp en inzet voor het gezin.\
PREEK
(De ervaring die ik nu ga vertellen slaat beslist niet op ons jubilerend echtpaar. Dat zeg ik vooraf om misverstanden te voorkomen.)
Ik sprak eens een moeder
die heel gelovig was en haar best gedaan had om haar kinderen goed op
te voeden. De kinderen waren misdienaar of kinderkoorlid geweest. Ze
gingen naar een katholieke school. Er werd thuis gebeden en uit de
bijbel gelezen. De moeder gaf zelfs godsdienstles op een middelbare
school. Ze had een triest verhaal. Haar oudste zoon was in de pubertijd
met een verkeerde vriend in aanraking gekomen. Die vriend had hem
verleid tot drugsgebruik. Op zijn 18e verjaardag had moeder ‘s nachts
op zijn thuiskomst zitten wachten. Maar in plaats van haar zoon kwam de
politie aan de deur met de mededeling dat hij opgepakt was. Hij had
samen met die verkeerde vriend een brandbom gemaakt om wraak te nemen
op iemand. Bij het slachtoffer aangekomen had zijn vriend de brandbom
aangestoken en in handen van die zoon gestopt. Hij kon niet anders meer
dan die bom van zich afgooien naar het huis van het slachtoffer.
Iedereen
die voor zijn verjaardag belde of aan de deur kwam moest de moeder met
een smoesje afschepen, terwijl haar hart gebroken was. Ook de andere
kinderen waren gedesillusioneerd.
Als medeplichtige heeft hij maanden vastgezeten.
Zijn
moeder heeft op een bepaald moment al haar moed bij elkaar geraapt om
hem te gaan bezoeken. In de gevangenis werd ze zelf met alle mogelijke
wantrouwen benaderd, gevolgd en bewaakt. “Zo zoon, zo moeder”, zullen
ze gedacht hebben, niet wetend dat die moeder een heel goed mens was.
Het was voor haar een gang naar Canossa waar ze psychisch zwaar onder
geleden heeft. Ze heeft machteloos moeten toezien hoe haar kind de
vernieling inging. Dat was echt een heel groot en zwaar lijden voor
haar.
Ik moest aan dit verhaal denken bij het lezen van het
evangelie van vandaag: de gelijkenis over een man die goed zaad had
gezaaid; maar ‘s nachts kwam zijn vijand en zaaide onkruid tussen het
tarwe en ging heen.
In deze wereld is er goed en kwaad. Jezus
heeft goed zaad gezaaid: het zaad van geloof, vriendschap,
naastenliefde, hulpvaardigheid, zorg en vrijgevigheid. Maar de duivel
zit niet stil en zaait verdeeldheid, haat, onbarmhartigheid, leugen,
bedrog, meedogenloosheid. En hij zaait dat het liefst onder de
gelovigen, in de mooiste huwelijken, in de talentvolle mensen, onder de
machthebbers en in de idolen van de jeugd: de artiesten, de popsterren.
Zij verpesten de jeugd met drugs, drank, grove taal, gevloek, geweld,
een losbandig seksueel leven, en ongeoorloofde relaties. Door
voorbeeldfiguren te verleiden kan de duivel het meeste slechte invloed
hebben op onze samenleving.
Als kleine mensen staan we vaak
machteloos tegenover dit kwaad. Ik zeg niet dat we ons er maar bij neer
moeten leggen. Integendeel. De overheid moet het kwaad bestraffen en
niet gedogen. En wij moeten proberen het kwade te overwinnen door het
goede. We moeten het goede zaad van Christus verder uitzaaien. Wij
moeten als het gist in het deeg zijn, als de mosterdplant waarin mensen
van allerlei pluimage kunnen schuilen. Maar ook al doen we dat, we
merken dat het kwaad toch steeds toeneemt. Er moeten alsmaar
gevangenissen bijgebouwd worden. Er moet alsmaar meer politie komen. De
criminaliteit neemt alsmaar toe. Het wordt steeds onveiliger op straat.
Er moeten steeds meer wetten en regels komen om asociaal gedrag tegen
te gaan en de zwakke mensen te beschermen. Overal komen
bewakingscamera’s. En dan voelen we ons machteloos.
En dan
vragen wij ons af: waarom laat God dat toe? Waarom grijpt Hij niet in?
Waarom worden criminelen soms oud en sterven liefdevolle ouders op
jonge leeftijd? Wij geloven in Gods almacht. Het boek wijsheid zegt dat
verschillende keren: “Naast U is er geen andere God” en “Gij echter die
over alle macht beschikt… Gij kunt uw macht tonen wanneer Gij maar
wilt”.
Waarom straft God dan niet met harde hand? Is Hij niet
onrechtvaardig door het kwaad onbestraft te laten? Waarom roeit Hij het
onkruid niet uit? U zult zich allen die vraag wel eens gesteld hebben.
En voor sommigen is het zelfs aanleiding maar niet meer in Gods almacht
te geloven en het geloof los te laten. Sommigen zeggen: “God heeft de
wereld wel geschapen maar bemoeit zich er niet meer mee.”
In het evangelie van vandaag krijgen we antwoord op onze vragen.
God
wil het onkruid niet uittrekken omdat Hij bang is dat het tarwe dan mee
uitgetrokken wordt. Hij wil wachten tot het laatste oordeel aan het
einde van de wereld. God toont zijn almacht juist door het oordeel uit
te stellen. Hij hoeft nog niet te oordelen omdat Hij uiteindelijk toch
het laatste oordeel heeft.
En Hij wíl nog niet oordelen omdat het om
mensen gaat. God verdelgt het kwaad niet omdat Hij geen mens wil
verstoten. Een mens heeft immers de mogelijkheid om tot inkeer te komen
wanneer hij gezondigd heeft. Ieder mens heeft ook nog wel iets goeds in
zich. Daarom heeft God geduld met de mens. Anders zou het met het kwade
ook het goede vernietigen. In dit uitstel van het oordeel toont God
zijn zorg voor de mens.
Het is net als met ouders en kind. Als
een kind wat verkeerds gedaan heeft, zal een verstandige ouder
misschien wel een straf geven, maar ze zullen het kind niet doden of
verstoten. Integendeel, ze zullen het kind een kans tot inkeer geven en
het met zorg omringen, om het niet verloren te laten gaan. Ouders zijn
ook niet verplicht hun kinderen aan te geven bij de politie. Hun
ouderliefde is vaak nog de enige kans voor het kind om weer op het
goede pad te komen.
De ouderliefde is een beeld van Gods
liefde. God stelt het oordeel dus uit. In het boek wijsheid staat:
“Omdat Gij over allen heerst behandelt Gij allen ook met zachtheid. Gij
die over de macht beschikt, met veel zachtheid spreekt Gij uw oordeel
uit en bestuurt Gij ons met veel goedertierenheid, want Gij kunt uw
macht tonen wanneer Gij maar wilt…. Gij biedt, daar waar gezondigd
werd, de kans tot inkeer”.
Ondertussen leven wij wel temidden
van het kwaad en moeten we er zelfs vaak onder lijden. Maar laten we
dan zijn als die moeder die toch haar zondig kind in de gevangenis gaat
bezoeken. Dan lijken we een beetje op God die zich meer door zijn
liefde dan door zijn almacht laat leiden. Amen.